Fast fashion is nefast voor het milieu en de gezondheid van wie het maakt, maar mensen zijn zich daar te weinig van bewust. Dat zegt hoogleraar fashion management Annick Schramme, nu steeds meer kringwinkels in België zulke kledingstukken weigeren en kringwinkels in Nederland hun aanbod zien kelderen. "We moeten onze kinderen tot kritische consumenten opleiden."
"Kwaliteit zo laag dat zelfs kringwinkels er niks mee kunnen aanvangen": aanbod tweedehandskledij keldert door fast fashion
Sinds de jaren 90 is het concept van de zogenoemde 'fast fashion' of zelfs 'ultrafast fashion' sterk in opmars. De idee daarachter is om "zo snel mogelijk zo veel mogelijk kleren aan zoveel mogelijk mensen in een zo kort mogelijke tijd te verkopen", zegt Annick Schramme, hoogleraar fashion management aan de Universiteit van Antwerpen, in De Wereld Vandaag. Die aanpak heeft natuurlijk nadelen.
Het Europees Parlement liet al berekenen dat voor de productie van 1 katoenen T-shirt ongeveer 2.700 liter zoet water nodig is . Daarmee zou je 1 normale volwassen persoon voor 2,5 jaar te drinken kunnen geven.
Nog volgens de EU zou de mode-industrie in het algemeen verantwoordelijk zijn voor 10 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dat is meer dan de uitstoot van de internationale lucht- en scheepsvaart tezamen.
Bedenkelijke kwaliteit
De grote boosdoener in heel dat verhaal is volgens Schramme polyester. Dat is een synthetische stof die gemaakt wordt op basis van aardolie. De voordelen? De stof is kreukvrij, kleurvast en makkelijk te wassen. Ze blijkt ook erg goedkoop.
Het probleem is dat de stof vaak van bijzonder lage kwaliteit is. "Na 1 keer wassen zie je al dat de kleren kapotgaan", vertelt ze. En dat is nog maar het begin. Ook het maakproces is problematisch.
"Mensen werken in heel penibele omstandigheden (zogeheten 'sweatshops'). Ze moeten heel snel werken. Hoe langer gewerkt wordt aan 1 kledingstuk, hoe duurder dat product wordt. Maar de bedoeling is net om snel, veel en goedkoop te verhandelen."
Soms is de kwaliteit zo slecht dat zelfs kringloopwinkels niets meer met de kleren kunnen aanvangen
Annick Schramme, hoogleraar fashion management UA
Schramme begrijpt dat tweedehandswinkels fast fashion weigeren. "Het tweedehandscircuit is gebaseerd op het principe dat je goederen een tweede leven geeft. Maar als de kwaliteit zo laag is, kunnen zelfs kringloopwinkels er niets meer mee aanvangen."
Het gevolg is dus dat kringloopwinkels die kleren zelf niet meer kwijtgeraken. Ze weigeren de kleding of verkopen alles door aan een opkoper. Uiteindelijk belandt de kledij meestal op gigantische vuilnisbelten, bijvoorbeeld in de Chileense woestijn.
Europees kapblok en Franse hakbijl
Soms komen de kleren zelfs niet meer bij de tweedehandswinkel terecht. Mensen gooien hun T-shirts weg en kopen bij bijvoorbeeld Shein voor pakweg 5 euro een nieuw exemplaar. "Consumenten zien kledij steeds meer als een wegwerpproduct. Weinig mensen zijn zich ervan bewust dat dat heel slecht is voor milieu en gezondheid."
De EU nam de voorbije jaren al tal van maatregelen om de opmars van fast fashion aan banden te leggen. Zo bestaan initiatieven rond 'digitale paspoorten', zodat consumenten de herkomst van een product en de materialen waarvan dat product gemaakt is, kunnen raadplegen.
Een andere richtlijn moet verkopers verantwoordelijk maken voor hun volledige toeleveringsketen, zodat ze niet meer kunnen 'wegkijken' van praktijken die in bepaalde landen bestaan.
Jongeren moeten van jongs af aan opgeleid worden tot kritische consumenten
Annick Schramme, hoogleraar fashion management UA
Het Frans parlement maakte van dat Europese 'kapblok' alvast gebruik en hakte in maart van dit jaar de knoop door rond een 'anti fast fashion-wet'. Zo kwam er een verbod op reclame voor zeer goedkope producten en een 'milieutoeslag' op bepaalde laaggeprijsde goederen.
Kritische consumenten
Is die regelgeving voldoende? Volgens Schramme zal er meer nodig zijn. "Mensen bekijken niet de ganse keten, ze kijken enkel naar het eindproduct. Op die manier wordt alles een wegwerpproduct."
Ook sociale media spelen in dat verhaal een belangrijke rol. "Velen van ons worden gestimuleerd door trends die daar worden gedeeld. Bovendien kost fast fashion niet veel: je betaalt de prijs van 3 pintjes of watertjes."
Schramme pleit ervoor om jongeren al van kindsbeen af op te leiden tot kritische consumenten. "Dat gaat over voeding, kledij, zaken waar iedereen in het dagelijkse leven mee te maken krijgt. Als je mensen inzicht geeft in hoe producten gemaakt worden en waar ze vandaan komen, zal het bewustzijn rond duurzaamheid sneller veranderen."


