Koenraad Jonckheere toont hoe sterk de beeldcultuur op Instagram verweven is met de kunst van oude meesters. Sander Schimmelpenninck ontmaskert domheid als politieke strategie. Thomas Crombez onderzoekt 'de roes' zoals beschreven door moderne denkers. Het modernistische Rietveld Schröderhuis krijgt een biografie en de Britse historica Rachel Kousser nuanceert ons beeld van Alexander de Grote. Dit zijn de 5 boeken die VRT NWS deze week tipt.
Oude kunst was al Instagrammable en een nieuwe kijk op de roes: dit zijn de 5 boeken van de week
Elke dag overspoelen 3,2 miljard beelden sociale media en dat aantal blijft alleen maar toenemen. In zijn boek 'Istagrammable. Kunst, beelden en sociale media' (uitgeverij Hannibal Books) legt Jonckheere, hoogleraar kunstgeschiedenis (UGent) de link tussen 2.500 jaar Europese kunstgeschiedenis en onze hedendaagse beeldcultuur. Daarin speelt de christelijke traditie met de Heilige Drievuldigheid nog altijd een sleutelrol.
"God schiep de mens naar zijn evenbeeld en zo ontstond het perfecte beeld van de mens." Eeuwen later duikt datzelfde perfecte beeld nog steeds op, van Da Vinci’s beroemde Vitruviusman tot de keuze voor David Beckham als ideaalbeeld in reclamespots. "Ook de Mona Lisa moet je lezen als een portret, waarbij Da Vinci zo veel mogelijk geïdealiseerd heeft", vertelt Jonckheere op Klara.
Zelfs het gebruik van filters is veel ouder dan we denken. "Face-apps vergroten je pupillen, want we vinden dit onbewust aantrekkelijk. Maar dat is niet nieuw: ook renaissancekunstenaars vergrootten de pupillen van hun modellen om ze mooier te laten lijken."
De Nederlandse journalist Sander Schimmelpenninck ergert zich mateloos aan de staat van het politiek debat in onze westerse democratieën. Dat stelt hij aan de kaak in zijn boek 'De domheid regeert: hoe opzettelijke onwetendheid een politieke strategie werd' (uitgeverij De Correspondent). Kennis brengt namelijk verantwoordelijkheid met zich mee, en die dragen mensen liever niet.
Politici spelen hier gretig op in. Een concreet voorbeeld is de klimaatcrisis. "Iedere mediaconsument weet dat het klimaat door menselijk handelen verandert en dat we ons gedrag fundamenteel moeten aanpassen om de risico’s te beperken. Dat is gewoon een zeer onprettig gegeven", licht Schimmelpenninck toe op Radio 1. "Daarom is het verleidelijk politici te geloven als zij zeggen dat een klein land als België toch geen verschil maakt. Het betekent dat je je gedrag niet hoeft te veranderen."
Ook sociale media spelen hierin een grote rol, want algoritmes belonen domheid. Denk bijvoorbeeld aan tweets die criminaliteit koppelen aan buitenlanders. "Mensen die dit standpunt delen, gebruiken zo’n quasi-reden om buitenlanders te verachten. Tegenstanders reageren verontwaardigd en retweeten het bericht eveneens. Dit zorgt voor veel engagement, wat de algoritmes belonen."
Volgens Schimmelpenninck zorgt het feit dat zulke uitspraken ongestraft kunnen circuleren voor normvervaging. Die vormt een bedreiging voor de democratie, de rechtstaat, de wetenschap en de journalistiek waarin de comments het nieuws worden.
Van Freud en Nietzsche tot Max Weber en Vinciane Despret: tal van moderne denkers bogen zich over de menselijke drang naar de roes. Thomas Crombez verzamelt in zijn boek 'De dronken filosoof' (uitgeverij Letterwerk) teksten die zich verdiepen in het eeuwenoude fenomeen, van de roes door intoxicatie (alcohol en drugs) tot de erotische, politieke en wetenschappelijke roes.
Om de roes te onderzoeken maken auteurs gretig gebruik van zelfexperimenten. Zo documenteert Paolo Mantegazza nauwgezet zijn consumptie van cocabladeren. Freud beschrijft hoe cocaïne de morfineverslaving van een vriend verlicht. Wanneer deze vriend later ook een cocaïneverslaving ontwikkelt, moet Sigmund zijn theorie herzien.
Andere filosofen waarschuwen dan weer voor de gevaren van de roes. De Hongaar Georg Lukács koppelt de roes aan politieke intoxicatie, die leidt tot totalitarisme en fascisme. Brusselaar Laurent De Sutter, auteur van 'Narcokapitalisme', betoogt dat de huidige opkomst van synthetische drugs hand in hand gaat met de ratrace van het kapitalisme.
Crombez besluit dat het moeilijk blijft om de roes een plaats te geven in onze samenleving. "Een belangrijk filosofisch vraagstuk, ook voor de moderne mens", vertelt hij op Klara.
Het Rietveld Schröderhuis in Utrecht luidt in 1924 een revolutie in de woningbouw in. De eeuwling krijgt nu een lijvige biografie (uitgeverij Hannibal Books) vol ontwerptekeningen, foto’s en intieme familiekiekjes, verzameld door Natalie Dubois en Jessica van Geel.
Gerrit Rietveld en Truus Schröder ontmoeten elkaar in 1911, wanneer Rietveld een meubelstuk levert aan de man van Truus. "Er ontstaat een zielsverwantschap tussen hen, iets wat ze niet bij hun echtgenoten vinden", vertelt Klara-presentator Olav Grondelaers. Het ontwerp van het Rietveld Schröderhuis wordt hun eerste gezamenlijke project.
Het boek maakt duidelijk dat Truus Schröder, die maar liefst 60 jaar in het huis heeft gewoond, meer was dan de muze van Rietveld. Ze worden zakenpartners en minnaars. Uit het archiefmateriaal dat de auteurs hebben doorgenomen, komen zelfs plannen tevoorschijn met haar initialen.
Het boek biedt een visuele rondleiding door het huis op verschillende tijdstippen. "Door het uitgebreide archiefmateriaal en de verhalen komt het huis echt tot leven", vertelt Grondelaers.
De Britse historica Rachel Kousser stelt op basis van nieuwe bronnen het imago van Alexander de Grote bij. Classicus Patrick De Rynck las 'Alexander aan het einde van de wereld' (uitgeverij Athenaeum). "Door de vele nuanceringen en de vertelkracht - ze maakt er een echt spannend boek van - is het een aanrader", vertelt hij op Klara.
In 330 v. Chr. verslaat Alexander de Grote de Perzische koning Darius. De daaropvolgende 7 jaar verovert hij samen met zijn leger nog talloze gebieden, waaronder Turkije, Armenië, Afghanistan en Pakistan. Zo vormt hij het Perzische rijk, het grootste in de oudheid. "Hij wilde tot het einde van de wereld reizen", legt De Rynck uit. "In het Grieks wordt hij omschreven met het woord potos: de begeerte om steeds verder te gaan."
Het beeld dat wij van de bloeddorstige imperialist Alexander hebben is gevormd door Grieks-Romeinse geschiedschrijving. Kousser raadpleegt nu ook Perzische bronnen zoals nieuw archeologisch onderzoek van Babylonische kleitabletten, geschriften van astronomen en Aramese inscripties. De bronnen bevestigen de wreedheden, zoals het platbranden van Persopolis in 330 v. Chr., maar ook dat hij hiervan spijt heeft. We leren ook dat er vrouwen uit de veroverde gebieden meetrokken met het leger.
