Het Europees Ruimteagentschap (ESA) heeft 260 nieuwe beelden vrijgegeven die haar ruimtetelescoop Euclid maakte. Ze vormen het eerste deel van de 'atlas van de ruimte' die Euclid sinds de zomer van 2023 opstelt. De bedoeling is dat de telescoop in 2029 de grootste 3D-kaart van het heelal ooit af heeft.
14 miljoen sterrenstelsels in 260 beelden: ESA toont eerste deel van 'atlas van het universum'
Op 1 juli 2023 begon Euclid aan haar missie. In de tussentijd zijn al regelmatig beelden van de telescoop vrijgegeven. Zo publiceerde ESA in mei nog 17 losse observaties van onder andere gaswolken, nieuwe sterren, weesplaneten en zelfs clusters van sterrenstelsels. Het waren de eerste glimpjes van de ruimtekaart die Euclid al meer dan een jaar aan het opstellen is.
Nu is het eerste deel van die kaart dus officieel af. Het gaat volgens ESA om een gigantisch mozaïek van liefst 208 gigapixels. Het mozaïek bevat 260 beelden die gemaakt werden tussen eind maart en begin april 2024. In twee weken tijd legde Euclid daarvoor in de hemel boven het zuidelijke halfrond een oppervlakte bloot die 500 keer groter is dan het oppervlak van de maan.
Nog 99 procent te gaan
Volgens ESA heeft Euclid met deze eerste 'tussenstand' nog altijd maar 1 procent van de kaart afgewerkt. De bedoeling is dat de telescoop de vormen, afstanden en bewegingen van miljoenen sterrenstelsels in beeld brengt, die soms tot 10 miljard lichtjaar van de Aarde verwijderd kunnen liggen.
Uiteindelijk moet Euclid op het einde van haar ruimtereis meer dan 1/3 van de hemel overzichtelijk gemaakt hebben.
In dit eerste deel van de kaart gaat het om ca. 14 miljoen sterrenstelsels en tientallen miljoenen sterren. De camera's van de telescoop zijn erin geslaagd om zeer gedetailleerde beelden (tot 600 keer uitvergroot) te maken van allerlei objecten, zoals bijvoorbeeld gas- en stofwolken.
Die beelden kunnen op hun beurt gebruikt worden om twee grote ruimtemysteries verder te analyseren: donkere materie en donkere energie.
Onzichtbaar, maar niet onbestaand
Donkere materie en donkere energie zijn beide onzichtbaar. Daarom weten wetenschappers er vandaag nog altijd maar zeer weinig over. "Het gaat om hypothetische concepten", legt Maarten Baes, professor sterrenkunde aan de UGent, uit. "We zijn er niet zeker van, maar we hebben wel een zeer sterk vermoeden dat donkere materie en donkere energie bestaan."
Vanwaar die sterke vermoedens? "Materie heeft een aantrekkingskracht. Alle materie in het heelal is voortdurend in beweging. Maar we weten niet waardoor die objecten in beweging worden gebracht. Vandaar dat we spreken over donkere materie, een concept dat al die bewegingen zou kunnen verklaren."
Hetzelfde geldt voor donkere energie: ook die is niet met een telescoop waarneembaar. Donkere energie moet uitleggen waarom het universum uitdijt en dus steeds groter wordt aan een steeds grotere snelheid.
Zowel donkere materie als donkere energie moet dus de wetten van de fysica in het heelal verklaren. Aan de hand van de beelden die Euclid maakt, kunnen de eigenschappen van die onzichtbare materie en energie verder geanalyseerd worden.

