Toby Alderweireld stopte bij de Rode Duivels omdat hij last kreeg van paniekaanvallen, zo getuigt hij in Het huis. Ook iemand die extreem fit is kan dus overvallen worden door symptomen als een bonzend hart en een gevoel van ademnood. Wat gebeurt er eigenlijk bij zo'n paniekaanval en wie maakt het mee? We zetten enkele antwoorden op een rij.
Na de getuigenis van Toby Alderweireld: wat is een paniekaanval? En wie loopt er risico?
Wat gebeurt er?
Je voelt je hart bonzen, kan moeilijk ademen of wordt duizelig. Misschien hoor je wel geluiden maar versta je niet meer wat mensen zeggen of zie je plots zwarte vlekken. Of je beeft, zweet, en je vingers of mond tintelen. Dat zijn voorbeelden van hoe mensen een paniekaanval ervaren.
De trigger is angst, volgens psychiater Dirk De Wachter. "Er is een klik in de hersenen die ertoe leidt dat er plots een angst verschijnt zonder dat er een angstfactor aanwezig is". Vals alarm, zeg maar. "De lichamelijke verschijnselen zorgen ervoor dat de paniek groter en groter wordt".
Je lichaam doet van alles dat niet lijkt te kloppen
Crisispsychiater Thomas Pattyn
Je lichaam reageert dus op gevaar dat er niet (acuut) is. "Je lichaam kan in twee modussen zijn: een rustmodus of een actieve, alerte modus. Bij die laatste bereidt je lichaam zich voor om te vluchten of te vechten, bijvoorbeeld als je aangevallen zou worden", zegt Thomas Pattyn, crisispsychiater in Multiversum. "Maar je wórdt niet aangevallen. Dus je lichaam doet van alles dat niet lijkt te kloppen".
"Meestal duurt het maar enkele minuten, misschien tot een kwartier. Al voelt dat doordat het zo intens is vaak langer aan. En dan is er nog de nasleep: mensen hebben soms wel een halfuur nodig voor ze zich terug zichzelf voelen".
Is het gevaarlijk?
"Ik dacht dat ik doodging", getuigt Alderweireld. In een periode van veel stress begon zijn hart onverwacht snel te bonzen. "Daarvan kreeg ik een paniekaanval, waardoor mijn hart nog sneller ging slaan. Op een bepaald moment denk je dat je een hartaanval krijgt".
Die vergelijking komt wel vaker voor in getuigenissen. "Mensen komen los van de realiteit en van zichzelf. Ze hebben het gevoel dat het met iemand anders gebeurt en dat ze de controle over hun lichaam kwijtraken", hoort Pattyn bij patiënten. "Ik word zot, zeggen ze soms". Maar het is dus geen hartaanval en in die zin ongevaarlijk.
Wie heeft er vooral last van?
Zowel bijzonder fitte als minder fitte mensen kunnen er last van krijgen en een rechtstreekse link met hartproblemen is er niet. "Wie door ziekte hart- of ademhalingsproblemen heeft, kan daar op een gegeven moment wel van in paniek raken. En omgekeerd is het voor mensen met een zwak hart natuurlijk niet goed als hun hart ineens razendsnel begint te kloppen. Dat is zoals iemand die met een zwak hart plots heel hard gaat sporten".
Is het dan toeval dat net een topsporter er last van krijgt? Zeker niet, zegt Pattyn. "We kennen hem omdat hij voetbalt op hoog niveau. Daar hoort heel veel stress bij. Bij een paniekaanval is er altijd een vorm van stress, vaak langdurig. Mensen hebben er dan lange tijd mee kunnen omgaan, maar op een bepaald moment wordt het te veel of komt er nóg stress bij".
Ook mensen die heel goed kunnen omgaan met stress, lopen een risico, omdat ze niet beseffen dat ze zoveel stress hebben
Crisispsychiater Thomas Pattyn
Hoe je met stress omgaat, speelt dan ook een grote rol. "Als je niet goed kan omgaan met bedreigende situaties, bijvoorbeeld omdat je dat als kind niet geleerd hebt, krijg je sneller paniekaanvallen. Maar ook net als je héél goed tegen stress kan, kan je plots een punt bereiken waarop je een aanval krijgt, omdat je je niet bewust bent van die chronische stress".
En er zijn nog enkele factoren die het risico op of de frequentie van de aanvallen mee bepalen. "30 à 40 procent van je risico wordt genetisch bepaald", zegt professor Koen Schruers van de Universiteit Maastricht in De wereld van Sofie. "Ook hormonen spelen een rol, zeker vrouwelijke hormonen hebben een sterke impact op de frequentie". En dan is er je levensstijl: "roken, veel alcohol drinken en dan plots stoppen, xtc, amfetamines, cocaïne, ....".
Wat moet je doen bij een paniekaanval?
Alderweireld vertelt ook hoe hij kort voor zijn eerste paniekaanval een cafeïnepilletje genomen had voor zijn krachttraining, want koffie lust hij niet. "Dat kan ook een trigger zijn, maar zeker niet de oorzaak. Was het geen cafeïne geweest, dan wel iets anders", zegt Pattyn.
Hoeveel mensen krijgen het?
Iedereen kan dus een paniekaanval krijgen. Het overkomt 22 à 24 procent van de mensen minstens één keer in hun leven. "Vaak kadert dat dan wel in een uitzonderlijke situatie", duidt Pattyn. "Bijvoorbeeld eens ze aan de kant staan na een verkeersongeval".
"Als mensen meerdere paniekaanvallen krijgen en die staan hun functioneren in de weg, bijvoorbeeld als ze er niet door kunnen gaan werken, dan spreken we van een paniekstoornis. Rond de 2 procent van de bevolking lijdt daaraan."
Dat cijfer lijkt voorlopig niet te stijgen, al is die perceptie er soms wel. "We vermoeden dat er vooral meer over gesproken wordt. Vroeger dachten mensen dat ze even iets aan hun hart hadden, terwijl ze nu ook deze verklaring overwegen".
Wat kan je eraan doen?
"Als je het nog nooit hebt meegemaakt, zoek dan medische hulp. Eerst moet je uitsluiten of er toch een medisch probleem is, bijvoorbeeld aan je hart", zegt Pattyn. Ook omstanders die geen idee hebben wat er aan de hand is, kunnen beter een ambulance bellen dan uitgaan van een paniekaanval. "Weet die persoon zelf dat het een paniekaanval is, blijf dan bij die persoon en spreek dat ook uit: "ik blijf bij jou tot het voorbij is". Veel mensen ervaren dat als geruststellend".
Sommige mensen hebben dezelfde klachten en beslissen om ermee door te gaan. Ook dat is oké
Crisispsychiater Thomas Pattyn
"Op het moment dat je zelf een paniekaanval krijgt, kan je het alleen maar laten gebeuren. Dat klinkt heel simplistisch, maar van nature ga je vluchten, terwijl je het moet uitzitten. En daar kunnen we op oefenen in cognitieve gedragstherapie. Indien nodig kunnen antidepressiva ook voorgeschreven worden ter ondersteuning, of als het occasioneel gebeurt, een kalmeermiddel voor tijdens de aanval".
Zo kan je er beter mee leven, maar gaat het dan nooit weg? "Daarvoor moet je iets veranderen", zoals Alderweireld deed. "Als je niets doet aan de omstandigheden, gaat de stress niet weg, en die is de oorzaak", legt Pattyn uit. "Al heb je ook mensen die dezelfde klachten hebben en er toch mee door gaan. Ze willen die 'prijs' betalen voor het boeiende leven dat ze hebben. Ook die keuze is oké".
Wat in elk geval al zou helpen om ermee om te gaan én het te voorkomen, is bewustzijn. "Het is zo belangrijk dat we bewust bezig zijn met lichamelijke gewaarwordingen. Niet met de idee dat stress er niet mag zijn, stress is normaal in het leven. Maar als je niet doorhebt dat je stress hebt, kan je er niks mee doen", besluit Pattyn.

