Bruno stoort zich enorm aan de ‘kaboutertaal’ die zijn vrienden tegen hun kinderen gebruiken. Hij overweegt nu ook om niet meer met hen op vakantie te gaan. Relatiedeskundige Rika Ponnet geeft advies.
Relatiedeskundige Rika Ponnet beantwoordt vraag van de week: "Ik erger me aan het taalgebruik van mijn vrienden tegen hun kinderen, moet ik er iets van zeggen?"
Elke week beantwoordt relatietherapeut Rika Ponnet in 'Nieuwe feiten' een vraag van een luisteraar. De antwoorden worden gebundeld in de podcast 'Vraag het aan Rika'.
De vraag van Bruno: “Moet ik mijn vrienden aanspreken over hun taalgebruik tegen hun kinderen?”
Bruno is een jonge dertiger. In zijn vriendengroep beginnen steeds meer mensen aan kinderen. “Dat is prachtig, en mooi om te zien hoe we de volgende fase in ons leven kunnen delen. Alleen begin ik me meer en meer te storen aan het taalgebruik van sommige vrienden tegenover hun kinderen.”
“Mijn vrienden gebruiken constant verkleinwoorden en dat maakt me volledig oncomfortabel. Soms lijkt het wel een verzonnen kaboutertaal: Wil je met ons fietsje naar ons huisje om koekjes te geven aan ons hondje? Papaatje en mamaatje zullen hun glaasjes opdrinken, en dan gaan we samen huppelen.”
“Het gaat zover dat ik overweeg om niet meer met hen op vakantie te gaan. Ik zou er gek van worden. Moet ik hier ‘een gesprekje’ over aangaan?”
Beluister: Rika Ponnet beantwoordt de vraag van Bruno
'Vraag het aan Rika': "Ik erger me aan het taalgebruik van mijn vrienden tegen hun kinderen, moet ik iets zeggen?"
Het antwoord van Rika: “Bruno mag zeker aangeven wat hij mist”
“Niet alleen ouders gebruiken dit soort ‘babytaal’, ook volwassenen die een intieme relatie hebben doen het”, reageert Rika. “Maar als je het te vaak en te veel doet, gaat het denigrerend klinken. Denk ook aan hoe sommigen tegen oude of zieke mensen spreken.”
“Uiteraard moet je kinderen aanspreken op hun ontwikkelingsniveau”, zegt Rika. “Bij heel jonge kinderen is het zelfs belangrijk dat een moeder en vader afstemmen op het niveau van hun kind. Maar vanaf dat ze kleuter zijn, vinden kinderen dat zelf niet leuk meer. Kinderen zijn mensen.”
“Daarnaast lijkt het bij ouders van kleine kinderen wel eens alsof het alleen nog maar over de crèche, de melk en de boertjes kan gaan. Ouders hebben die periode minder tijd om te lezen, en er lijkt geen intelligente discussie mogelijk. Zelf werd ik daar heel moe van.”
“Hier zit mogelijk iets anders onder”
Rika heeft dus begrip voor de vraag van Bruno, maar ze vraagt zich af of er toch niet wat meer speelt. “Als mensen zich heel hard ergeren aan iets, zit er meestal iets anders onder.”
“Vaak hangt het samen met hoe je zelf opgevoed bent. Misschien werd die taal niet bij hem thuis gebruikt? Misschien werd hij zelf snel in zijn kracht en autonomie geplaatst?”
Bruno ergert zich mogelijk niet alleen aan de babytaal, maar ook aan de opvoedingsstijl
Rika Ponnet, relatiedeskundige
“Bruno ergert zich dus mogelijk niet alleen aan de taal, maar ook aan de opvoedingsstijl van zijn vrienden”, zegt Rika. “Misschien zijn het helikopterouders en zijn ze heel erg pamperend?”
Wat moet Bruno doen?
Een verschil in opvoedingsstijl kan een splijtzwam worden in een vriendengroep. “Zeker als je samen op weekend of op reis gaat. Want de ene staat alles toe, en de andere vindt alles dan weer te gevaarlijk.”
“Bruno mag dus zeker aangeven wat hij mist in die vriendengroep”, zegt Rika. “Het kan nooit kwaad om dat in de groep te gooien.”
“Hij zal zeker medestanders hebben en het wordt ongetwijfeld een boeiend gesprek. Of moet ik 'gesprekje' zeggen?”

