Energiebedrijf Engie en kalkproducent Carmeuse zetten het project voor een industriële installatie voor koolstofafvang en -gebruik in Charleroi stop. Ze verwijzen daarvoor in een persbericht naar "economische en reglementaire redenen".
Met het Columbusproject wilden Engie en Carmeuse in samenwerking met technische partner John Cockerill de CO2-uitstoot van een nieuw type kalkoven opvangen en nadien combineren met groene waterstof. Het proces moest finaal synthetisch methaan opleveren, dat als hernieuwbaar gas volgens beide bedrijven bijvoorbeeld in het gasnetwerk geïnjecteerd kon worden, of voor gebruik in de transportsector of de industrie kon dienen.
Na een "grondige evaluatie" kwamen de projectpartners tot de vaststelling dat het project onder de huidige omstandigheden niet levensvatbaar is. "De stopzetting van dit project kadert in een Europese markt voor waterstof en waterstofderivaten die nog in volle ontwikkeling is en waarvan de ontwikkeling en structurering trager verlopen dan aanvankelijk voorzien, met name door een regelgevend kader en een markt voor synthetische brandstoffen die nog niet voldoende volgroeid zijn", klinkt die uitleg.
De vorige Waalse regering had vorig jaar een budget van 88 miljoen euro vrijgemaakt voor twee waterstofprojecten van Europees belang, waaronder het Columbusproject.
Eind 2020 was in de communicatie van de drie bedrijven sprake van een investering van meer dan 150 miljoen in het project. Op de website van het project is sprake van een totale investeringskost van meer dan 300 miljoen euro. Daarvoor moest er op de site van de Amercoeur-elektriciteitscentrale van Engie in Roux (Charleroi) een elektrolyse-installatie komen van 100 megawatt die de uitstoot van tot 187.000 ton CO2 moest voorkomen.

