Nu Israël een "lokaal en beperkt" grondoffensief is begonnen in Libanon, slaan Libanezen massaal op de vlucht. De Libanese advocate Layal Salloum vlucht met haar gezin richting het noorden van Beiroet. Ze getuigt over de chaos in het land en de hulpverlening die op gang komt.
Libanezen vluchten en helpen elkaar: "Ik hoop dat we niet het nieuwe Gaza worden"
"Je weet nooit wanneer een bom of vliegtuig al dan niet foutief neervalt." De Libanese advocate Layal Salloum vlucht uit angst met haar gezin vanuit Baabda, een buitenwijk ten zuiden van de Libanese hoofdstad Beiroet, richting de kust in het noorden. "Ik woon nu samen met mijn gezin bij mijn ouders."
Baabda is niet meteen een doelwit van Israël, maar Salloum wou geen risico's nemen. "Op dit moment is het nergens echt helemaal veilig." Haar gezin zag de bommen inslaan van op afstand. "Ik wilde echt niet dat mijn dochters alles zouden meemaken. Ze zijn bang en hebben veel vragen."
Sinds hun vlucht gaat het wat beter met hen. Ze voelen zich veiliger, maar het zal nog even duren voordat ze het normale leven weer kunnen oppikken. Werken verloopt moeizaam omdat veel wegen geblokkeerd zijn en scholen zijn gesloten.
Scholen bieden onderdak
De Libanese minister van Onderwijs heeft de start van het schooljaar uitgesteld, omdat veel mensen die gevlucht zijn uit het zuiden onderdak krijgen in de publieke scholen.
Voorlopig kunnen de lessen dus niet worden opgestart. Er wordt bekeken of scholen in veilige zones kunnen opengaan en leerlingen er fysiek les kunnen volgen. "Voor online lessen hebben publieke scholen geen middelen, privéscholen zouden dat wel kunnen overwegen", zegt Salloum.
Voor andere hulp moeten de inwoners rekenen op organisaties of de mensen rondom hen, want Libanon heeft geen president, enkel een regering in lopende zaken. "Het is aan onszelf om oplossingen te vinden", zegt Salloum. "Iedereen helpt elkaar. We doen wat we kunnen."
Dat de politieke situatie niet bijdraagt aan de kritieke situatie beaamt ook Anke Bert, Vlaams medewerker van het Rode Kruis in Libanon. "De regering had het overzicht moeten houden op de hulpacties, maar dat gebeurt niet."
1 op 5 Libanezen op de vlucht
De situatie tussen Libanon en Hezbollah zat al een tijdje in de snelkookpan. Het Rode Kruis bereidt zich al sinds 8 oktober 2023, de dag nadat het conflict voor het eerst weer escaleerde, voor op alle mogelijke scenario's.
Toch escaleert het nu allemaal zeer snel, sneller dan de hulporganisaties konden voorzien. "Het Libanese Rode Kruis was voorzien op een escalatie, maar niet van deze omvang", zegt Bert. "1 miljoen mensen zijn ontheemd in Libanon, dat zijn 1 op 5 Libanezen die op de vlucht zijn."
De toestroom is dus enorm, waardoor de coördinatie van de verschillende hulpacties momenteel moeizaam verloopt. Daardoor gaat de stock van basisproducten er ook snel door. De vraag naar voedsel, drinkwater, matrassen en dekens is groot.
Het Rode Kruis speelt momenteel vooral haar neutraliteit uit in het land waar de sociale gelaagdheid bijzonder complex is. "Net omdat we neutraal zijn, kunnen we in alle regio's terecht. We spreken onze connecties aan. Zo kunnen we hulpmiddelen die andere organisaties ter beschikking hebben in elke regio aanbieden."
Toekomst?
Het Rode Kruis gaat ervan uit dat de situatie niet meteen zal verbeteren en bekijkt langetermijnplannen om hulp te organiseren en coördineren. "Momenteel is het luchtruim nog open, dus kunnen hulpmiddelen op die manier aangeleverd worden als dat nodig is." Dat zei Anke Bert voor de Iraanse aanval op Israël van vanavond. Er werd op voorhand wel al naar alternatieve routes gekeken als de luchthavens zouden sluiten.
Ook Salloum vreest dat de situatie nog even zal aanslepen. "Israël heeft een duidelijk doel, ik zie niet meteen een oplossing die voor de hand ligt. Ik hoop dat we niet het nieuwe Gaza worden."
Ze benadrukt de benarde situatie waarin Libanon zich al jarenlang bevindt. "Libanon lijdt al zeer lang. Ik hoop dat de vrede zo snel mogelijk terugkeert", zegt Salloum. Ze wil haar leven in Libanon niet achterlaten. "Alles is hier: onze familie, onze job, de school van onze kinderen. We verdienen het om hier in vrede te leven.
