1.000 dagen duurt de oorlog in Oekraïne nu en nog altijd houdt het land onverminderd stand tegen Rusland. VRT NWS volgde een eenheid van de 92e brigade tot aan de grens, waar ze met Amerikaanse granaten Russisch grondgebied beschieten. "We verdedigen ons land zolang dat nodig is."
VRT NWS in het spoor van 92e brigade van Oekraïne aan het front: "We doen alles wat nodig is om Rusland tegen te houden, nu al 1.000 dagen"
We bevinden ons in de uitgestrekte bossen langs de Oekraïens-Russische grens. Egor (32), lid van de 92e brigade, manoeuvreert moeizaam door de modder. "En dan moet het regenseizoen nog beginnen", mompelt hij. We zijn onderweg naar een artilleriepositie, waar al wekenlang 155mm-granaten richting Rusland worden afgevuurd.
Onderweg passeren we verwoeste verdedigingsstellingen. "Russische posities die we tijdens ons offensief in de herfst van 2022 hebben heroverd", zegt Egor. Uitgebrande autowrakken en half ingestorte checkpoints flitsen voorbij.
De radio kraakt. Egor meldt onze aanwezigheid. "Om misverstanden te voorkomen. De Russische posities liggen tenslotte slechts een kilometer of zeven verderop." Hij parkeert de wagen en we worden ontvangen door een half dozijn mannen in militaire uitrusting. De sfeer is verrassend ontspannen. Er wordt koffie gedronken en gerookt.
Commandant Sergej stelt zijn team voor en legt uit: "Dit is onze basis. We blijven hier in shiften van 2 weken, dag en nacht paraat om te schieten." De soldaten hier maken gebruik van westers materieel, zoals de Amerikaanse M109-houwitser, een zelfrijdend artilleriesysteem dat dagelijks wordt ingezet.
In de modder, aan het front
De leefomstandigheden zijn rudimentair. Een veldkeuken biedt slechts basisvoorzieningen: een gasvuurtje, flessenwater en oploskoffie. In een zak aan een boom hangen wat verse groenten. Slapen doen ze in een bunker verderop. "Zo gaat dat, 2 weken aan een stuk", voegt hij toe.
Plots klinkt een onheilspellend gezoem. Sergej slaat alarm. "Een Russische verkenningsdrone, zoek dekking", beveelt hij. "Als ze ons lokaliseren, komt onze missie in het gedrang."
Een halfuur lang houden we ons schuil. Dan komt het verlossende bericht over de radio: "De drone is verdwenen, we kunnen aan de slag." De ploeg beweegt als een goed geoliede machine. Een van de soldaten verdwijnt in een ondergrondse schuilplaats en verschijnt even later achter het stuur van een Amerikaans artilleriesysteem, een M109 Houwitser.
Moeiteloos baant het voertuig zich een weg door de modder tot de juiste schietpositie. Coördinaten worden doorgegeven, de loop wordt nauwkeurig afgesteld, en een granaat van 155 millimeter wordt geladen. "Klaar? Vuur!" De cabine davert onder de schokgolf, die door merg en been gaat. Er volgen nog enkele schoten.
Wanneer de doelen zijn geraakt, wordt het artilleriesysteem weer ondergronds geparkeerd, om uit het zicht te blijven van vijandelijke drones.
"Politiek interesseert ons niet"
Commandant Sergej licht toe: "We vuren al maanden op Russisch grondgebied, vooral sinds mei dit jaar, toen Rusland een offensief lanceerde in de richting van Charkiv. We doen niets anders dan onszelf verdedigen en de Russen uit ons land houden."
Hij benadrukt dat ze op militaire doelen mikken en benadrukt dat de artilleristen geen andere keuze hebben. "Dit is oorlog, en als wij niet schieten, doen zij het."
Over de recente beslissing van de Amerikaanse president Joe Biden om ATACMS-raketten, met een bereik van zo’n 300 kilometer, in te zetten in de regio Koersk, is Sergej sceptisch. "Het is veel te laat. Rusland zag het aankomen en heeft zich voorbereid." Hij kijkt kort naar zijn mannen. "Voor ons maakt het hier weinig verschil."
Hij vervolgt: "Wij leven hier in een andere realiteit. Politiek maakt voor ons weinig uit. Wij doen wat nodig is om Oekraïners te beschermen en de Russen tegen te houden. Iemand moet het doen. Vandaag hebben we voldoende munitie om vol te houden. Als dat verandert, zullen we ons wel aanpassen. We doen het tenslotte al 1.000 dagen."
Schuilen voor zweefbommen
Onderweg terug naar het kamp klinken luide explosies. Iedereen zet het op een lopen en duikt de bunker in. "We worden dagelijks zwaar beschoten", vertelt Vladimir, de chauffeur van de Houwitser, eens binnen in de veel te krappe bunker, die tevens als slaapplek fungeert. "Vooral ‘s nachts is het oorverdovend. Russische drones met thermische camera’s maken ons kwetsbaar. Veel meer dan schuilen zit er dan niet in."
De mannen vrezen vooral de zweefbommen, krachtige geleide projectielen die tientallen kilometers ver reiken en vanuit Rusland worden afgevuurd. "We hebben al vaak geluk gehad", zegt Sergej. "Als zo’n bom in de buurt inslaat, is het gedaan. Hopelijk kunnen westerse raketten deze vliegtuigen snel uitschakelen."
In de bunker zorgt een generator voor elektriciteit. Telefoons kunnen opgeladen worden en er brandt licht. "Gelukkig kunnen we onze families bellen als de hel losbarst", zegt Vladimir.
Egor, afkomstig uit Kryvy Rih, de geboortestad van president Zelenski, vertelt over zijn gezin. "Mijn vrouw woont intussen in Polen, nu Rusland opnieuw heviger bombardeert. Gelukkig maar." Hij slikt even wanneer we doorvragen. "Ik heb een zoontje, Matthew. Hij is zes maanden oud. Ik heb hem pas één keer gezien. Het is zwaar. Maar we weten waarvoor we vechten. Ooit komt er een einde aan deze oorlog."


