Rebellen in Syrië hebben de buitenwijken bereikt van Aleppo, de tweede grootste stad van het land. Het Syrische leger onder leiding van president Bashar al-Assad probeert de rebellen tegen te houden. De afgelopen 3 dagen laait het geweld tussen de rebellen en de regering opnieuw op. Daarbij zouden al zeker 255 doden bij zijn gevallen, waaronder 27 burgers.
Duizenden Syrische rebellen bereiken buitenwijken van Aleppo, gevechten in het westen van de stad
De rebellen, geleid door de islamitische militante groep Hayat Tahrir al-Sham, begonnen woensdag met hun aanvallen in het noordwesten van Syrië. Ze hebben daarbij tientallen dorpen aangevallen in de regio die onder controle vallen van de Syrische regering van president Bashar al-Assad.
Die aanvallen verlopen succesvol, want ze zouden de controle hebben overgenomen van zo'n 50 dorpen. De rebellen hebben intussen de buitenwijken van Aleppo bereikt. Ze hebben onder meer 2 auto's laten ontploffen. Het is onduidelijk hoeveel grondgebied de rebellen hebben bemachtigd, want zowel zij als het leger spreken elkaar tegen.
Grootste aanval sinds maart 2020
Momenteel vechten rebellen tegen de Syrische troepen in het westen van de stad. Daarbij worden ook raketten ingezet. Het Syrische leger zou erin geslaagd zijn verschillende drones en zwaar geschut van de rebellen uit te schakelen. Dat heeft er niet toe geleid dat de rebellen zich terugtrekken. Volgens sommige bronnen is er zelfs sprake van overgaves van Syrische regeringstroepen.
Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten meldt dat er al 255 mensen zijn gedood. De Verenigde Naties spreekt ook over 27 burgerdoden, onder wie 8 kinderen waarvan sommigen zelfs "maar 8 jaar oud".
De rebellenmacht bestaat uit duizenden strijders. Het gaat dan ook om de grootste aanval van rebellen sinds maart 2020. Toen werd er een akkoord bereikt tussen Rusland en Turkije, dat enkele rebellengroepen ondersteunt.
Rusland, een belangrijke bondgenoot van de regering-Assad, eist nu dat het Syrische leger snel ingrijpt om de rebellen tegen te houden. Russische en Syrische gevechtsvliegtuigen hebben de afgelopen dagen bombardementen gevoerd op doelwitten nabij de grens met Turkije, onder meer de stad Idlib. Die stad wordt geacht het laatste bolwerk te zijn van de rebellen. Daar zouden tienduizenden burgers hun huis ontvluchten.
"De aanvallen nabij Aleppo zijn een aanval op de Syrische soevereiniteit", zegt Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov. "Wij willen dat Syrische autoriteiten de orde zo snel mogelijk terugbrengen."
Ook Turkije roept op tot een einde van de aanvallen op stad Idlib en de regio. "De recente confrontaties hebben geleid tot een ongewenste escalatie van de spanningen in het grensgebied", zegt de woordvoerder van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken.
De Syrische burgeroorlog in een notendop:
In maart 2011 vinden in Syrië grote protesten plaats tegen de huidige president Bashar al-Assad, als onderdeel van de Arabische Lente. Die protesten werden gewelddadig de kop ingedrukt, waardoor de opposanten met geweld wilden terugslaan. Al snel vormden zich rebellengroepen en leidden de onrusten tot een burgeroorlog.
Het geweld breidde zich snel uit en buitenlandse machten als Turkije, Rusland maar ook de Europese Unie kozen een kant. De situatie escaleerde snel en dat leidde tot grote chaos. Islamitische terroristische organisaties als Islamitische Staat maakten daar gebruik van om hun macht te vergroten. Volgens de VN zijn tussen 2011 en 2021 zeker 300.000 mensen gedood.
In maart 2020 bereiken Rusland en Turkije - belangrijke bondgenoten langs beide kanten - een bestand voor een staakt-het-vuren. Daardoor is het geweld grotendeels gestopt, maar sporadisch zijn er wel nog beschietingen en aanvallen. De oorlog duurt intussen dus al 13 jaar.

