In de provincie Limburg moeten er 8.099 extra woongelegenheden in de woonzorgcentra bijkomen tegen 2033, om de vergrijzing te kunnen opvangen. Dat blijkt uit cijfers van het Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk (Vlozo) en HOGENT. Vandaag zijn er 9.267 plaatsen in Limburgse woonzorgcentra, het aantal zou de komende 10 jaar dus bijna moeten verdubbelen. "Limburg was jarenlang de provincie met de jongste bevolking", vertelt Johan Staes van Vlozo. "Maar de komende jaren moet er snel een inhaalbeweging komen."
Plaatsgebrek in Vlaamse woonzorgcentra is nergens zo groot als in Limburg: "Aantal plaatsen moet verdubbelen tegen 2033"
Ouder worden: het is een realiteit waar geen enkele mens aan ontsnapt. Maar het wordt voor onze ouderen én hun familie steeds moeilijker om een plekje te vinden in een woonzorgcentrum. Dat heeft Dirk uit Diepenbeek aan den lijve ondervonden. Hij is al lang op zoek naar een vaste verblijfplaats voor zijn vader van 79, die niet meer zelfstandig kan wonen.
"Mijn vader heeft zijn heup gebroken na een val. Na 14 dagen moest hij weg uit het ziekenhuis, dus hebben we gezocht naar een plekje in een woonzorgcentrum. We hebben zo’n 8 uur lang gezocht en uiteindelijk zijn we in Borgloon terechtgekomen. Dat is bijna 20 kilometer van ons verwijderd, maar we hadden geen andere keuze. Hij kon daar 3 maanden blijven, maar daarna moest hij daar weg." We hebben dan een nieuwe plek voor hem gevonden, maar dat is opnieuw een tijdelijk verblijf. Dus na 3 maanden moet hij ook daar weg. Het volgende kortverblijf is ook al gepland in een woonzorgcentrum in Riemst, maar ook daar zal hij na 3 maanden moeten vertrekken."
Het is bijna onmogelijk om een vaste plaats te vinden, de wachttijden zijn 1,5 tot zelfs 2 jaar lang
Dirk
Dat constante gewissel tussen woonzorgcentra is allesbehalve ideaal voor de man, die ook lijdt aan dementie. "Mijn vader heeft het moeilijk met de veranderingen. De laatste keer had hij 2 weken nodig om aan de nieuwe omgeving te wennen. Hij kwam zijn kamer niet uit en hij at ook amper. Ondertussen heeft hij zijn draai gevonden, maar eind deze maand moet hij opnieuw verhuizen. Het is bijna onmogelijk om een vaste plaats te vinden, die wachttijden lopen op tot 2 jaar. Het weegt enorm door, op ons allemaal", zucht Dirk.
Geen snelle oplossingen
Een kant-en-klare oplossing voor het plaatsgebrek in de Vlaamse woonzorgcentra bestaat - helaas - niet. Op dit moment kunnen er zelfs geen nieuwe vergunningen voor woongelegenheden in Vlaamse woonzorgcentra aangevraagd worden. De erkenningskalender voor bijkomende woongelegenheden is namelijk opgeschort. "Vroeger evolueerde die kalender elke 5 jaar, maar in 2015 is die planningskalender bevroren", zegt Johan Staes van het Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk (Vlozo).
"Dat betekent dat er tot 31 december 2025 maar een beperkt aantal plaatsen kunnen bijkomen in Vlaanderen: plaatsen die eigenlijk al vergund zijn en nog in die kalender zitten. Dat gaat om een klein aantal, want het merendeel van die vergunningen is ondertussen al omgezet naar nieuwe plaatsen", gaat hij verder. "De Vlaamse regering zal beslissen wanneer de vergunningenstop wordt opgeheven."
Plaatsen verdubbelen tegen 2033
Samen met het Centre for Applied Data Science van HOGENT onderzocht Johan Staes van het Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk (Vlozo) of Vlaanderen vandaag nog wel over genoeg woongelegenheden in woonzorgcentra beschikt. Daarvoor gebruikten de onderzoekers de formule die de Vlaamse regering hanteerde, vóór de erkenningskalender opgeschort werd.
Daarbij wordt steeds een bepaald aantal woongelegenheden per 100 ouderen geteld per leeftijdsgroep:
1 voor de leeftijdsgroep 65 tot 74 jaar
4 voor de leeftijdsgroep 75 tot 79 jaar
12 voor de leeftijdsgroep 80 tot 84 jaar
23 voor de leeftijdsgroep 85 tot 89 jaar
32 voor de leeftijdsgroep 90 jaar en ouder
Het resultaat wordt nog eens vermenigvuldigd met 1,047. "Als je die berekening toepast op de huidige samenstelling van de Limburgse bevolking, zou men eigenlijk 13.364 plekken moeten hebben in de Limburgse woonzorgcentra. Dat is niet het geval, want in de praktijk zijn er vandaag maar 9.267 erkende woongelegenheden."
"Dat belooft weinig goeds tegen het jaar 2033. Als we rekening houden met dezelfde regels, zouden we in dat jaar 17.366 kamers moeten hebben in woonzorgcentra." De komende jaren zullen er volgens de berekening dus 8.099 extra plaatsen moeten bijkomen in de Limburgse woonzorgcentra, bijna een verdubbeling.
De onderzoekers brachten - op gemeentelijk niveau - in kaart waar de nood aan plaatsen in woonzorgcentra in de toekomst het grootst zal zijn. Hieronder kan je bekijken wat de situatie in jouw gemeente is.
"In vergelijking met de andere Vlaamse provincies, is de nood het grootst in Limburg", zegt Staes. "Het is vandaag de provincie met de minste plaatsen in woonzorgcentra, want het was lang de provincie met de jongste bevolking. De komende jaren moet er dus echt een inhaalbeweging komen. Waar je de vorige jaren de tekorten in de scholen zag, zie je dat nu doorlopen in tekorten op vlak van ouderenvoorziening."
"Om een voorbeeld te geven: het aantal 85-plussers in de provincie zal tussen vandaag en 2033 met 31 procent toenemen. Er komt dus een enorme golf van hoogbejaarde Limburgers aan. Allemaal mensen die kwetsbaar zijn en ondersteuning nodig hebben", zegt hij. "Daarbovenop zijn er vandaag al te weinig plaatsen in de Limburgse woonzorgcentra en heb je eigenlijk overal wachtlijsten."
Nood aan een masterplan
De berekening is volgens Staes bedoeld om de verschillende overheden aan het denken te zetten. "We moeten nu nadenken over een masterplan. Hoe gaan we met al die oudere Vlamingen omgaan?"
Geen makkelijke opgave. "Je hebt die theoretische cijfers - 8.099 extra plaatsen in Limburg tegen 2033 - maar we zitten ook nog met een heel groot personeelstekort in de zorg. Bovendien wil een groot deel van de verouderende bevolking niet naar een woonzorgcentrum gaan. Er moet een alomvattend en inclusief beleid komen, zodat iedereen die ouder wordt in Vlaanderen dat onder de beste omstandigheden kan doen", besluit hij.
"Dat gaat niet enkel over woonzorgcentra. Mensen moeten zo lang mogelijk thuis kunnen blijven, maar dan moeten hun woningen ook aangepast worden. En dan heb je natuurlijk ook nog assistentiewoningen en co-housing."
Zo lang mogelijk in eigen huis blijven
Dat laatste benadrukt ook professor Ann Petermans van UHasselt. Zij doceert aan de faculteit Architectuur en Kunst. Zij doet met haar team onderzoek rond ouderen en wonen, waaronder het HOUSE-onderzoeksproject , waarin onderzocht wordt hoe ouderen op een zo aangenaam mogelijke manier thuis kunnen blijven wonen.
"Binnnen het HOUSE-project onderzoeken we de innovatieve woonconcepten voor huidige én toekomstige ouderen die het subjectief welbevinden positief beïnvloeden. Met subjectief welbevinden bedoelen we positieve ervaringen, gedachten en gevoelens."
Iedereen hoopt om oud te worden en we blijven het liefst zo lang mogelijk thuis wonen. Dan moeten we ook nadenken over aanpassingen naar de toekomst toe
Professor Ann Petermans van UHasselt
Uit eerder onderzoek is al gebleken dat er nog te weinig woningen aangepast zijn aan de behoeften van de ouderen. "Iedereen hoopt om oud te worden en we blijven het liefst zo lang mogelijk thuis wonen. Dan moeten we ook nadenken over aanpassingen naar de toekomst toe. We zien vandaag dat heel wat ouderen in een onaangepaste woning leven."
"Eigenlijk moeten de ouderen van morgen nu al bezig zijn met de toekomst. In ons project spelen de ouderen van morgen ook een grote rol. Je kan bijvoorbeeld nadenken over hoe breed de deuropeningen moeten zijn of de trappen die je moet doen. Er kan later van alles gebeuren waardoor dat problemen geeft. Dus eigenlijk is het voor iedereen interessant om over later na te denken. De overheid stimuleert renovaties, dus als je wil renoveren is het goed om dat toekomstbeeld mee te nemen", zegt Petermans.
Kangoeroewoningen en co-housing
Naast aanpassingen aan de woning roept Petermans ook op om andere woonvormen te overwegen. "Er bestaan alternatieven voor de individuele alleenstaande woningen die we allemaal kennen. Er zijn meer en meer woonvormen, waar bepaalde ruimtes gedeeld kunnen worden, zoals een gemeenschappelijke tuin."
"Dat is handig voor ouderen, maar het is ook een oplossing voor de eenzaamheid, waar ook ouderen mee kampen. Dat kan bijvoorbeeld een kangoeroewoning zijn, maar er bestaat bijvoorbeeld ook co-housing", voegt Petermans nog toe.
Regionaal nieuws uit Limburg


