Pommelien Thijs en haar Nederlandse collega-zangeres Meau bestormen zowel de Vlaamse als de Nederlandse hitlijsten met hun duet ‘Het midden’. En toch begrijpen ze elkaar niet altijd, geeft Pommelien Thijs toe in ‘Goeiemorgen morgen!’: “Je zou zelfs kunnen spreken van een taalbarrière.” Waarom verschilt het Vlaams zo grondig van het Nederlands? “Wij spreken liever tussentaal”, legt dialectoloog Chris De Wulf (UA) uit.
Waarom Pommelien Thijs en duetpartner Meau elkaar niet altijd begrijpen: "Vlamingen spreken liefst tussentaal"
Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in 'Goeiemorgen morgen!' (Radio2) samen met dialectoloog Chris De Wulf (UA) op zoek naar de oorsprong van bekende en minder bekende woorden in onze taal. Meer weten? Vorige week hebben ze het Antwerps dialect besproken.
Eén van de woorden die Meau niet begrijpt, is ‘goesting’, vertelt Thijs in Goeiemorgen: “Toen ik haar zei dat ik veel ‘goesting’ had om met haar een nummer te maken, fronste ze de wenkbrauwen.”
Dat klopt: goesting is één van de vele Vlaamse woorden die ze in Nederland niet gebruiken.
Van wie hebben we in Vlaanderen die ‘goesting’ gekregen? Niet van onze Spaanse bezetter, zoals sommigen denken: het is geen afgeleide van ‘gusta’, het Spaanse woord voor ‘leuk vinden’. Het is wel een leenwoord van het Oudfranse ‘goust’. Dat hebben we wel wat vernederlandst: we hebben er een ‘-ing’ achteraan geplakt.
Ook ‘froufrou’, het lievelingswoordje van de zangeressen, hebben we uit het Frans gehaald. Dat betekende in de 18e eeuw iets helemaal anders dan vandaag. Froufrou was toen het woord voor het lawaai dat chique dameskleding maakte. Dat geritsel kwam door de franjes die vaak aan die kleding hing. Nu verwijst die froufrou naar het soort van franje op het voorhoofd.
In Nederland heet zoiets een pony. En ja, dat verwijst naar de pony, het kleine paard. Dat hebben ze uit het Engels overgenomen. Het verwijst naar de manen die het diertje op het voorhoofd heeft hangen. Niet alleen mooi, maar ook praktisch, want het helpt om de vliegen uit hun ogen te houden.
Pommelien en Meau zingen samen, maar verstaan elkaar soms moeilijk: "Vlamingen spreken tussentaal, Nederlanders niet"
Het is niet zo dat Nederlanders helemaal geen woorden uit het Frans hebben geleend. Het zijn er alleen wat minder, en niet van die dagdagelijkse huis-tuin-en keukenwoorden zoals wij hebben. De chiquere woorden hebben ze wel. Die komen bijvoorbeeld uit de wetenschap, de cultuur of de politiek. Denk aan woorden als ‘comité’ of ‘etage’.
Er zal dus spraakverwarring tussen Nederlanders en Vlamingen blijven bestaan. Omdat we te weinig delen met elkaar: vroeger, toen het televisieaanbod nog beperkt was, keken wij Vlamingen vaak naar Nederlandse tv-programma’s. Sinds de komst van VTM in 1989 en andere commerciële zenders is dat gedaan. Nu delen we hooguit wat muziek en af en toe ook een televisieprogramma.
Wij spreken tenslotte ook liever tussentaal. Het Standaardnederlands is ons wat te stijf. Dialect vinden we dan weer niet gepast. Daarom hebben we onze eigen combinatie gemaakt.


