De Belgische kermiscultuur is door Unesco erkend als immaterieel cultureel erfgoed. "Eindelijk krijgen foorkramers erkenning voor hun werk en hun soms zware, nomadische leven", klinkt het bij onderzoekers van Science at the fair (UAntwerpen).
Unesco beschermt Belgische kermiscultuur als immaterieel erfgoed: "Eindelijk erkenning voor eeuwenoude traditie"
Dat Unesco de kermiscultuur erkent, betekent zeer veel voor de 1.200 actieve foorkramers in België: "Zij zijn een hechte groep die vaak aan elkaar verwant is, aangezien ze meestal hun ouders opvolgen", zegt onderzoeker Nele Wynants.
De erkenning is het resultaat van een dossier dat 10 jaar geleden al werd opgestart. 10 jaar lang werkten de Belgische en Franse regeringen, samen met kermisverenigingen en academici, aan een aanvraag om de kermiscultuur te erkennen als erfgoed. Die samenwerking werpt nu haar vruchten af.
Volgens de onderzoekers van de Universiteit van Antwerpen is het niet meer dan logisch dat Belgische kermissen erkend worden als cultureel erfgoed: "In België vinden er nog steeds zo’n 2.000 kermissen per jaar plaats. Ze zijn een prachtig voorbeeld van volkscultuur en bovendien bestaan ze al sinds de middeleeuwen."
Bron van wetenschappelijke kennis en techniek
Hoewel kermissen al sinds de middeleeuwen plaatsvinden, zien ze er nu een stuk anders uit dan toen, vertelt Nele Wynants van Science at the Fair: "Nu zien we vooral mechanische attracties, terwijl kermissen vroeger ook een plek waren om bij te leren. Er waren theatershows die balanceerden tussen magie en wetenschap en verschillende musea."
Wynants onderzoekt met haar project de rol van kermissen bij de verspreiding van wetenschap: "In de 19e eeuw kon maar een minderheid van de bevolking lezen. De jaarlijkse kermis was toen de belangrijkste bron van informatie. Op die manier kon men toen ook kennis uitwisselen."
Veel van de technologische vooruitgangen van de voorbije 150 jaar werden voor het eerst getoond op kermissen. Enkele maanden nadat Wilhelm Röntgen ontdekte dat je met behulp van straling aan medische beeldvorming kon doen, was dit al te zien op kermissen.
Deze wetenschappelijke ontwikkelingen werden getoond door zogenaamde 'physiciens'. Zij gebruikten wetenschappelijke ontdekkingen om allerlei acts uit te voeren. Ook de elektrische naaimachine of de eerste vormen van fotografie zijn hier een voorbeeld van.
"Sommige wetenschappelijke attracties hadden ook een opvoedende rol voor het publiek"
Nele Wynants, coördinator van Science at the fair
Ook voor de anatomische kennis van de mensen speelden kermissen een belangrijke rol: "In de zogenaamde 'anatomische musea' konden mensen kennis opdoen over het menselijk lichaam. Daar bevonden zich verschillende wassen beelden van het menselijk lichaam. Die wassen beelden werden ook gebruikt in de opleidingen geneeskunde van die tijd", verklaart Wynants.
De anatomische musea hadden vaak ook een opvoedend karakter zegt ze: "Via die wassen beelden konden mensen ook bijleren over de gevolgen van alcoholmisbruik op het menselijk lichaam. Ook de ontwikkeling van een foetus in de baarmoeder was een typisch voorbeeld van iets dat mensen in zulke musea konden zien."
