Zelfs in de meer gematigde klimaatscenario's bestaat de kans dat de klimaatopwarming slechts zeer moeizaam terug te draaien valt, of zelfs helemaal niet. Daarvoor waarschuwen 30 klimaatwetenschappers uit Europa en Australië. Ze dringen erop aan dat regeringen wereldwijd dat risico ernstiger nemen dan nu het geval is. De uitstoot van broeikasgassen moet zo snel mogelijk naar beneden, en er moet veel meer infrastructuur voor koolstofafvang gebouwd worden, zeggen ze.
Zelfs bij "gematigde" koers kan klimaatopwarming helemaal uit de hand lopen, waarschuwen wetenschappers
Steeds meer overheden hopen dat de opwarming van de aarde beperkt kan worden tot 1,5 graden Celsius, maar ze houden er wel rekening mee dat die grens halfweg deze eeuw eerst overschreden wordt. In klimaatjargon heet dat overshoot.
Nadien zou de klimaatopwarming dan een beetje teruggedraaid worden. Dat moet dan door op grote schaal koolstof uit de atmosfeer te halen, bijvoorbeeld met bomen of gigantische machines die koolstof zuigen uit de atmosfeer.
Dat is geen sciencefiction. Ook het VN-klimaatpanel IPCC houdt rekening met die mogelijkheid. Meer zelfs: de meeste klimaatwetenschappers zien het nu als de enige realistische manier om de klimaatopwarming tegen het einde van de eeuw nog te beperken tot 1,5 graden. Zij zien dat de wereldwijde opwarming nu al aanhinkt tegen de 1,5 graden.
We zullen er dus even overheen moeten gaan, om er nadien weer onder te eindigen.
Geen thermostaat
Maar het klimaat is geen thermostaat waar je zomaar even aan draait. 30 klimaatwetenschappers waarschuwen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature dat de wereld "overmoedig" wordt. De Belg Joeri Rogelj, professor aan het Londense Imperial College, is een van hen.
Zij wijzen erop dat we de werking van het klimaat nog steeds niet helemaal doorgrond hebben. Daardoor zijn de gevolgen van de klimaatverandering veel minder voorspelbaar dan klimaatscenario's soms doen geloven. De opwarming kan, onder andere, veel minder gemakkelijk terug te draaien zijn, zelfs niet na een beperkte overshoot van 1,6 graden. En gevolgen kunnen ook veel langer doorwerken.
Waarom is die 1,5 graden zo belangrijk? Op de VN-klimaatconferentie van Parijs, in 2015 sprak de wereld af om de klimaatverandering te beperken tot "een eind onder" 2 graden Celsius, en als het even kan 1,5 graden. Die 1,5 graden is een belangrijke grens. Hoe verder het klimaat nadien nog opwarmt, hoe groter de kans dat de klimaatverandering oncontroleerbaar wordt.
De wetenschappers wijzen erop dat klimaatscenario's vaak voorgesteld worden alsof ze de klimaatopwarming perfect kunnen voorspellen. We zouden exact weten hoeveel broeikasgassen we nog kunnen uitstoten om de opwarming te beperken tot een bepaalde limiet.
Maar die scenario's worden berekend door computerprogramma's, zogenoemde klimaatmodellen. Die berekenen honderden tot duizenden keren de verwachte klimaatopwarming bij een bepaalde uitstoot. Dat levert heel wat uitkomsten op.
In wetenschappelijke studies worden de minimum- en de maximumopwarming in die resultaten mee vermeld. Maar uiteindelijk zijn het vooral de mediaanwaarden die het vaakst gebruikt worden, de middenweg dus. Ook landen die hun uitstoot in lijn willen brengen met het Parijs-akkoord, baseren zich op die middenweg.
"Dat is ook logisch. Maar je moet ook rekening houden met de minder fortuinlijke mogelijke uitkomsten", vindt de hoofdauteur van de studie in Nature, Carl-Friedrich Schleussner. Hij is een expert in het interpreteren van klimaatmodellen. "De klimaatopwarming kan veel hoger uitdraaien. Ze kan zich ook verderzetten nadat de wereld een netto-nuluitstoot heeft bereikt."
"Hoe groot die kans is, is erg moeilijk te zeggen. Dat heeft te maken met heel wat samenhangende processen in het klimaatsysteem die we nog niet goed begrijpen. Maar die gevolgen uitsluiten, kunnen we niet."
Mogelijk naar 2,5 graden
De wetenschappers geven het voorbeeld van een opwarmingsscenario van 1,6 tot 1,8 graden Celsius. Een bepaalde hoeveelheid uitstoot die in principe in lijn ligt met dat scenario, kan in werkelijkheid leiden tot een veel hogere klimaatopwarming tot zelfs 2,5 graden Celsius.
Die onvoorziene opwarming zou veroorzaakt kunnen worden door zogenoemde tipping points, klimaatkeerpunten zoals het smelten van de permafrost of het afsterven van het Amazonewoud. Die versnellen op hun beurt de klimaatverandering.
"Voor alle duidelijkheid: we zeggen niet dat het niet mogelijk is om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius", drukt Schleussner ons op het hart. "We zeggen ook niet dat het klimaat zeker verder zal blijven opwarmen als er geen broeikasgassen meer uitgestoten worden. De meest waarschijnlijke uitkomst is nog altijd dat de verdere opwarming dan stopt."
"Maar we zeggen wel: word niet overmoedig. Je moet je strategie baseren op alle mogelijke uitkomsten."
"Nu, als je rekening houdt met alle mogelijke uitkomsten, wil dat ook zeggen dat de klimaatopwarming zou kunnen meevallen. Er zou minder opwarming kunnen komen dan voorspeld. Maar vanuit het oogpunt van risicomanagement zou ik me toch afvragen of je niet beter naar de hoogrisicoscenario's kijkt."
Uitstoot drukken en koolstof afvangen
De onderzoekers vinden dus dat de voorzichtige aanpak de beste is. Zij raden een klimaatbeleid aan dat steunt op 2 pijlers. De uitstoot van broeikasgassen moet veel sneller naar beneden en met "strenge" maatregelen. Die uitstoot stijgt vandaag nog altijd.
Tegelijk moet de capaciteit om koolstof af te vangen uit de atmosfeer, veel sterker uitgebouwd worden. Momenteel wordt er wereldwijd elk jaar zo'n 2 gigaton CO2 uit de atmosfeer afgevangen. Zo goed als alle afvang gebeurt door bos-herstel of nieuw aangeplante bomen. Een kleine fractie wordt afgevangen met technologie, door gigantische koolstofzuigers.
Ter vergelijking: vorig jaar stootte de mens 37,4 gigaton CO2 uit.
Maar we zouden die capaciteit wel eens veel meer nodig kunnen hebben dan verwacht. Volgens sommige uitkomsten van klimaatmodellen zou er bij een opwarming van 1,7 graden Celsius al 400 gigaton CO2 uit de atmosfeer gehaald moeten worden om terug te kunnen keren naar de kaap van de 1,5 graden. Dat doe je dus niet zomaar. Het zou een inspanning vergen die decennialang moet worden volgehouden.
"Als we geluk hebben, wordt het risico nooit waarheid", zegt Schleussner. "Dan kunnen we die extra afvangcapaciteit gebruiken om de temperatuur in de toekomst gestaag verder te drukken onder de 1,5 graden." Maar voor we opgelucht ademhalen, laten we toch maar beter de voorzichtigheid primeren, vindt hij.


