Hoe erfelijk is muzikaal talent? De vraag dringt zich op nu zowel de kleinzoon van Louis Neefs, Lenn, als Lisa Van Rossem, de zus van Metejoor, deelnemen aan Eurosong. De VRT NWS-podcast 'Het kwartier' ging te rade bij de Nederlandse wetenschapper Laura Wesseldijk die onderzoek doet naar genetica en muzikaliteit. "Het is een complex samenspel van de genen en je omgeving", legt zij uit.
Nu kleinzoon van Louis Neefs en zus van Metejoor deelnemen aan Eurosong: hoe erfelijk is muzikaal talent?
De Jacksons, Whitney Houston, U2-zanger Bono en zoon Elijah (van de band Inhaler), Beyoncé en zus Solange Knowles: het zijn maar enkele voorbeelden van families waarin het muzikale talent wel met de paplepel doorgegeven lijkt te zijn. De familie van de klassieke componist Johann Sebastian Bach bestond zelfs uit meer dan 50 zeer getalenteerde muzikanten.
En dichter bij huis zien we het ook: Angèle en Roméo Elvis, Koen en Kris Wauters, Lisa (Leez) en Joris (Metejoor) Van Rossem en de familie Neefs: Louis, Günther en Lenn. Lenn en Lisa nemen nu allebei deel aan Eurosong 2025 en zijn dus kandidaat om ons land volgend jaar te vertegenwoordigen op het Songfestival.
Maar is muzikaliteit erfelijk? Hoe werkt het? En valt die muzikaliteit in een familie dan te voorspellen? De VRT NWS-podcast Het Kwartier vraagt het vandaag aan Laura Wesseldijk. Zij is onderzoeker in gedragsgenetica voor muzikaliteit bij het Max Planck Instituut voor empirische esthetiek en doet onderzoek naar hoe genen en omgeving samenwerken bij de ontwikkeling van muzikale vaardigheden.
Ontheemding in Gaza. Wat is een goede straf op school? En is zangtalent erfelijk?
Tweelingstudies
Tweelingstudies die al sinds begin 20e eeuw worden uitgevoerd, hebben aangetoond dat zowel genetische factoren als de omgeving een rol spelen bij zangtalent. "De erfelijkheid komt neer op ongeveer 40 procent", legt Wesseldijk uit.
"Dat betekent niet dat in een persoon 40 procent van het zangtalent uit genen komt. Die mate van erfelijkheid zegt iets over de gehele bevolking. Waarom sommige mensen heel goed, een beetje of niet kunnen zingen wordt voor 40 procent bepaald door genetische verschillen tussen die mensen en voor 60 procent door omgevingsverschillen."
In die tweelingstudies zijn identieke tweelingen (die 100 procent van hun DNA delen) en niet-identieke (die gemiddeld 50 procent van hun DNA delen, net als gewone broers en zussen) met elkaar vergeleken. "Als in een identieke tweeling iemand goed kan zingen, zal zijn of haar co-tweeling dat bijna ook altijd kunnen. Bij non-identieke tweelingen is die gelijkenis veel minder vaak te zien. Dan wordt er dus geconcludeerd dat genetische factoren een rol spelen."
Blijf vooral muzikaal bezig, ongeacht je DNA
Laura Wesseldijk, onderzoeker
Maar er is niet slechts 1 gen voor muzikaliteit. Dit soort studies zijn voor allerlei aspecten van muzikaliteit uitgevoerd, gaat Wesseldijk verder. "Voor ritme kunnen houden, melodieën onderscheiden, maar ook: hoeveel luister je naar muziek, hoe vaak oefen je, ... dat is deels ook allemaal door genetica bepaald. Het enige is wel: het ene is wat meer erfelijk dan het andere, bijvoorbeeld ritme is iets meer bepaald door genetische factoren dan het kunnen onderscheiden van verschillende toonhoogtes."
"Erfelijkheid wordt ook belangrijker naarmate je ouder wordt. De (familie)-omgeving speelt een grotere rol tijdens je jeugd. Als iets deels erfelijk is, wil het ook niet zeggen dat het vastligt, een omgeving kan echt DNA en genetica maken of breken. Blijf vooral muzikaal bezig, ongeacht je DNA."
"Complex samenspel tussen genen en omgeving"
Maar in welke omgeving iemand opgroeit en welke impulsen die daar krijgt, spelen ook een belangrijke rol. Je kan dus niet zomaar voorspellen wie er een goede zanger of muzikant zal worden en wie niet.
"De genen en de omgeving zijn nauw met elkaar verbonden", legt Wesseldijk uit. "Dat is een complex samenspel. Iemand kan geboren worden met het perfecte genetische pakketje, maar nooit een instrument in handen krijgen en dan komt het nooit tot uiting. Terwijl je het dankzij je omgeving ook heel ver kan schoppen."
Tweelingstudies schatten de erfelijkheid in, maar sinds de ontdekking van de DNA-helix in 1953 kan ook gemeten worden welke genen (en waar ze liggen) van invloed zijn op bepaald menselijk gedrag. "Er is een grote studie gedaan om te kijken waar in het DNA er varianten zijn die geasssocieerd kunnen worden met of je in de maat kunt klappen of niet. Die informatie kan je gebruiken om te proberen voorspellingen te maken bij mensen."
Op individueel niveau kunnen we geen genetische voorspellingen maken
Laura Wesseldijk, onderzoeker
Wesseldijk gebruikte een DNA-analyse van haarlokken van Beethoven, die inzicht gaf in verschillende medische aandoeningen en zijn afkomst, voor haar eigen studie naar muzikaliteit.
"Dat is een mooie illustratie geworden van het feit dat we er nog niet zijn. Beethoven scoorde immers verschrikkelijk laag op genetische aanleg voor in de maat kunnen klappen. Terwijl hij natuurlijk een van de grootste genieën is uit de muziekgeschiedenis."
"Dit laat zien dat het risicovol en gevaarlijk is en dat we ons ervan bewust moeten zijn dat we niet op individueel niveau genetische voorspellingen kunnen maken."
Voor een gedegen onderzoek naar muzikaliteit zijn dus gigantische groepen mensen nodig, van wie zowel het DNA als hun muzikaliteit geanalyseerd moet worden.
"Zangtalent clustert in families Van Rossem en Neefs"
Toch houdt het idee van een muzikale familie wel degelijk steek. "Als iets door genen beïnvloed wordt, zal het onvermijdelijk zijn dat gedrag gaat clusteren in families, wat wil zeggen dat als er 1 persoon goed kan zingen in een familie, de kans groter is dat er nog personen goed zullen kunnen zingen", benadrukt Wesseldijk. De ouders van Metejoor en Leez zijn ook muzikaal aangelegd, al hebben zij er hun beroep niet van gemaakt.
"Het lijkt me wel heel erg duidelijk dat zangtalent in de families Van Rossem en Neefs clustert, aangezien ze allemaal erg mooi kunnen zingen", concludeert Wesseldijk. "De familie-Neefs is zeker een speciaal voorbeeld, met een opa, een vader en een zoon, wat natuurlijk niet verbazingwekkend is aangezien genetische factoren een rol spelen bij zangtalent."
"Familie-omgevingsinvloeden zijn ook zeer belangrijk. Naast het feit dat deze mensen natuurlijk het genetische pakketje meekrijgen dat hen waarschijnlijk een voordeel kan geven, zullen ze zeer waarschijnlijk ook opgroeien op een plaats waar misschien instrumenten aanwezig zijn, waar ze meegenomen worden naar concerten of waar muzieklessen worden aangeboden. Dat is natuurlijk een ideaal pakket om zangtalent te ontwikkelen."

