Nergens in Europa zijn zoveel sodomieten vervolgd en verbrand in de late middeleeuwen als in onze contreien. Dat blijkt uit onderzoek van historicus Jonas Roelens, die zijn bevindingen bundelde in 'De onuitspreekbare zonde'. "Er is geen enkele stad ten noorden van de Alpen waar zoveel sodomieten werden verbrand als Brugge in de 15e eeuw."
Van verbanningen tot brandstapels: steden in onze contreien waren 'koplopers' van sodomietenvervolgingen in late middeleeuwen
In 'De onuitspreekbare zonde' wil historicus Jonas Roelens het wél over zondes hebben. Meer bepaald de zonde van sodomie, een enorm taboe in de (late) middeleeuwen. "Dat is een Bijbelse term die verwijst naar twee steden, Sodom en Gomorra, waarvan de mannen seks met elkaar hadden. Dat kon volgens God niet door de beugel. Hij vernietigde de steden met vuur en zwavel", zegt Roelens in 'Nieuwe feiten' op Radio 1.
"De term werd vervolgens in de middeleeuwen gebruikt om te verwijzen naar allerlei vormen van seksualiteit die taboe waren", legt Roelens uit. Niet enkel seks tussen 2 mannen dus, zoals in het Bijbelverhaal, al was dat wel de dominante connotatie die aan de term verbonden werd.
"Eigenlijk gaat het om alle zaken die niet op voortplanting gericht zijn. Dus daar vallen ook masturbatie, bestialiteit en kindermisbruik onder. Je hebt 'natuurlijke zonden', zoals overspel en prostitutie, maar die werden minder erg bevonden dan deze 'onnatuurlijke zonden', omdat er nog een kind uit kon voortkomen."
Feestelijke 'zuiveringen'
Die 'onnatuurlijke zonden' werden niet zomaar getolereerd. "In de Lage Landen werd er vaak een gruwelijke doodstraf aan gegeven: je werd tot de brandstapel veroordeeld. Dat is een letterlijke verwijzing naar het Bijbelse verhaal, maar heeft ook een symbolische betekenis van een zuiverend effect. De persoon wordt zo echt weggewist uit het stedelijk geheugen."
De sterftegraad in de Lage Landen ligt op 60 procent, tijdens de Spaanse Inquisitie was dat maar 10 à 15 procent
Jonas Roelens, historicus
Dat waren grootse, triomfantelijke evenementen. "Ze vonden plaats op een openbare plaats, zoals aan de stadspoorten of op een groot plein, met een groot publiek, liedjes en een parade", zegt Roelens, die het vergelijkt met een spionkop in het voetbal of een stevig feestje.
België als koploper
Die vervolgingen kwamen in heel Europa voor, met een piek in de 15e en 16e eeuw, zeker in Zuid-Europa. "Maar het moet gezegd dat onze regio, de zuidelijke Nederlanden, helaas een van de koplopers was", zegt Roelens.
"Meer zelfs: er is geen enkele stad ten noorden van de Alpen waar zoveel sodomieten verbrand werden in de 15e eeuw als in Brugge. Ook in steden als Gent en Leuven lagen de cijfers hoger dan in Frankrijk of het huidige Nederland."
In de late middeleeuwen werd sodomie het hardst aangepakt in... België
Aan levenslange verbanning, geselingen en enorme brandstapels hier dus geen gebrek. "Er was een zeer streng regime bezig, zeker als je dat vergelijkt met het buitenland. De sterftegraad in de Lage Landen ligt op 60 procent. Dat is een gigantisch getal. Ter vergelijking: tijdens de Spaanse Inquisitie ligt het sterftecijfer op 10 à 15 procent, ook al heeft die rechtbank een strenge reputatie."
Op zoek naar een zondebok
Waarom er precies in steden als Gent en Brugge zoveel homohaat aan de orde was, is voer voor debat. Roelens heeft zo zijn eigen theorie. "Die leunt aan bij de zondeboktheorie. Het stelt dat maatschappijen die het moeilijk hebben, de nood hebben om een minderheidsgroep met de vinger te wijzen."
In de 15e eeuw werden sodomieten als zondebok bestempeld. "Zeker in Brugge", zegt Roelens. "Het gaat er op dat moment niet goed: er waren stedelijke revoltes, de stad kwam in opstand tegen de heerser, de handelaars trokken steeds vaker weg, het Zwin was aan het verzanden…" De hoogdagen van de 13e en 14e eeuw waren met andere woorden ver te zoeken.
Je kan pagina’s lang over de banale diefstal van een bol wol lezen, maar als het gaat over sodomie wordt vaak gewoon gefocust op de kosten van de verbranding
Jonas Roelens, historicus
"Bepaalde groepen namen de touwtjes in handen en bestraften de sodomieten. Daarbij leefde het idee dat als zij het niet deden, God opnieuw zou ingrijpen met hongersnood, oorlog, de pest of ander economisch onheil." Waar de pest passeerde, werden veroordelingen ook meteen aangescherpt, weet Roelens.
Het onzichtbare onthullen
Om het sodomie en de vervolging ervan door de geschiedenis heen in kaart te brengen, dook Roelens in de archieven. Al was dit niet altijd even simpel. "De onuitspreekbaarheid van sodomie is ook in juridische bronnen aanwezig", zegt hij. "Je kan pagina’s lang over de banale diefstal van een bol wol lezen, maar als het gaat over sodomie wordt vaak gewoon gefocust op de kosten van de verbranding. Je blijft vaak gefrustreerd achter: was het een onenightstand? Een jarenlange relatie?"
"Gelukkig zijn er ook vonnissen en getuigenverslagen op stedelijk niveau, waar wel details te vinden zijn." Bepaalde badhuizen en stadspoorten stonden gekend als 'dateplaatsen'. "Het valt ook op dat mensen het redelijk publiek doen: in een herberg, in een slaapzaal, in kerken, velden, het hospitaal… geen plek is te gek waar geen sodomie gepleegd werd."
"Het zijn niet de verhalen die je in de traditionele geschiedenislessen krijgt of in de standaardrondleiding hoort", zegt Roelens. "Toch vind ik het belangrijk om dat soort verhalen te vertellen. Hoe je als samenleving omgaat met minderheidsgroepen, zegt misschien wel evenveel als de pracht en praal van de Vlaamse primitieven op dat moment."
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen

