Een verbazingwekkend goed bewaard gebleven kop van een Tasmaanse tijger achteraan in een kast in een museum in Melbourne bevat mogelijk sleutelinformatie om het uitgestorven dier opnieuw tot leven te wekken. De onderzoekers uit Australië en de Verenigde Staten die met het project bezig zijn, zijn alvast enthousiast. Maar de kritiek op het de-extinctie-project blijft.
Bevat "verrotte" vondst in museumkast de sleutel om de Tasmaanse tijger weer tot leven te wekken?
De laatste Tasmaanse tijger, Benjamin, stierf in 1936 eenzaam in een kooi in de Beaumaris Zoo in Hobart. Maar de Tasmaanse tijger zou in de 21e eeuw ook het symbool kunnen worden van zogenoemde "de-extinctie", het opnieuw tot leven wekken van een uitgestorven diersoort.
Wetenschappers willen stamcellen en genetische technologie gebruiken om opnieuw een Tasmaanse buidelwolf te creëren. Binnen dit en 10 jaar zou dat al moeten lukken. Ze willen onder meer stamcellen van een nog bestaand buideldier met gelijkaardig DNA gebruiken en daarop genetische hoogtechnologische technieken toepassen.
Een van die wetenschappers is Andrew Pask van de Universiteit van Melbourne. Hij brengt het genoom van het dier (de volledige genetische samenstelling) in kaart. In 2022 zou 96 procent daarvan al klaar geweest zijn, maar de laatste percentjes zijn de moeilijkste.
De Tasmaanse tijger was een vleesetend buideldier zo groot als een hond. Het behoort tot de familie van de Thylacinidae van roofbuideldieren.
De aankomst van de kolonisten in Australië bleek bijzonder slecht nieuws voor het dier. Omdat de kolonisten dachten dat het schapen en kippen opat, werd het in de 19e en 20e eeuw zo erg bejaagd - ook voor de huid - dat het een bedreigde soort werd.
De Tasmaanse tijger blijft tot de verbeelding spreken. Zo heeft de Vlaamse auteur Charlotte Van den Broeck er net een boek over geschreven: 'Een vlam Tasmaanse tijgers'. Het gesprek daarover in 'Pompidou' op Klara kan je hier beluisteren .
Code gekraakt dankzij "kop in emmer"?
Een vondst in een museum in Melbourne zou nu mogelijk kunnen helpen om het genoom nog meer in detail te ontrafelen. "Het was letterlijk een kop in een emmer met ethanol achter in een kast, waarbij alle huid was verwijderd en dat daar al zo’n 110 jaar heeft gelegen", zegt Andrew Pask aan de krant The Guardian.
"Het was behoorlijk verrot, een volkomen gruwelijk gezicht. Mensen hadden er grote stukken van afgehakt." Toch had de schedel en het nog overblijvende weefsel veel te bieden.
Het zachte weefsel van het exemplaar dat door onderzoekers "de kop in een emmer" werd genoemd, bevatte bewaarde lange DNA-sequenties – genetisch materiaal dat in bijna elke celkern van een lichaam hetzelfde is – maar ook lange RNA-moleculen. Pask zegt dat deze laatste cruciaal en onverwacht waren.
Ze dachten dat onder meer die lange RNA-moleculen, die cruciaal zijn voor de reconstructie van het genoom van een uitgestorven dier, onmogelijk terug te vinden zouden zijn.
RNA is veel minder stabiel dan DNA. Het bevat een uitlezing van de actieve genen die nodig zijn om een bepaald weefsel te laten functioneren. Dankzij dit materiaal konden de onderzoekers informatie krijgen over de neus, ogen, tong en ander gezichtsmateriaal van het dier, waardoor een beeld ontstaan is van wat een Tasmaanse tijger kon proeven en ruiken en hoe zijn hersenen functioneerden.
Al meer vooruitgang dan verwacht
Volgens Pask heeft het werk van zijn team dat de soort weer tot leven probeert te wekken intussen meer vooruitgang geboekt dan in dit stadium werd verwacht. Hij spreekt over een "enorme stap voorwaarts". "We zijn verder dan ik dacht dat we zouden zijn, en we hebben veel dingen voltooid waarvan we dachten dat het een grote uitdaging zou zijn en waarvan anderen zeiden dat ze onmogelijk zouden zijn", zegt Pask.
Ook het Amerikaanse bedrijf Colossal Biosciences, dat het project financiert, is erg enthousiast over de doorbraken tot nu toe. Zo zitten er volgens hen op dit moment nog "slechts 45 gaten in een genetische blauwdruk die ongeveer 3 miljard stukjes informatie bevat".
Dit helpt ons te bewijzen dat wat we terugbrengen echt een Tasmaanse tijger is en niet een of ander hybride dier
Andrew Pask, Universiteit van Melbourne
Volgens Pask "helpt dit ons te bewijzen dat wat we terugbrengen echt een Tasmaanse tijger is en niet een of ander hybride dier", zegt hij.
De onderzoekers streven ernaar om stamcellen te nemen van een levende soort met vergelijkbaar DNA als een Tasmaanse tijger en deze om te zetten in een zo dicht mogelijke benadering van de cellen eigen aan de Tasmaanse tijger, met behulp van de expertise op het gebied van genbewerking.
Later moet dan een embryo worden gemaakt, dat ingeplant kan worden in de baarmoeder van een ander levend buideldier, zoals een smalvoetbuidelmuis of een Tasmaanse duivel.
Ook kritiek op onderzoek
Experts lieten zich eerder al sceptisch uit over de Australisch-Amerikaanse poging en zeggen dat het het team vooral om media-aandacht te doen is. Ook nu geven onafhankelijke wetenschappers aan dat ze willen wachten op de volledige gegevens van het onderzoek. Sommigen vragen zich ook af waarom er zoveel geld en moeite wordt gestoken in het terugbrengen van uitgestorven diersoorten, terwijl duizenden soorten die nog in leven zijn, op de rand van uitsterven staan.

