Naar hoofdinhoud

Energiepremies en -leningen nog meer naar de lagere inkomens: dit zijn de energieplannen van Vlaams minister Depraetere

Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere (Vooruit) benadrukt in haar beleidsnota Energie en Klimaat dat de energietransitie voor de lagere inkomens "haalbaar en betaalbaar" moet blijven. De bestaande energiepremies en -leningen moeten nog meer op de lagere inkomens worden toegespitst. En de taxshift moet er eindelijk komen. Maar wanneer en hoe blijft onduidelijk. Terwijl we intussen fors moeten blijven investeren in wind- en zonne-energie.

Luc Pauwels
Gepubliceerd:

"Inkomens". 15 keer staat het woord in de beleidsnota Energie en klimaat van Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere. Het gaat dan over de lagere inkomens. Die voelen de gestegen gas- en elektriciteitsprijzen het felst in hun portemonnee. Dat kan je oplossen door te besparen op je energieverbruik. Want "de goedkoopste energie, is de energie die je niet verbruikt," stelt Depraetere. 

Melissa Depraetere wil inzetten op "haalbaar en betaalbaar" isoleren.

Minder verbruiken betekent niet dat je jezelf in het donker en de kou moet zetten. Het betekent vooral isoleren. Van ramen, daken, vloeren en muren. Maar isoleren kost veel geld. En het moet voor iedereen "haalbaar en betaalbaar" blijven, benadrukt Depraetere.

Dat is overigens de slagzin waarmee haar voorgangster Zuhal Demir (N-VA) voortdurend uitpakte. Maar Depraetere focust zich meer op de laagste inkomens. Ze wil daarvoor vooral de beleidsinstrumenten verfijnen die Demir en haar voorgangers hebben ontwikkeld.

Verbouwpremies voor nog meer lagere inkomens

Eén concrete invulling was al bekend. Om de financiële lasten dragelijker te maken, zullen mensen die een slecht geïsoleerd huis aankopen (hoger dan EPC D) voortaan 6 in plaats van 5 jaar krijgen om het vereiste EPC D-label te halen.

Maar Depraetere wil ook schaven aan de MijnVerbouwPremie, premies die verbouwers krijgen als ze hun woning energie-efficiënter maken. Daar zitten al mechanismen in om lagere inkomens sterker te kunnen ondersteunen. Maar dat kan nog beter, vindt Depraetere: "Ik verfijn de inkomenscategorieën en steunniveaus. Daarbij ga ik uit van een verruimd inkomensbegrip en respecteer ik de bestaande progressieve verdeling tussen de steunniveaus van de MijnVerbouwpremie voor elke burger." 

Alleen: hoe die verfijning moet gebeuren, en hoe "ruim" dat "inkomensbegrip" moet worden ingevuld, is onduidelijk. 

Verbouwlening opnieuw naar 0 procent?

Over de MijnVerbouwLening is Depraetere concreter. Dat is een goedkope lening die mensen met een lager inkomen kunnen aangaan bij de Vlaamse overheid. De lening kon tot februari 2023 renteloos zijn, maar is sinds een paar jaar gekoppeld aan de wettelijke rentevoet. Ze ligt telkens wel 3 procentpunten lager, wat betekent dat ze momenteel op 2,75 procent uitkomt: de wettelijke rentevoet staat op 5,75 procent.

Depraetere onderstreept dat die rentevoet "voor de laagste inkomens het verschil kan maken tussen “haalbaar” en “niet haalbaar”. Voor een leenbedrag van 60.000 euro op 25 jaar leidt de actueel aangerekende rentevoet van 2,75 procent tot een meerkost van 22.722 euro ten opzichte van de renteloze variant."  Depraetere wil bekijken of er ook lagere rentevoeten mogelijk zijn, "gekoppeld aan het inkomen van de aanvrager". Verder wil ze voor de laagste inkomens bekijken of een nulrente opnieuw mogelijk is, maar wel "binnen de budgettaire mogelijkheden". Lees: als er genoeg geld is. En het is evenmin duidelijk wie dan precies tot die laagste inkomens behoort. Dat kan nog voer worden voor pittige discussies binnen de Vlaamse regering.

Depraetere wil goedkopere leningen voor wie verbouwt.

Collectieve aanpak in plaats van individuele

In haar beleidsnota legt Depraetere één opvallend accent. Ze ziet een collectieve aanpak als hét wapen om op een kostenefficiënte manier over te gaan met renovaties. "Ik heb nooit geloofd in het systeem waarbij je tegen iemand zegt: jij moet nu eens op je eentje je woning renoveren, je dak vernieuwen en een elektrische auto kopen. Voor de meeste mensen is dat gewoon niet haalbaar."

Het kan dus beter samen, in plaats van individueel, met groepsaankopen, bijvoorbeeld. "Daarom zet ik massaal in op een collectieve aanpak. We ondersteunen en begeleiden mensen bij hun renovatie. Ook financieel. Met groepsaankopen aan lagere prijzen. En met prefinanciering die meer gericht zal zijn op zij die dit het meest nodig hebben. De goedkoopste energie, is de energie die je niet verbruikt. Door mensen te helpen met hun renovatie verlagen we hun factuur. Dat is goed voor de planeet en de portemonnee."

Vlaamse taxshift komt tekort

Die factuur verlagen, dat kan de Vlaamse overheid zelf ook. Door haar heffingen te verlagen bijvoorbeeld. Of door een taxshift. Melissa Depraetere wil elektriciteit goedkoper maken en gas duurder. Ze hoopt zo dat we met z'n allen gaan kiezen voor de klimaatvriendelijke elektrische warmtepompen en ons afwenden van de fossiele aardgas- of stookolieketels.

Om die warmtepompen financieel aantrekkelijk te maken mag de stroom maximaal 2 tot 2,5 keer zo duur zijn als het gas. Maar die verhouding is de voorbije 5 jaar nooit gehaald, zo staat in de beleidsnota. Tussen 2019 en vandaag was de stroomprijs 2,7 tot zelfs 6,5 duurder dan gas. Volgens de meest recente cijfers van de Vlaamse energiewaakhond de VREG bedraagt de elektriciteitsprijs in oktober voor een gemiddeld Vlaams huishouden 33 cent per kWh. De gasprijs bedraagt amper 9 cent. Gas is momenteel bijna 3,7 keer goedkoper dan elektriciteit. Heel wat huishoudens aarzelen dan ook om voor een warmtepomp te kiezen.

Vlamingen kiezen niet zo makkelijk voor een warmtepomp.

Depraetere wil dus een taxshift, maar in haar beleidsnota staat geen enkel concreet cijfer. Hoe groot zal die taxshift zijn? Wat gaat er naar de gasfactuur? Het blijft een raadsel. Wat wel duidelijk is: Vlaanderen is niet in staat om het tij op zijn eentje te keren. We maakten zelf een berekening, op basis van de VREG-cijfers en lieten die controleren door energie-expert Ruben Baetens, manager van het KULeuven Institute for Energy & Society. 

Conclusie van Baetens: Vlaanderen kan de elektriciteitsfactuur van huishoudelijke gebruikers met maximaal 14 procent doen dalen. Om dat te compenseren op de gasfactuur, moet die 12 procent stijgen. (Waarom ook niet met 14 procent? Omdat de gasfactuur zwaarder doorweegt dan de elektriciteitsfactuur.) Op dat moment is de elektriciteitsprijs nog altijd 2,9 keer duurder dan de gasprijs en geen 2,5 keer. Warmtepompen zijn zelfs met een volledige Vlaamse taxshift nog altijd niet goedkoper dan gasketels.

Nog een probleem: er zijn veel meer mensen die elektriciteit afnemen dan er mensen zijn die gas verbruiken. Bij een taxshift verschuif je de lasten dus naar de gasverbruikers die met veel minder zijn.  Volgens Baetens zou een gemiddeld huishouden zijn stroomfactuur op jaarbasis zien dalen met 168 euro. Maar bij de gasfactuur komt er 185 euro bij. Netto stijgen de energiekosten voor een huishouden dat met gas verwarmt dus met 17 euro per jaar.

Een Vlaamse taxshift doet de energierekening van huishoudens op stookolie met 168 euro dalen. Verwarm je op gas, dan stijgt je rekening met 17 euro

Ruben Baetens, KU Leuven Institute for Energy and Society

Bovendien wijst Baetens er fijntjes op dat Vlaanderen niets te zeggen heeft over lasten op stookolie. Dat is een bevoegdheid voor de federale regering. Huishoudens die verwarmen met stookolie zouden het meest profiteren van een Vlaamse taxshift. Hun stroomfactuur zou dalen met gemiddeld 168 euro, terwijl er bij hun stookoliefactuur geen cent extra lasten bijkomt. 

Rekenen op België en Europa

Onze scheefgegroeide gas- en stroomfacturen corrigeren met alleen maar Vlaamse ingrepen: het zal dus niet lukken. Daarom kijkt Depraetere in haar beleidsnota expliciet naar het federale Belgische niveau. De Belgische regering legt namelijk nog wat meer druk op de elektriciteitsfactuur dan de Vlaamse. Ruim 20 procent van onze elektriciteitsrekening gaat naar het federale niveau, via BTW en accijnzen, terwijl het Vlaamse beleid beslist over ongeveer 15 procent van onze factuur.

En - in tegenstelling tot het Vlaamse niveau - kan kan onze federale overheid de heffingen dus wel verschuiven naar stookolieverbruik.

Indien de federale overheid ook zou besluiten tot een lastenverschuiving, zou dat al een flink stuk helpen. Maar zo'n verschuiving is gevaarlijk, want het aantal aansluitingen op de gasnetten gaat onvermijdelijk omlaag. Dat betekent ook dat de inkomsten van de heffingen op gas zullen dalen. Daarom rekent Melissa Depraetere ook op Europa. 

Vanaf 2027 zou Europa namelijk ook uitstootrechten beginnen op te leggen voor gebouwen, transport en landbouw via het Emission Trading System (ETS). Dat zijn extra belastingen die we moeten betalen voor het recht om een bepaalde hoeveelheid CO2 te mogen uitstoten. Europa legde die uitstootrechten al eerder op voor de industrie, de energiesector en de luchtvaart. Maar vanaf 2027 dus ook voor de verwarming van onze woningen. Die extra belasting, de zogenaamde ETS2, zal worden verrekend in de stookolie en aardgas die we thuis verbruiken.

Dat zal de prijs van het aardgas sowieso doen stijgen. Waardoor mogelijk de scheefgetrokken verhouding tussen onze gas- en elektriciteitsfacturen voor een deel wordt gecorrigeerd. Maar ons land krijgt ook een deel van de opbrengsten van dat ETS2-systeem toegewezen. Depraetere wil die inkomsten gebruiken om de lagere inkomens verder te ondersteunen in hun overstap naar energiezuiniger woningen en hernieuwbare energie.

Hoe dan ook: Depraetere erkent dat de elektriciteitsfacturen te hoog zijn, maar ook dat de correctie niet alleen van haar zal komen. Opvallend wel: de minister legt zichzelf geen enkele deadline op. Het is dus niet duidelijk hoe de taxshift er precies zal uitzien en wanneer hij er komt. En ook niet hoe groot hij zal zijn: in de beleidsnota staat geen enkel concreet getal.

Steile ambities voor zonne-energie

Waar Depraetere wél een concreet getal op kleeft, zijn de zonnepanelen. In het regeerakkoord stond al dat er fors meer moeten komen. Tienduizend megawatt (MW) vermogen tegen 2030. Dat is 3.422 MW of ruim de helft meer dan nu. Het lijkt bijzonder ambitieus, maar het is wel haalbaar. Onder de regering-Jambon zijn er 3.363 MW zonnepanelen bijgeplaatst in Vlaanderen. Dat is een record, bijna dubbel zoveel als onder de regering-Peeters II. Met dank aan de energiecrisis. Die heeft de Vlaming doen inzien dat zonnepanelen een redelijk goedkope manier zijn om zelf stroom te maken en een stevige buffer kunnen vormen tegen exploderende energieprijzen.

Depraetere wil duidelijk op dat elan doorgaan. Zonnepanelen zijn een volwassen technologie, makkelijk schaalbaar en niet te duur. Subsidies behoren dan ook tot het verleden. Ook grotere zonneparken zullen het op eigen kracht moeten doen. Dit jaar kregen ze al geen ondersteuning meer. Die lijn houdt ook Depraetere aan.

Steile ambities voor windenergie

Ook voor windenergie legt Depraetere de lat hoog. Ze wil de komende 5 jaar meer capaciteit aan windturbines plaatsen dan ooit tevoren. Geen enkele andere Vlaamse energieminister heeft het haar ooit voorgedaan. Toch is de ambitie niet zo steil.

De huidige windturbines zijn namelijk een pak krachtiger dan de oudere. Ze hebben makkelijk een vermogen van 5 tot 7 MW, zo merkt Baetens op. Bij de oudere exemplaren is dat 2 à 3 MW.  Depraetere zal dus minder turbines moeten plaatsen dan bijvoorbeeld de regering-Bourgeois en toch meer vermogen kunnen halen.

Meer en meer oude turbines zijn ook aan vervanging toe. In ruil komen er nieuwe grotere, en meer efficiënte exemplaren. Vaak worden die nieuwe turbines opgericht op de plaats waar de oudere stonden. Dat kan mogelijk leiden tot minder protest. Want de weerstand tegen nieuwe turbines in Vlaanderen groeit en de procedureslagen worden er niet korter op. Onze regio is ook dichtbevolkt: de makkelijkste plaatsen zijn al ingenomen. Nieuwe windturbines van de grond krijgen wordt almaar moeilijker.

Dat lijkt allemaal goed nieuws, maar de windenergiesector kampt momenteel met een huizenhoog probleem: de exploderende prijs van de turbines. Bovendien verdwijnt eind dit jaar het oude subsidiesysteem van de groenestroomcertificaten en het is nog niet duidelijk welk systeem er in de plaats komt.

We vermijden in elk geval oversubsidiëring van windturbines

Melissa Depraetere, Vlaams minister van Energie

De Vlaamse overheid rekende er eigenlijk op dat windmolens op land het voortaan zonder ondersteuning zouden kunnen doen, net zoals de zonnepanelen. Maar dat lijkt niet langer mogelijk. Zonder subsidies is er geen businesscase meer voor nieuwe turbines, zo horen we van meerdere bronnen. En er is haast bij. Momenteel is er dus geen steun voorzien voor windenergieprojecten die na januari worden opgestart. Dat is over amper anderhalve maand. De hele sector is dan ook aan het stilvallen.

Depraetere blijft er in haar beleidsnota heel voorzichtig over, want nieuwe subdsidies voor hernieuwbare energie liggen gevoelig. Ze leggen een extra druk op de stroomfactuur en dat is nu net wat Depraetere niet wil. Ze wil op "korte termijn de rendabiliteit van nieuwe windprojecten onderzoeken". Maar waarschuwt: "We vermijden in elk geval oversubsidiëring."

De sector van de windturbines is aan het stilvallen.

Depraetere denkt aan een systeem met een gegarandeerde prijs voor de elektriciteit van de windturbines. Ligt de marktprijs onder die gegarandeerde prijs, dan past de Vlaamse overheid het verschil bij. Halen de windenergie-exploitanten meer geld binnen dan die gegarandeerde prijs, dan moeten ze het surplus doorstorten naar de Vlaamse overheid. Het is een systeem dat ook voor de nieuwe windmolenparken op zee zal worden toegepast en ook voor de 2 verlengde kernreactoren. 

Een ongerijmdheid

Het wordt alleszins een moeilijke evenwichtoefening voor Depraetere. Soms doorkruisen beleidsmaatregelen elkaar. Wat het energieverbruik betreft, bijvoorbeeld. Dat kan je het beste verminderen door woningen te isoleren. Maar dat vraagt veel geld. Om de kosten te spreiden moeten aangekochte, slecht geïsoleerde woningen met een energielabel E of F niet langer binnen de 5, maar voortaan binnen de 6 jaar naar het scherpere label D worden gebracht. Er is ook geen tijdspad meer voorzien om de woningen naar de labels C, B of A te brengen. Gevolg, zo waarschuwt expert Baetens: er zullen langer slechter geïsoleerde woningen blijven bestaan, die meer verwarming vereisen en onvermijdelijk meer CO2 zullen uitstoten. 

Europa vraagt een vermindering van de CO2-uitstoot met 47 procent.

Vraag is in hoeverre je dat met hogere renovatiepremies voor de lagere inkomens kan compenseren. Opvallend is ook dat Depraetere zich nog altijd neerlegt bij de vermindering van de CO2-uitstoot met 40 procent tegen 2030 en niet de 47 procent die Europa vraagt.

Haalt België die 47 procent niet doordat Vlaanderen tekort komt, zo erkent Depraetere, dan zal dat ons land (en dus waarschijnlijk ook Vlaanderen) geld kosten. Het gat "moet worden opgevangen via flexibiliteit en/of de aankoop van rechten. Dit gaat gepaard met een budgettaire kost", klinkt het. Hoeveel precies, zal in 2030 blijken, maar de kost kan oplopen tot 1 miljard euro.

Europa verwacht alleszins een duidelijk plan van ons land, in de vorm van het Nationaal Energie- en Klimaatplan. Dat had België moeten indienen in juni, maar dat is nog steeds niet gebeurd. Zolang dat plan er niet is, dreigen de miljarden uit het Europese Sociaal Klimaatfonds geblokkeerd te blijven. Dan mist Depraetere een belangrijke hefboom om de financieel zwakkere huishoudens mee te nemen in de omslag naar een echt klimaatvriendelijke samenleving. 

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"