40 procent van de projecten die ons moeten voorbereiden op een veranderend klimaat, heeft eigenlijk weinig tot geen effect. Dat blijkt uit een steekproef van de Europese Rekenkamer in Frankrijk, Oostenrijk, Polen en Estland. De Rekenkamer is kritisch en ziet nog "grote uitdagingen". De Europese Unie loopt het risico zich onvoldoende aan te passen aan de realiteit van de klimaatverandering, is het besluit.
4 op de 10 projecten voor klimaatadaptatie in EU hebben geen of te weinig effect: "We dreigen achterop te geraken"
De klimaatverstoring zet zich door en de impact wordt elk jaar zichtbaarder. Ook in Europa werd dat opnieuw duidelijk, met in het oosten eerst een bijzonder zware hittegolf en een lange droogte in onder meer Bulgarije en Roemenië, gevolgd door storm Boris in september. In België kregen we dan weer te maken met felle regens.
Daarom moet de wereld maatregelen nemen om de klimaatopwarming af te remmen (mitigatie). Tegelijk zijn er in de nieuwe klimaatrealiteit ook steeds meer maatregelen nodig om ons te beschermen tegen de weersextremen, onder de vorm van adaptatie. De Europese Rekenkamer is nagegaan hoe het zit met die projecten in de EU, en is kritisch.
Er zijn nog grote uitdagingen om ons aan te passen aan de nieuwe klimaatrealiteit
Klaus-Heiner Lehne, Europese Rekenkamer
"We hebben onderzocht hoe de EU omgaat met de dringende noodzaak om ons aan te passen aan steeds terugkerende extreme klimaatomstandigheden", zei Klaus-Heiner Lehne, die bij de Europese Rekenkamer (ERK) het dossier leidde, tijdens een persbriefing.
Zijn conclusie: er zijn nog "grote uitdagingen". Lees: met de huidige gang van zaken zal de EU het op termijn wellicht niet redden. Dat heeft niet per se te maken met de Europese strategie, die Lehne goed noemt: er zijn volgens hem vooral tekortkomingen met de communicatie naar het lokale niveau, met de invulling van projecten ter plekke én met de opvolging ervan.
Om het in de woorden van Lehne te zeggen: "Er zijn problemen in de manier waarop het beleid praktisch wordt uitgevoerd. Als de uitvoering van EU-maatregelen niet verbetert, bestaat het risico dat de ambities van de EU rond klimaatadaptatie geen gelijke tred houden met de klimaatverandering."
26 miljard per jaar, nog maar het begin?
Bij te weinig adaptatie dreigt Europa een zware prijs te betalen, zowel op menselijk als op economisch vlak. De economische verliezen door extreem weer zoals hittegolven, droogtes of overstromingen bedroegen de voorbije 10 jaar gemiddeld al 26 miljard euro per jaar.
Als we ons niet terdege wapenen, en bij een verdere opwarming richting 3 graden extra boven het pre-industriële niveau (de richting die we uitgaan met wat nu op tafel ligt aan nationale plannen, red.), dreigt de factuur op te lopen tot een jaarlijks economisch verlies van 42 tot 175 miljard euro.
Kiwi's in Frankrijk, sparren in Estland, schorskevers in Oostenrijk
ERK-controleurs gingen kijken bij 36 concrete adaptatieprojecten in Frankrijk, Polen, Estland en Oostenrijk. De controleurs vonden veel goede voorbeelden, maar toch: in liefst 40 procent van de gevallen hadden de projecten maar een klein of zelfs geen effect. Soms was het gewoon een slecht project, een geval van maladaptatie.
Enkele goede en slechte voorbeelden uit 5 verschillende onderzochte sectoren (overstromingen, waterschaarste, bosbeheer, kusterosie en berggebied):
Overstromingen
In Oostenrijk werden een extra waterbekken en afwateringssloot aangelegd om overtollig regenwater op te vangen. Dat bood extra bescherming, maar tegelijk waren er bouwvergunningen verleend voor nieuwe huizen in een gebied met overstromingsrisico. Thumbs down van de ERK.
Waterschaarste
In het zuidwesten van Frankrijk werd een waterreservoir gebouwd om een kiwiplantage extra te kunnen besproeien via irrigatie, en voorbereid te zijn op droge periodes.
Het reservoir wordt in de winter evenwel gevuld met water uit een rivier die zelf al onder grote irrigatiedruk staat. Een slechte vorm van adaptatie, oordeelt de Rekenkamer: het is beter om over te schakelen naar gewassen die minder water nodig hebben dan de dorstige kiwi's.
Bosbeheer
Een sparrenbos met hetzelfde type bomen in Oostenrijk werd in 2018 geteisterd door een plaag van schorskevers. Met Europees geld werden er andere boomsoorten aangeplant, zoals beuk, lariks en douglasspar. Door die mengeling van verschillende soorten moet het bos veerkrachtiger en minder kwetsbaar worden.
In Estland was er een minder goed voorbeeld. Een door stormen verwoest sparrenbos werd opnieuw beplant met sparren zoals voorheen, maar sparren staan erom bekend niet goed bestand te zijn tegen sterke wind.
In Frankrijk werd een ongelukkige keuze gemaakt in de streek van Bordeaux, na een bosbrand. Meer dan 97 procent van de bomen bij de herbeplanting waren zeedennen. Die zijn goed bestand tegen waterschaarste en overtollig water, maar zijn gevoelig voor bosbranden en wind. Beide factoren zullen wellicht toenemen door de klimaatverandering.
Erosie van kustgebied
2 projecten in Frankrijk en Polen hadden tot doel de duinen te versterken en het land te beschermen tegen krachtige(r) stormen. Het ging samen om ruim 16 miljoen euro aan Europese steun. Er werd onder meer extra beplanting aangebracht op de duinen om ze sterker te maken.
De Rekenkamer beschouwt de projecten als geslaagd, omdat ze oplossingen bevorderen die op de natuur zijn gebaseerd. De instandhouding van stranden (door regelmatig zand toe te voegen) vindt de ERK dan weer geen goede langetermijnoplossing. Het verplaatsen van gebouwen uit risicogebied blijft een heikele kwestie door de vastgoedbelangen, stipt de ERK aan.
Berggebied
Sommige projecten ontvingen geld voor energie-efficiëntere sneeuwkanonnen, nu steeds meer skigebieden steeds vaker met sneeuwtekorten kampen. Maar de ERK vindt dat geen goede oplossing, omdat waterkanonnen sowieso leiden tot een hoger waterverbruik, en het slechts een oplossing is op korte termijn. Andere lokale autoriteiten zetten in op andere sporten, zoals fietsen, wandelen en klimmen, wat de ERK als positief evalueert.
Doorstroming informatie en opvolging ter plaatse
Auditeurs hielden onder meer ook een enquête onder 400 gemeenten om na te gaan of de financiering de lokale behoeften ondersteunt. De doorstroming van informatie vanuit Europa bleek dus onvoldoende:
Bijna 70 procent van de respondenten was niet op de hoogte van de aanpassingsstrategie van de EU.
60 procent was niet op de hoogte van de nationale aanpassingsplannen.
54 procent was niet mee met de regionale adaptatieplannen.
Bij steden waren de scores veel beter dan op het platteland.
"De financiering is afkomstig uit verschillende EU-bronnen, zoals landbouw, cohesie en onderzoek. Daarom is het moeilijk om de financiering te traceren," besluit de Rekenkamer. "De verslagen van ter plekke zijn eerder beschrijvend en bevatten te weinig cijfers, wat de opvolging moeilijk maakt. Dat moet beter."
De vooruitgang op het gebied van klimaatadaptatie is moeilijk te meten, is daarom 1 van de conclusies.

