In Syrië hebben rebellen terrein veroverd bij een offensief tegen het regeringsleger. De rebellen zijn genaderd tot minder dan 10 kilometer van de grootstad Aleppo. Het is hun eerste territoriale opmars sinds een wapenstilstand van 2020. Bij de gevechten zijn meer dan 200 strijders gedood, zowel militairen van het regeringsleger als rebellen.
Geweld laait op in Syrië: rebellen veroveren voor het eerst sinds 2020 terrein op regeringsleger in buurt van Aleppo
De gevechten in het noordwesten van Syrië vormen de opvallendste escalatie in jaren. Verschillende rebellengroepen lanceerden gisteren een verrassingsoffensief in de provincie Aleppo, die onder controle staat van de regering van president Bashar al-Assad.
De gevechten zijn de hevigste sinds 2020, toen een wapenstilstand werd gesloten in Idlib, de provincie die grenst aan Aleppo en niét in handen is van de regering. Dat zegt het in Londen gevestigde Syrische Observatorium voor de Mensenrechten.
De organisatie zegt dat intussen meer dan 200 strijders bij de gevechten gedood zijn. Het gaat zowel om militairen van het regeringsleger als om rebellen. De rebellen maken deel uit van Hayat Tahrir al-Sham (HTS) en verschillende bondgenoten.
HTS is een jihadistische groepering die haar wortels heeft in Al Nusra, dat aanvankelijk werd gezien als de Syrische tak van Al Qaeda. Ze controleert grote delen van de provincie Idlib, maar is ook aanwezig in aangrenzend gebied in de provincies Aleppo, Hama en Latakia.
Gevechten in de buurt van Aleppo
De rebellen zouden genaderd zijn op minder dan 10 kilometer van Aleppo, de stad die in 2016 na jarenlange gevechten opnieuw in handen kwam van het Syrische regime.
Zeker 10 gebieden die onder controle waren van het Syrische leger, zouden bij de gevechten zijn veroverd. Het gaat om dorpen in het westen van de provincie Aleppo en een gebied van de provincie Idlib dat onder controle stond van de Syrische regering. Ook een militaire basis, verschillende wapendepots en pantservoertuigen zouden in handen zijn gekomen van de rebellen.
De gevechten zouden nog altijd aan de gang zijn. Er zou onder meer worden gevochten in de onmiddellijke omgeving van de metropool Aleppo, maar ook in de buurt van de strategisch belangrijke snelweg tussen Aleppo en de hoofdstad Damascus.
De rebellen zouden ook oprukken in de richting van 2 dorpen waar de door Iran gesteunde groep Hezbollah sterk staat. Iran is net als Rusland een steunpilaar van de Syrische regering.
De Syrische regering heeft intussen toegegeven dat het verliezen heeft geleden bij "een grote aanval". "Een groot aantal terroristen, met zware wapens, neemt dorpen en gemeenten in het vizier, en militaire stellingen", zegt het in een statement.
In de Amerikaanse krant The New York Times spreekt Charles Lister van denktank Middle East Institute van een aanval "van een gigantische betekenis". "Jaren geleden zou een offensief van deze schaal door het regime zijn teruggedrongen", meent hij. Volgens Lister hebben milities als HTS zwaar geïnvesteerd in hun militaire capaciteiten.
Regering regeert met luchtaanvallen
Het Syrische leger, gesteund door Rusland en wat het "bevriende strijdkrachten" noemt, reageerde vandaag met luchtaanvallen in de buurt van de grens met Turkije.
De rebellen zeggen dat hun aanval juist een reactie is op een toenemend aantal luchtaanvallen door de Syrische en vooral Russische luchtmacht op gebieden in het zuiden van de provincie Idlib.
Volgens de rebellen zijn het voorbije jaar meer dan 80 mensen, ook burgers, gedood bij aanvallen met drones op dorpen in rebellengebied. Ze zeggen ook dat het Syrische leger troepen opbouwt in de buurt van rebellengebied, en dat ze nieuwe aanvallen willen voorkomen.
De voorbije jaren gold er een relatieve rust in het noorden van Syrië, nadat in 2020 een wapenstilstand was overeengekomen tussen Rusland, steunpilaar van de Syrische regering, en Turkije, dat bepaalde rebellengroepen in de buurt van de grens met Turkije steunt.
De laatste tijd lijkt Turkije evenwel toenadering te zoeken tot het Syrische regime, wat de Syrische rebellen niet graag zien gebeuren.
Ook elders in Syrië is het al onrustig geweest
Ook elders in Syrië is het de voorbije 2 maanden trouwens onrustig geweest. Ongeveer gelijktijdig met zijn aanvallen op Libanon heeft Israël ook zijn luchtaanvallen op Syrië opgedreven. Israël zegt dat het wapenbevoorradingslijnen van de door Iran gesteunde militie Hezbollah viseert.
Eerder deze week bombardeerde het Israëlische leger een grensovergang tussen Syrië en Libanon. Israël zegt dat het wapenleveringen vanuit Syrië wil beletten.
Enkele dagen voordien voerde Israël ook luchtaanvallen uit op doelwitten van Hezbollah en andere door Iran gesteunde milities in Palmyra, in het centrum van Syrië. Bij die aanval en eerdere aanvallen zijn volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten tientallen strijders maar ook burgers gedood.
Sinds het begin van de oorlog in Syrië, in 2011, heeft het Israëlische leger honderden luchtaanvallen uitgevoerd op doelwitten in Syrië, zeker op de luchthavens. Israël communiceerde daar niet over, maar heeft wel meermaals gezegd dat het niet wil dat Iran zijn aanwezigheid in Syrië versterkt.
