De 2 broers, van 27 en 31 jaar, hebben van de jury van het hof van assisen respectievelijk 8 en 10 jaar cel gekregen. Ze stonden terecht voor doodslag op hun vriend van 29 jaar in Aalst. Maar volgens de jury ging het niet om doodslag. Ze zijn wel schuldig aan het toedienen van opzettelijke slagen en verwondingen zonder het doel te doden, maar wel met de dood tot gevolg. De feiten werden niet uitgelokt, oordeelde de jury van het Gentse hof van assisen.
De feiten gebeurden drie jaar geleden in een fabriekspand in de Victor Bocquéstraat in Aalst. De hulpdiensten werden opgeroepen door een omwonende die meldde dat in het pand iemand in elkaar werd geslagen. De politie trof er beide broers aan. Op de grond lag hun vriend. Die werd in levensgevaar overgebracht naar het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst, waar hij een maand later overleed aan een zwaar hoofd- en hersentrauma.
Uit de afgenomen bloedstalen bleek dat de broers recent cocaïne hadden gebruikt en ook het bloed van het slachtoffer wees op gebruik van cocaïne. Tijdens de verhoren waren er verschillende verklaringen wat er precies gebeurd is. De twee broers toonden spijt, maar ze betwistten de kwalificatie van doodslag.
Het gebruikte geweld was wel "intenser en langduriger" dan de broers beweerden, besloot de jury. "De beschuldigden hebben toegegeven dat ze opzettelijke slagen toebrachten aan het slachtoffer. Een broer erkende dat hij minstens één, maar mogelijk enkele trappen heeft gegeven, en ook de andere broer zei dat hij minstens één trap maar mogelijk verschillende had toegebracht. Die verklaring is ongeloofwaardig, gelet op de verklaring van de wetsdokter," liet de jury weten. De verdediging had ook de uitlokking gepleit, maar daar was volgens de jury geen sprake van.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


