Azerbeidzjan, het gastland voor deze VN-klimaattop, is een olie- en gasland, maar klopt zich op de borst dat het ook groen is en nog (veel) groener wil worden. Hoe zit dat precies? VRT NWS boekte een ticket voor de 'Green City Tour' bij de COP29-organisatie en zocht het uit.
Op 'Green City Tour' in Azerbeidzjan: hinken op groene gedachten in de bakermat van de olie-industrie
"Opgelet voor slangen en schorpioenen." We zijn aangekomen in het Garadagh Solar Power Station, een uurtje rijden van de hoofdstad Bakoe. Het reusachtige zonnepanelenpark ligt midden in een immens, dor gebied met enkel wat laag gras, en kale bergen op de achtergrond.
Hier is ruimte en zon. Het park ging vorig jaar open en is een van de paradepaardjes van het gastland in de marge van deze COP29. Voor we naar het uitzichtpunt rijden, overloopt site manager Hamil enkele veiligheidsregels voor buiten.
We krijgen nog enkele cijfers mee: het park heeft een capaciteit van 230 megawatt. Het kan groene stroom produceren voor 110.000 huishoudens en zou elk jaar 200.000 ton broeikasgassen kunnen uitsparen. Garadagh telt 570.000 zonnepanelen en is 5,2 vierkante kilometer groot.
We hebben 631 groene robots om de zonnepanelen regelmatig te poetsen, op groene stroom
Gids Rajab over de installatie
Het panorama boven op een langzaam oplopende helling is indrukwekkend. De panelen roteren op een vlakke stang en passen zich zo aan aan de zonnestand. Af en toe is er een licht geratel te horen als ze een beetje draaien. Hier wordt groene energie opgewekt.
"'s Avonds na 19 uur worden de panelen gepoetst door robots", vertelt gids Rajab. "Daarvoor hebben we 631 robots ter beschikking. Afhankelijk van hoeveel stof er is, worden ze ingezet, desnoods elke avond. Ze gebruiken de groene energie van hier en poetsen zonder water."
Aandeel van groen in energiemix groeit snel
Het potentieel voor zonneparken in Azerbeidzjan, dat 3 keer groter is dan België, is enorm. En toch. Wanneer we vragen hoeveel deze site vertegenwoordigt in de energiemix van het land, blijven ze het antwoord schuldig.
Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) bedroeg het aandeel van groene energie in de totale energiemix tot vorig jaar 2,5 procent, maar daar was deze centrale nog niet bijgeteld. Intussen zou het aandeel zijn opgeklommen naar 7 procent. Het doel van de Azeri's is om tegen 2030 naar 30 procent te klimmen. "Er zijn nog 2 zonneparken en 1 windmolenpark op komst", zegt Rajab daarover.
"Zwaar onvoldoende"
Toch leunt het land, ondanks zijn enorme groene potentieel, nog heel erg op olie en gas, want die natuurlijke rijkdommen zijn er natuurlijk ook in overvloed aanwezig. President Aliyev noemde ze in zijn speech op de COP "een geschenk van God" dat je maar beter kan benutten. 90 procent van de export zou betrekking hebben op fossiele brandstoffen.
De EU mag dan wel kritisch kijken naar het klimaatbeleid van Azerbeidzjan, het is ook een van de afnemers van hun gas.
Net voor de COP kreeg Azerbeidzjan wegens zijn olie- en gasplannen voor de komende jaren overigens een zware onvoldoende voor zijn klimaatbeleid. Dat slechte rapport kwam van de experts van Climate Action Tracker , die wereldwijd de klimaatinspanningen van landen kritisch bekijken.
The Green Port of Baku
We rijden door fraaie, weidse landschappen verder richting de Green Port of Baku, een haven zowat 70 kilometer ten zuiden van de hoofdstad. Het is de poort voor handel over de Kaspische Zee en een link op de oude Zijderoute, de grote handelsroute tussen Azië en Europa. De tweede stop is een ander groen project dat het gastland wil voorstellen.
In het havengebouw mogen we plaatsnemen aan een grote tafel waar een video wordt gestart over de groene plannen, gevolgd door een promotiepraatje.
De haven gaat haar eigen stroom opwekken en die opslaan in batterijen
Promotiefilmpje over de haven van Bakoe
De haven verhandelt 15 miljoen ton aan goederen per jaar - ongeveer een derde van wat in Zeebrugge passeert. Ze wil zelf groene stroom opwekken - op de daken van loodsen bijvoorbeeld - en volledig energie-onafhankelijk worden.
Er worden sets batterijen geïnstalleerd om overtollige energie op te slaan en weer te kunnen gebruiken als er een periode geen zon is. De duurzame plannen hebben vooral betrekking op de haven zelf. Over de voetafdruk van de geïmporteerde goederen en de uitstoot van de schepen horen we niets.
Van vrouwelijke werknemers tot vogels
In de promotievideo komt zelfs het genderdebat aan bod: het percentage aan vrouwelijke werknemers is er verdubbeld naar 11 procent en moet verder doorstijgen naar 20 procent. Voorts worden er bomen aangeplant en wordt het afvalwater lokaal behandeld.
Dit gezegd zijnde: onlangs plaatste Radio Free Europe nog een video op X waarin ze tonen hoe onbehandeld afvalwater in de Kaspische Zee wordt geloosd in de buurt van Bakoe. Collega-journalisten op de rondleiding die hier al wat langer zijn, vertellen me dat het water van de zee in en om Bakoe niet proper is en dat ze er niet zouden willen zwemmen.
Ik denk spontaan terug aan de promotievideo van de haven, waarin ze het hadden over de vele vogelsoorten die in de buurt leven. Het havenproject lijkt een goed begin, maar er is evengoed nog werk aan de winkel.
De Zwarte en de Witte Stad
We stappen na een lunchpauze opnieuw in het busje. Hier en daar is een kleine kudde schapen te zien, of een verdwaalde oude Lada. Wat verder, op de grote weg, lopen dan weer pijpleidingen langs de snelweg.
We komen opnieuw aan in Bakoe, in de White City. Die is zo genoemd om het contrast te maken met het stadsdeel dat vroeger op dezelfde plek lag en de Black City heette. Dat was omdat er ruim 200 jaar geleden olie werd ontdekt.
Villa Petrolea over oliebaronnen
Die ontdekking was niet zo moeilijk: de olie kwam er letterlijk aan het oppervlak en stroomde er in riviertjes, vertelt gids Fuhad. De broers Ludvig en Robert Nobel zagen hun kans en begonnen er zowat 150 jaar terug een olie-imperium. Het was een ondernemende familie, want een andere broer, Alfred, kennen we van de uitvinding van dynamiet.
Het gebied wordt ook wel eens de bakermat van de olie genoemd. Het oude huis van de oliebroers, Villa Petrolea, is nu een museum. Er hangen onder meer foto's van die beginperiode, met arbeiders die letterlijk niet enkel hun handen, maar hun hele lijf moesten vuilmaken.
Vroeger was dit letterlijk een zwart gebied, waar de olie aan de oppervlakte kwam
Villa Petrolea-gids Fuhad
Het contrast tussen de moderne stadswijk van nu en de foto's van vroeger is groot. "Vroeger was dit (letterlijk) een zwart gebied, daarna hebben we er bomen en huizen geplant en er een mooi stadsdeel van gemaakt," vertelt de gids.
De vraag of de plek symbolisch misschien ook het einde van olie kan worden op COP29, brengt hem even in moeilijkheden, want 2 collega's van de organisatie luisteren aandachtig mee. "Olie is niet enkel belangrijk voor Azerbeidzjan of andere olie- of gaslanden, maar voor iedereen. Wij houden ook van de natuur. Daar willen we zeker ook zorg voor dragen", klinkt het.
Ook de White City is een uithangbord van de COP. Maar niks is zwart-wit, weten we ondertussen. Ook niet in Azerbeidzjan.


