Elk jaar in november trekken de Israëlische vredesactivisten van 'Rabbijnen voor Mensenrechten' naar de Westelijke Jordaanoever, waar deze keer een groentemarkt wordt georganiseerd. "We helpen Palestijnse boeren en bieden bescherming tijdens de oogst, want de dreiging is voor deze mensen nooit ver weg", zegt Avi Dabush, de directeur van de organisatie.
Helpen met Palestijnse olijvenpluk en keppels met watermeloenen dragen: op pad met Israëli's die zich verzetten tegen Netanyahu
Tussen de torenhoge gebouwen van Tel Aviv schuift Roni een boodschappentas over haar schouder. "Ik probeer zoveel mogelijk te kopen", zegt de enthousiaste vrouw van 64, moeder van 2, "om Palestijnse boeren te steunen en duidelijk te maken dat niet iedereen in Israël achter het beleid van Netanyahu staat".
Naast haar staan 2 bussen klaar, volgeladen met Israëlische vredesactivisten uit Tel Aviv en Jeruzalem. Hun bestemming: een buitenwijk van Bethlehem, gelegen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Hun boodschap: solidariteit in elke tas, verpakt in groenten en fruit, rechtstreeks gekocht bij Palestijnse boeren.
De weg slingert door groene bergruggen, waar honderden olijfbomen met hun verweerde takken de lucht priemen. Onderweg moet de bus 3 keer halt houden. Israëlische soldaten controleren de laadruimte en laten hun blik langs de passagiers glijden. Tussen checkpoints en Israëlische nederzettingen die Bethlehem omringen, verschijnt in de verte de Palestijnse groentemarkt. Tientallen witte vlaggen met het opschrift 'Rabbijnen voor Mensenrechten' waaien zachtjes in de wind.
"Vandaag organiseren we voor het eerst een markt", zegt Avi Dabush, directeur van de mensenrechtenorganisatie. "We hebben Palestijnse boeren gevraagd hun olijven en andere producten rechtstreeks van hun land hierheen te brengen, om ze te verkopen aan Israëlische vrijwilligers die eerder op hun velden hielpen bij de olijvenpluk."
Het experiment lijkt te werken: de tafels staan vol, de sfeer is ontspannen. "Het stopt de bezetting helaas niet", nuanceert Dabush, "maar we zien het directe effect voor de boeren. Meer dan 20 Palestijnse dorpen zijn erbij betrokken."
"Dreiging is nooit ver weg"
De organisatie Rabbijnen voor Mensenrechten verenigt meer dan 160 rabbijnen uit verschillende stromingen van het jodendom. "We willen de band tussen het jodendom en de mensenrechten versterken", vervolgt directeur Avi Dabush. "Dat doen we door activisme, vooral op de Westelijke Jordaanoever. Onze vrijwilligers begeleiden Palestijnse boeren naar hun velden, helpen met de olijvenpluk en beschermen hen tegen kolonistengeweld."
November is traditiegetrouw de maand van de olijvenoogst. Maar sinds 7 oktober 2023, toen Hamas een terroristische aanval op Israël uitvoerde waarbij 1.200 mensen gedood werden, is het geweld op de bezette Westelijke Jordaanoever verder geëscaleerd. Meer dan 679 Palestijnen zijn sindsdien gedood, onder wie 161 kinderen en 12 vrouwen, volgens cijfers van de VN-organisatie OHCHR. Honderden boeren kregen te maken met bedreigingen, aanvallen of blokkades. Vele hectares aan olijfgaarden werden met opzet verwoest.
De Joodse organisatie is actief in risicogebieden zoals Nablus, Ramallah en de Zuid-Hebronheuvels. "We staan nu aan het einde van de campagne", zegt Dabush. "Meer dan 30 dagen waren we in het veld, samen met 1.000 vrijwilligers."
Al sinds 1988 bestaat de organisatie. De hoge opkomst is een nieuw record, aldus Dabush. "We hielpen Palestijnse boeren en boden bescherming tijdens de oogst. De dreiging is nooit ver weg: gewelddadige kolonisten, Joodse extremisten en een leger dat hen dekt." Maar volgens Dabush gaat het niet alleen om olijvenpluk. "Het gaat om waardigheid. Om het simpele recht om op je eigen land te staan."
Extreem geweld
Voor Khaled, een 65-jarige Palestijnse olijvenboer uit het dorpje Battir, is het een dagelijkse strijd. Uit angst voor represailles wil hij zijn achternaam niet prijsgeven. Samen met zijn dochter Iman staat hij achter een houten tafel, waar olijven, makdous en huisgemaakte gerechten uitgestald liggen. "Elk jaar hebben we problemen met de landbouw", zegt hij, terwijl zijn producten in sneltempo van de hand gaan. "Wilde varkens, afkomstig uit Israël, vernielen onze gewassen.”
Dat is volgens hem lang niet het enige. "Sinds het Wapenstilstandsverdrag van 1949 ligt ons dorp aan de grens", vertelt hij, verwijzend naar het akkoord waarmee Israël, onder bemiddeling van de VN, vrede sloot met Jordanië, Egypte, Syrië en Libanon na de Arabisch-Israëlische oorlog het jaar ervoor.
"Ons landgoed kwam daardoor deels aan de andere kant van de grens te liggen, binnen Israël." Vroeger mocht hij zijn landgoed nog bewerken onder speciale regelingen, maar dat is al jaren niet meer toegestaan. "Iedereen die er nu heen gaat, wordt gearresteerd."
Officieel is er geen oorlog op de bezette Westelijke Jordaanoever, maar er vinden steeds vaker incidenten plaats tussen Palestijnse gewapende milities en Israëlische strijdkrachten. Opvallend is het stijgende aantal dodelijke slachtoffers onder kinderen, hoger dan ooit sinds het Israëlische leger in 1967 de controle over het gebied overnam na de Zesdaagse Oorlog.
Tegelijkertijd is het kolonistengeweld sinds 7 oktober 2023 fors toegenomen en nog nooit zo extreem geweest. Toch valt dat alles in de schaduw van het bloedvergieten in Gaza, waar volgens cijfers van het door Hamas gecontroleerde ministerie van Volksgezondheid al meer dan 46.000 mensen zijn gedood.
"Israëli's hebben hun hart afgesloten"
"Er woont nu een kolonist pal in ons dorp", vervolgt Khaled. "Hij praat niet met ons, hij schiet. Elke dag weer. En Israël kijkt de andere kant op. Het leger loopt met hem mee alsof ze hem beschermen." Volgens Khaled was er vóór de oorlog nog enig toezicht op de Westelijke Jordaanoever, maar dat is volledig verdwenen. "Vandaag ben je gewoon een Arabier, zonder enige waarde. Schieten en doden, dat is alles."
De recente aankondiging van Yisrael Katz, de Israëlische minister van Defensie, gaat nog een stap verder. Zijn beleid markeert een ommekeer: kolonisten vallen niet langer onder administratieve detentie. De maatregel, bedoeld om geweld op de Westelijke Jordaanoever te beteugelen, geldt voortaan alleen nog voor Palestijnen. Voor kolonisten blijft straf uit, zelfs bij extreem geweld.
Israëli's hebben hun hart afgesloten: daar zette onze regering doelbewust op in, ze wilde ons verdoven
Roni
Khaled baart zich grote zorgen. "Ik sta op mijn eigen land, ik pluk olijven, maar alles is verboden. Spreken, protesteren, zelfs gewoon daar zijn." Zijn stem breekt, tranen vullen zijn ogen. "Ik ben ontzettend verdrietig. Ik heb 5 kinderen. Wat moet er met hen gebeuren?"
Roni knikt terwijl ze bij zijn kraampje iets koopt. "Na 7 oktober is er iets veranderd bij de Israëli’s", zegt ze zacht. "Ze hebben hun hart afgesloten. Daar zette onze regering doelbewust op in, ze wilde ons verdoven." Ze vreest dat het lang zal duren voordat mensen hun hart weer openen. "Maar dat is geen reden om zo tekeer te gaan tegen onschuldige boeren", stelt ze. "De nachtmerrie moet onmiddellijk stoppen."
Keppeltje met watermeloen
Ondanks het oplaaiende geweld heeft Roni geen angst om naar de Westelijke Jordaanoever te reizen. "We dragen geen wapens en zien er niet uit als kolonisten, integendeel." Sommige vredesactivisten hullen zich in keffiyehs, de iconische Palestijnse sjaal. Wat ooit begon als een boerenhoofddoek, draagt nu de gelaagdheid van een volk: landbouw, traditie en verzet, gevangen in een simpel stuk stof. Anderen dragen een keppeltje met een watermeloen erop, een subtiele knipoog naar de kleuren van de Palestijnse vlag: groen, rood en zwart.
Voor de Israëlische vredesactivisten is het meer dan een modeaccessoire. "Het is een politieke boodschap, een stilzwijgend bondgenootschap", legt een van hen uit. "Een wandelend manifest dat zegt: ik zie je, ik hoor je, ik sta naast je."
Maar niet iedereen komt alleen voor de politiek. Shulamit en haar gezin, religieus en toegewijd aan Joodse waarden, zien hun aanwezigheid hier als een morele plicht. "De bezetting moet stoppen", zegt Shulamit vastberaden. "Het is onze religieuze verantwoordelijkheid om verbinding te zoeken. We kunnen niet blijven negeren wat er gebeurt: bezetten, doden, ontmenselijken. Voor de toekomst van onze kinderen moeten we kiezen voor vrede. We kunnen niet blijven doen alsof de ander alleen maar slecht is."
Ze pauzeert. Haar adem stokt even, voordat ze vervolgt: "We begaan misdaden. Dat moet ophouden. Voor hen, en voor onszelf."
