Naar hoofdinhoud

Kabeljauw voelt zich goed aan kunstmatige riffen rond windmolens op Noordzee

Kunstmatige riffen aan windturbines op zee, gemaakt van betonnen buizen, zijn een uitstekende schuilplaats voor kabeljauw. Dat blijkt uit onderzoek van onder andere Wageningen University waar ook een Vlaamse wetenschapper aan deelnam. Ze pleiten ervoor om meer van zulke kunstmatige riffen aan te leggen bij nieuwe windmolenparken, omdat naast de kabeljauw ook heel wat andere vissoorten er wel bij varen.

Vincent Merckx
Gepubliceerd:

Windmolenparken op zee zijn goed voor het klimaat. Ze produceren elektriciteit zonder dat er daarbij rechtstreeks broeikasgassen uitgestoten worden. Maar ze hebben ook een stevige impact op het zeeleven.

Die impact kan tegelijk negatief en positief zijn. De aanleg van een nieuw windmolenpark veroorzaakt veel lawaai. Bovendien raakt de plaatselijke habitat onvermijdelijk zwaar beschadigd.

Toch komen sommige diersoorten er nadien graag jagen, en schuilen ze er voor roofdieren, vissers of sterke zeestromingen. Zo bleek uit recent onderzoek dat er almaar meer vissen, krabben en kreeften leven in de windmolenparken aan onze kust. Bodemvissen zoals de pladijs halen er hun vissenhart op.

Goed eten

Ook de kabeljauw, toch een van onze best verkochte zeevis, heeft er baat bij. Er wordt stelselmatig meer kabeljauw gevangen rond windmolenparken, zelfs meer dan rond bijvoorbeeld scheepswrakken.

Wetenschappers van Wageningen University, Hogeschool Van Hall Larenstein en het Vlaamse onderzoeksinstituut VLIZ hebben uitgezocht  of dat gunstige effect nog vergroot kan worden door kunstmatige riffen aan te leggen aan de voet van de turbines.

Daarvoor installeerden ze 4 constructies van betonnen buizen voor de Nederlandse kust. Twee van die riffen legden ze aan op een substraatlaag en 2 rechtstreeks op de zeebodem. Vervolgens vingen ze 64 Atlantische kabeljauwen (gadus morhua) die ze uitrustten met zendertjes. Daarmee konden de onderzoekers hun bewegingen volgen.

Die kabeljauwen bleken zich erg goed thuis te voelen in de kunstmatige riffen. Ze werden er nog sterker toe aangetrokken dan tot "gewone" windmolenparken zonder zo'n buizeninstallatie. De kabeljauw trok er vooral naartoe om te schuilen. De zomer was het populairste seizoen, maar de structuren trokken ook enkele eenlingen aan die er kwamen overwinteren.

Uit analyses van de maaginhoud bleek dat het ook goed eten was aan de riffen. De kabeljauw vond er veel prooien.

Zeebodem herstellen

Kunstmatige riffen, bijvoorbeeld uit betonnen buizen, kunnen de oorspronkelijke zeebodem van de Noordzee in zekere zin herstellen. Tot aan het begin van de vorige eeuw was de bodem bedekt met zo'n 25.000 km² aan oesterriffen. Die waren tegelijk jachtterein, schuilplaats en broedkamer voor het zeeleven. Maar vandaag zijn die grote oesterriffen zo goed als volledig vernietigd, onder andere door het gebruik van sleepnetten.

Daar komt nog bij dat de kabeljauw het moeilijk heeft in de Noordzee. Het bestand daalt stelselmatig sinds de jaren 70. Het schommelt al decennia lang rond de ondergrens voor het voortbestaan van de soort. 

De kabeljauw heeft het vooral moeilijk in de zuidelijke Noordzee, voor onze kust dus. Dat komt door de historische overbevissing. Bovendien doet de klimaatverandering het zeewater 's zomers zo sterk opwarmen dat ons deel van de Noordzee stilaan geen geschikte habitat meer is.

Dat is niet alleen slecht nieuws voor de biodiversiteit van de Noordzee. De kabeljauw is immers een grote roofvis die een belangrijke plaats inneemt in het ecosysteem. Maar ook vissers zagen de achteruitgang van de kabeljauw met lede ogen aan. Na zalm is het de best verkochte vissoort in onze winkels. Maar de meeste van de verkochte kabeljauw komt tegenwoordig uit Britse of Noorse wateren.

Bouwen met de natuur

Kunstmatige riffen of niet: voor de kabeljauw is het in de zuidelijke Noordzee sowieso te laat, vreest Jan Reubens van het VLIZ, die meewerkte aan het onderzoek. "De kabeljauwvisserij krijgen we hier niet meer terug."

"Maar je moet het in zijn groter geheel zien. We hebben de kabeljauw gekozen omdat het een paraplu-soort is: wat goed is voor de kabeljauw, is dat ook voor veel andere soorten, zoals haaien, roggen, wijting en steenbolk."

Daarom hoopt Reubens dat er meer van zulke kunstmatige riffen aangelegd worden, "al moet je daarbij wel rekening houden met de plaatselijke habitat en de soorten die je vooruit wil helpen. Maar zeker in Nederland maakt men windmolenparken nu al veel meer natuur-inclusief. Ze bouwen er mét de natuur. De beschermingslaag rond een windmolen moet die niet alleen beschermen tegen erosie en de stabiliteit garanderen, maar heeft ook een ecologische functie."

Wie in Nederland een nieuw windmolenpark wil bouwen, moet nu al maatregelen nemen die de biodiversiteit versterken. "Daar bepaalt het mee wie zo'n project mag bouwen", zegt Reubens. "Bij ons is dat voor zover ik weet nog niet het geval. Al evolueert het wel, je merkt dat de aandacht ervoor groeit."

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"