"Het is pure horror. Dit is een van de ergste plekken ter wereld." Dat zegt VRT NWS-buitenlandjournalist Jens Franssen na een indringend bezoek aan de beruchte Sednaya-gevangenis in Syrië, ook wel "het menselijk slachthuis" genoemd. Onder het regime van Assad zaten er tot 20.000 mannen opgesloten, die er een onmenselijke behandeling en martelingen moesten doorstaan. Die littekens zijn nog steeds zichtbaar, zowel in de gevangenis als erbuiten.
Jens Franssen in Sednaya-gevangenis in Syrië: "Een van de ergste plekken ter wereld"
De Sednaya-gevangenis is enorm. Van bovenaf zie je duidelijk de 3 vleugels van het gebouw: één was bestemd voor burgers, in een andere werden militairen vastgehouden die uit de gratie van het Syrische leger gevallen waren, en in de laatste - en mogelijk gruwelijkste - vleugel zaten voornamelijk politieke gevangenen.
Het is vooral binnen de muren van de gevangenis dat de gruwel zich afspeelde. "In een ruimte van 5 op 8 meter werden soms tot 70 mensen gevangengehouden", vertelt Franssen vanuit de gevangenis die ontruimd werd na de val van het Assad-regime afgelopen weekend.
"Ze moesten er gehurkt zitten, en als iemand rechtstond, werd die gestraft. Je zou het kunnen omschrijven als een van de ergste plekken ter wereld."
Getraumatiseerd en verslagen
Wanneer Franssen verder afdaalt naar de kelders, wordt de echte horror van de Sednaya-gevangenis duidelijk. Daglicht komt hier niet binnen. "Hier zaten voornamelijk politieke gevangenen. Het stinkt hier enorm. Het ruikt muf, bedompt en naar urine", getuigt hij.
Franssen wandelt door de gangen van het cellencomplex met de broer van Mohammed, een man van 36 die meer dan 10 jaar in de Sednaya-gevangenis vastgehouden werd. Voor zijn familie was het als een wonder dat hij levend uit de gevangenis kwam. Het regime van Assad had hem immers als dood opgegeven, maar dat bleek helemaal niet het geval te zijn.
Als je naar Mohammed kijkt, zie je nog de sporen van zijn jarenlange gevangenschap: brandwonden op zijn gezicht, striemen van zweepslagen op zijn armen en benen. Spreken kan hij niet meer, hij is te getraumatiseerd.
Dat blijkt ook tijdens het interview met de broer van Mohammed. Wanneer er tijdens het gesprek koffie voorgeschoteld wordt, panikeert Mohammed. "Plots schiet hij recht en slaat hij de koffiebekertjes bijna uit onze handen", vertelt Jens Franssen. "Vervolgens begint hij onze bekertjes snel af te nemen en te verzamelen, om bij te houden."
Zijn broer kan Mohammed uiteindelijk kalmeren. "Rustig broertje, rustig", zegt hij. "Mohammed is in paniek. In de gevangenis mocht je nooit eten of drinken, zolang er geen sein werd gegeven. Aangezien dat nu niet is gebeurd, is hij in paniek dat we gefolterd zullen worden."
"Het was een erg aangrijpend moment", vertelt Franssen achteraf. "Het zijn dat soort kleine tekenen die tonen hoe gruwelijk het regime van Assad was."
Paspoorten tussen het vuil
Helemaal voorbij is de gruwel overigens nog niet. Er mogen dan wel honderden gevangenen vrijgelaten zijn uit de Sednaya-gevangenis, vele duizenden (volgens het Rode Kruis zelfs 35.000) mensen zijn nog steeds vermist.
"Het zijn mensen die gearresteerd werden en naar verschillende gevangenissen zijn overgebracht, waaronder Sednaya. Niemand weet waar ze zijn, of waar hun lichamen begraven werden. Hulpdiensten doorzoeken nog steeds de gebouwen naar overlevenden, maar volgens mij is hier niemand meer."
Of alle slachtoffers ooit geïdentificeerd zullen worden, is onduidelijk. Het belooft alvast een enorm werk te worden. "Alle dossierkasten zijn hier door de ramen gegooid. Overal liggen documenten en paspoorten, verspreid tussen het vuil. In tussentijd waaien veel papieren ook weg. Dat is voor een stuk een tragedie, want het zal het werk bemoeilijken van de mensen die nadien vermisten proberen op te sporen."
Bij de familie van de gevangenen overheerst voornamelijk woede. "Ik wil dat iedereen ziet wat Assad gedaan heeft. Dat heeft hij gedaan, het varken", zegt de broer van Mohammed, wijzend naar een kleine cel. "We zijn toch allemaal mensen?"








