In Pokrovsk, een stad in het oosten van Oekraïne, hangt de dreiging als een donkere wolk boven de achtergebleven inwoners. Iedereen voelt dat de stad op weg is om het nieuwe Bachmoet te worden: tot puin herleid, ontdaan van elke vorm van leven. Toch beslissen tienduizend mensen om te blijven. "In het westen leeft het idee dat we allemaal pro-Russisch zijn. Daar is niets van aan, we willen gewoon thuisblijven."
Tienduizend inwoners trotseren Russische dreiging in belegerde stad Pokrovsk: "We zijn teruggekeerd naar de middeleeuwen"
Door de luidsprekers van de auto klinkt plots Russische muziek. Een radiostem moedigt Oekraïense mannen in de door Rusland bezette gebieden van de regio Donetsk aan om zich aan te sluiten bij het Russische leger. "De bevrijding van Pokrovsk is slechts een kwestie van tijd", klinkt het triomfantelijk.
Terwijl we verder rijden, doemen haastig opgezette verdedigingswerken op langs de weg. Driehoekige betonblokken, de zogenaamde 'drakentanden', samen met antitankgrachten en prikkeldraad, snijden als littekens door het landschap en verdelen de uitgestrekte velden.
Bijna al mijn buren zijn inmiddels vertrokken. Ik blijf alleen over in mijn appartementsgebouw
Sonja (54)
Pokrovsk, een van de laatste Oekraïense bastions in de provincie Donetsk, staat sinds deze zomer in het vizier van de oprukkende Russische troepen. Die bevinden zich inmiddels op slechts zes kilometer van de stadsgrenzen.
De troepen van Vladimir Poetin willen deze strategische stad innemen om van daaruit verder door te stoten in de provincie. Sinds augustus hebben tienduizenden inwoners Pokrovsk in allerijl verlaten. Evacuatietreinen reden af en aan en verhuisbedrijven beleefden gouden dagen.
Intussen zijn er nog maar 10.000 inwoners over van de oorspronkelijke 60.000. Zij overleven onder haast onmenselijke omstandigheden. In grote delen van de stad is het elektriciteitsnet afgesloten, en ook gas en stromend water zijn er niet meer.
Bovendien geldt een strikt uitgaansverbod tussen 15 uur en 11 uur de volgende ochtend. "We zijn teruggekatapulteerd naar de middeleeuwen", zegt Sonja (54), terwijl ze drie emmers op een oude kar sleept. "Hier kom ik elke dag drinkwater halen." Ze draait aan de hendel, en langzaam zakt de emmer zo'n twintig meter diep in de waterput. In de verte weerklinkt het gedreun van artillerieduels. Uitgemergelde honden dwalen door de straten.
"Bijna al mijn buren zijn inmiddels vertrokken", zucht Sonja. "Ik blijf alleen over in het appartementsgebouw. De praktische moeilijkheden, die kan ik wel aan. Maar de eenzaamheid. Dat is misschien het moeilijkste hier."
In het westen van Oekraïne leeft het idee dat we allemaal pro-Russisch zijn. Ik voelde me als een vreemdeling
Keran (18)
"Het is bijna niet te geloven, maar in Pokrovsk krioelde het leven nog geen drie maanden geleden", vertelt Lena Ryba (41), terwijl we haar spreken in het grootste humanitaire centrum van de stad, ondergebracht in een gebouw dat ooit een bloeiende school was. "Duizenden mensen houden zich schuil in hun appartementen. Ze zijn bang en durven nauwelijks nog buiten te komen. Hier proberen we hen te voorzien van brood en hout, zodat ze hun kachels kunnen blijven stoken."
De lokale overheid heeft nochtans iedereen aangespoord om de stad te verlaten. De veiligheid kan geenszins gegarandeerd worden, getuige de tot puin herleide gebouwen in de stad. "Maar mensen blijven tot het allerlaatste moment. Ze willen niet weg. Pokrovsk is hun thuis."
Keran, een 18-jarige jongeman die twee zakken brood komt halen, vat het gevoel van de achterblijvers treffend samen. "Ik ben geboren en getogen in Pokrovsk. Hier voel ik me thuis," zegt hij vastbesloten. "Toen de oorlog begon in februari 2022, verhuisde ik naar Lviv, in het westen. Maar daar keek iedereen op me neer omdat ik uit de provincie Donetsk kom. Het idee leeft daar nog steeds dat we allemaal pro-Russisch zijn. Ik voelde me als een vreemdeling."
Hij vertelt dat afgelopen nacht het appartement van zijn buur door een raket is getroffen. "De hele boel daverde. Natuurlijk ben ik doodsbang. Maar hier ben ik thuis. Ik vertrek pas als de Russen de stad hebben bereikt."
In Pokrovsk verblijven vandaag voornamelijk militairen. Dag en nacht vertrekken ze naar het front, slechts enkele kilometers verderop. Voor een superette staan soldaten in de rij voor sigaretten, koffie en alledaagse boodschappen. De aanvoerlijnen naar de stad zijn gevaarlijk geworden door de constante dreiging van artilleriebeschietingen en allesziende drones.
"Het is een uitdaging geworden om de paar kruidenierszaken die nog open zijn te bevoorraden", vertelt Maksim (25) kalm, terwijl hij een krat vol energiedrankjes uitlaadt. “Weinig mensen zijn bereid om elke dag hierheen te rijden. Het is een gevaarlijke job, maar het betaalt goed en mensen moeten nog altijd inkopen kunnen doen.”
Ook de stadsdiensten blijven opereren, zij het op een zeer laag pitje, om een schijn van normaliteit in stand te houden. Stadsparken die niet volledig onder het puin liggen, worden onderhouden en de vuilniskar rijdt gewoon door. Nikolai (42) bestuurt de wagen en stopt bij elk voorpleintje om de metalen vuilniscontainers te legen.
"Een trieste job, vind je niet?", zucht hij. "Maar ik heb voorlopig geen alternatief. Ik vluchtte uit Marioepol toen de Russen daar binnenvielen. In Pokrovsk vond ik werk in een koolmijn, maar die is nu gesloten door de stroomuitval. Deze maand ben ik begonnen met deze job, die me maandelijks 1.400 Grivna (40 euro, nvdr.) oplevert. Maar goed, iemand moet het doen.”
Deze mensen zijn alles kwijt: hun hebben en houden, hun onderkomen
Pastoor Leonid Zacharovich
Nikolai’s werk wordt bemoeilijkt door de betonblokken die kriskras door de stad verschijnen. "Militairen bereiden de stad voor op straatgevechten, dat is duidelijk, maar daardoor kan ik niet meer overal langs met mijn vuilniskar."
Naast terneergeslagen inwoners die zich koppig aan een oud leven vastklampen, is Pokrovsk ook een toevluchtsoord geworden voor honderden vluchtelingen die uit de dorpjes en gehuchten aan het front zijn gevlucht. "Deze mensen zijn alles kwijt: hun hebben en houden, hun onderkomen", zegt pastoor Leonid Zacharovich.
Uit de gebouwen van de lokale kerk in een uitgestorven wijk van Pokrovsk spat leven en samenhorigheid. De generator ronkt en buiten staan kool, kropsla, aardappelen en brood opgestapeld. "Ik herberg 30 vluchtelingen in deze lokalen", stelt de pastoor, die zich sinds het begin van de hostiliteiten in de regio, goed 10 jaar geleden, over oorlogsvluchtelingen ontfermt.
"De overheid faalt in haar taak om deze mensen te helpen. Oproepen tot evacuaties helpen niet altijd. Er blijven altijd mensen over, en ook zij hebben recht op hulp."

