Er zijn grote regionale verschillen als het over gemeentebelastingen gaat. Sommige gemeenten vragen 9 procent bovenop de personenbelasting, elders bedraagt die 0 procent. Waar komen die verschillen vandaan en bovenal: hoe hoog of laag zijn de belastingen in jouw gemeente?
Hoe hoog zijn de belastingen in jouw gemeente? En waar zijn ze het hoogst of laagst?
Gemeenten kunnen op verschillende manieren belastingen heffen. Een van de belangrijkste is de aanvullende personenbelasting. Dat is een percentage dat je op je belastingbrief vindt dat naar de gemeentekas gaat.
Elke gemeente kiest zelf hoeveel belasting ze heffen. In Mesen in West-Vlaanderen bijvoorbeeld is die het hoogst: 9 procent. In sommige kustgemeenten zoals Koksijde bedraagt die dan weer 0 procent.
Betekent dat dan dat die gemeenten geen belastingen heffen? Nee, want er is nog een 2e belangrijke belasting: de zogenoemde opcentiemen. Dat is een bijkomende heffing op de onroerende voorheffing, de jaarlijkse belasting die je betaalt op vastgoed.
In Koksijde bijvoorbeeld zijn veel vakantieappartementen van tweedeverblijvers. Ook als Koksijde meer dan 0 procent zouden vragen, zouden die tweedeverblijvers er sowieso geen gemeentebelastingen betalen. Dankzij de opcentiemen doen ze wel hun bijdrage aan de gemeentekas.
Grote regionale verschillen
De belastingdruk verschilt enorm van gemeente tot gemeente. Op onderstaande kaart van het maandblad SamPol kun je dat goed zien.
Hoe roder een gemeente kleurt, hoe hoger de belastingdruk is in vergelijking met het Vlaamse gemiddelde. Hoe groener een gemeente op deze kaart, hoe lager. Als een gemeente wit ingekleurd is, dan ligt die heel dicht bij het gemiddelde.
De kaart is in onze app of op onze mobiele website niet altijd goed te zien. Zoek daarom je gemeente in onderstaande tabel. Door je gemeente in het zoekveld in te geven, zie je meteen hoe hoog of laag de belastingdruk in jouw gemeente is.
Hoge belastingen in landelijke gemeenten
Hoewel gemeenten zelf hun belastingen kunnen bepalen, hebben veel gemeenten niet veel keuze. Als ze rond willen komen, moeten ze soms hoge(re) belastingen vragen aan hun inwoners. Daarom kleuren grote delen van West-Vlaanderen en Limburg zo rood.
Landelijke gemeenten hebben extra uitgaven wegens hun plattelandsfunctie, terwijl er minder inwoners zijn om die kosten te dragen
Wouter Van Dooren, professor Bestuurskunde, UAntwerpen
"Landelijke gemeenten hebben extra uitgaven wegens hun plattelandsfunctie", zegt professor Bestuurskunde Wouter Van Dooren (UAntwerpen) die de cijfers onderzocht heeft. "Vaak bestaan ze uit meerdere dorps- of stadskernen waar ze dienstverlening moeten voorzien en een groot wegennet dat moet worden onderhouden. Terwijl er minder inwoners zijn om die kosten te dragen."
Tegelijk hebben die inwoners vaak een lager inkomen. In Mesen bijvoorbeeld, waar de aanvullende personenbelasting het hoogst is, hebben inwoners een belastbaar inkomen dat een kwart lager ligt dan het Vlaams gemiddelde.
Lagere belasting vaak in rijkere randgemeenten
Wat ook opvalt, is dat los van de kust, de meeste groene uitschieters rijke randgemeenten van grote steden zijn. Denk bijvoorbeeld aan Kapellen en Schilde bij Antwerpen. Daar zijn de belastingtarieven het laagst, terwijl het eigenlijk rijkere gemeenten zijn.
"Er wonen in die gemeenten veel rijke mensen", legt Van Dooren uit. "Zo kan je met een laag tarief nog altijd voldoende inkomsten ophalen. Tegelijk hebben ze minder sociale uitgaven en kijken ze voor hun dienstverlening voor een stuk naar de stad."
De steden hebben hun eigen (sociale) uitdagingen, maar hebben ook een centrumfunctie
Wouter Van Dooren, professor Bestuurskunde, UAntwerpen
De grote steden zelf kleuren dan weer veelal wit. De belastingdruk ligt dichter bij het Vlaamse gemiddelde. Niet alleen is alles in steden meer gecentraliseerd en dus goedkoper te regelen, maar ze hebben ook meer inwoners om de belastingen te betalen. En niet onbelangrijk: ze krijgen veruit de grootste hap uit het Gemeentefonds.
Professor Van Dooren vindt het terecht dat Antwerpen en Gent meer krijgen uit die pot. "Het Gemeentefonds is een solidariteitsmechanisme", legt hij uit. "De steden hebben hun eigen (sociale) uitdagingen, maar hebben ook een centrumfunctie. Denk aan instellingen zoals musea die een groot gebied buiten de stad bedienen. De steden worden dus terecht voldoende gecompenseerd."
Als het Gemeentefonds moet herverdeeld worden, is het volgens hem op een andere manier: door naar de rijke randgemeenten te kijken. Die krijgen volgens hem nog altijd (te) veel in verhouding. "Terwijl de landelijke gemeenten te weinig krijgen", zegt hij. En dus met andere woorden weinig andere keuzes hebben dan hogere belastingen te heffen op hun inwoners.
Wat is het Gemeentefonds?
Het Gemeentefonds is de pot van zo'n 3 miljard euro die elk jaar verdeeld wordt onder de Vlaamse steden en gemeenten. Het is naast de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen de belangrijkste inkomstenbron van veel lokale besturen. Voor veel gemeenten is het goed voor een derde van hun inkomsten. Een uitgebreid stuk over de verdeling van die pot, kun je hier lezen.


