In maart 2022 schreef Jeremie Vaneeckhout een boek over de problemen van het landelijke Vlaanderen, met als titel 'Vergeten land. Een roadtrip door Vlaanderen'. Vaneeckhout was op dat moment nog geen voorzitter van Groen, hij was wel 6 jaar lang schepen geweest in het landelijke Anzegem, in West-Vlaanderen. Een baan die hij in 2019 inruilde voor het ambt van Vlaams Parlementslid. De stelling in het boek van Vaneeckhout is dat de jarenlange verwaarlozing van het landelijke Vlaanderen geleid heeft tot een doorbraak van de partij Vlaams Belang.
Het landelijke Vlaanderen
Het 'Vergeten Land' in Vlaanderen is nog niet zoals de flyover country, dat deel van het land tussen de dichtbevolkte kustgebieden in de Verenigde Staten waar niemand wil landen. Maar het deelt wel dezelfde kenmerken. In Vlaanderen ligt dat ‘vergeten land’ over heel Vlaanderen uitgestrooid, langs en rond de 13 Vlaamse centrumsteden.
Belfius maakte in 2018 een onderverdeling die de nuances het best in kaart brengt. En daar worden toch heel wat gebieden bestempeld als ‘landelijk’ of ‘erg landelijk’: grote stukken van West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg en meer geïsoleerde stukken in Vlaams-Brabant.
De 13 centrumsteden vertegenwoordigen samen één kwart van de bevolking en bestrijken 9 procent van de oppervlakte van Vlaanderen. Sommigen argumenteren dat de rest van Vlaanderen dus geen stedelijk gebied is. Maar dat is een merkwaardige interpretatie, het zou betekenen dat Vilvoorde, om maar één voorbeeld te nemen, maar ook andere provinciesteden, zoals Ninove, op geen enkele manier een stedelijke centrumfunctie spelen. En dat klopt natuurlijk niet. Tussen de centrumsteden en het 'vergeten land' liggen er in Vlaanderen heel wat tussengebieden.
Maar de centrumsteden domineren wel de actualiteit, zeker in tijden van gemeenteraadsverkiezingen. De kiesstrijd in steden als Antwerpen of Gent (samen ruim 750.000 inwoners) belangen natuurlijk in één klap veel mensen aan, en debatten over die strijd zijn daardoor interessant.
Bovendien zijn de problemen in de meeste centrumsteden erg gelijkaardig. Ik had het gisteren al over de 3 v’s: verkeer, vervuiling en veiligheid. Ook de samenstelling van de bevolking is vooral in die centrumsteden erg gelijkaardig geëvolueerd.
Om het voorbeeld van Turnhout nog maar eens te schetsen: 42,2 procent van de inwoners is intussen al van buitenlandse herkomst. Als we de Nederlanders uitfilteren, dan gaat het nog altijd om 31,3 procent. Bij de inwoners jonger dan 18 jaar, is 63,4 procent van buitenlandse herkomst.
De problemen van de centrumsteden
De problemen van de Vlaamse centrumsteden zijn dus gelijkaardig en herkenbaar. De Vlaamse Gemeente- en Stadsmonitor definieert 'buurthinder' bijvoorbeeld als:
Auto’s, vrachtwagens, moto’s rijden te snel in mijn buurt.
Er is veel sluipverkeer in mijn buurt.
Burenlawaai en andere vormen van lawaai.
Lastiggevallen worden op straat.
Vandalisme en zwerfvuil.
Hinder van dieren en hondenpoep.
Drugsdealen en drugsgebruik.
Dit zijn de problemen van de centrumsteden en ze leveren de grondstof voor heel wat reportages en debatten in verkiezingstijden.
De landelijke problemen
Maar misschien duiken er in het landelijke ‘vergeten Vlaanderen' vooral andere problemen op. Heel wat dorpen in het ‘vergeten land’ kampen met een afname van winkels, geldautomaten, of postkantoren. Ook de zorg- en sociale dienstverlening staat er vaak onder druk en wordt niet meer in elke plattelandskern aangeboden.
En voor wie vervoerafhankelijk is, heeft de huidige aanpak van het openbaar vervoer in Vlaanderen negatieve gevolgen. Mensen die uit de stedelijke woonmarkt geduwd worden, duiken op in het landelijke Vlaanderen, en zetten daar de woonmarkt onder druk. Ook al omdat er vaak een beperkter aanbod van sociale woningen is.
Nog iets: de vergrijzing manifesteert zich duidelijker in het buitengebied dan in de centrumsteden. In 2014 woonden zo’n 450.000 60-plussers op het platteland, en hun aantal neemt toe volgens de prognoses van de Studiedienst van de Vlaamse regering tot 615.000 in 2030.
Deze toename (36,1 procent) ligt hoger dan het Vlaamse gemiddelde (+30,7 procent) en vooral een stuk hoger dan de toename in de centrumsteden (+20,7 procent). Armoede en sociale uitsluiting komen meer geografisch verspreid en vaak verdoken voor, zeker in vergelijking met de stedelijke context. Daardoor zijn ze moeilijker meetbaar en is er wellicht een onderschatting van het probleem.
Het gevolg is dat de problemen van het 'vergeten Vlaanderen' vaak moeilijk in beeld te brengen te zijn, en dus minder aangewezen zijn voor debatten in de kiesstrijd. Maar misschien moeten we de problemen van dat ‘vergeten Vlaanderen’ eens meer belichten. Zeker in tijden van verkiezingen.

