Bos, grasland, andere natuur of gewone tuinen: allemaal slaan ze ongeveer evenveel koolstof op in de bodem. Enkel akkers slaan per hectare minder koolstof op. Dat blijkt uit een groot bodemonderzoek in Vlaanderen. Voor het eerst is zo'n onderzoek op zo'n grote schaal gevoerd, tot een diepte van 1 meter. "Fantastisch dat dit gebeurt, dit is cruciaal", benadrukt bioloog Ivan Janssens van UAntwerpen het belang ervan voor ons klimaatbeleid.
Bos, grasland of onze tuinen: elk bodemtype slaat ongeveer evenveel koolstof op (behalve akkerland)
Het Vlaamse departement Omgeving heeft samen met het INBO (het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) en het ILVO (Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedselonderzoek) voor het eerst in 50 jaar de hoeveelheid koolstof in verschillende types bodem op grote schaal gemeten.
Het onderzoek begon in 2021 onder de noemer Cmon, wat staat voor koolstofmonitoringnetwerk. Onderzoekers voerden metingen uit tot 1 meter diep, terwijl dat doorgaans maar tot 30 centimeter diep gebeurt. "Een primeur", bevestigt Ann Heylens, woordvoerder van het departement Omgeving.
Die diepere metingen hebben hun effect gehad, want het blijkt dat de laag tussen 30 en 100 centimeter diep maar liefst 37 tot 45 procent van de organische koolstofvoorraad bevat. "Vroeger werden de totale voorraden in de bodem sterk onderschat", klinkt het. Een eerste opvallende bevinding.
Tweede opvallende vaststelling
Maar wat geeft dat voor de verdeling? Welke gronden slaan het meeste CO₂ op? Dat is belangrijk om te weten, want CO₂ is het belangrijkste broeikasgas dat verantwoordelijk is voor de klimaatopwarming.
"Het verrassende is dat er weinig verschil is tussen de hoeveelheid koolstof die per hectare in de bodem wordt opgeslagen door graslanden, bos, andere natuur en onverharde gronden die worden ingenomen door de mens (denk aan privétuinen, red.)", aldus Heylens.
Bosbodems steken er dus niet met kop en schouder bovenuit. Een belangrijke kanttekening is uiteraard dat bossen ook een pak koolstof opslaan in de bomen en planten die er groeien. Ook specifieke veengebieden slaan overigens extra CO₂ op in de bodem, daarover straks meer.
Duiding bij de grafiek: onder permanent grasland vallen percelen die al minstens 5 jaar grasland zijn in de perceelsregistratie. Het zogenoemde 'onverharde ruimtebeslag' gaat over bijvoorbeeld tuingazons, moestuinen, siertuinen en parken.
Onder natuur vallen onder meer duinen, heide, natuurgraslanden, vennen en natte gebieden (wetlands). Soms is de grens tussen bos en natuur niet heel scherp, maar dat maakt uiteindelijk niet zoveel verschil in de resultaten, geeft Ann Heylens nog mee. Op elk cijfer zit een zekere marge naar boven of onder, maar de grafiek geeft wel het globale beeld weer.
Akkerland springt eruit (naar beneden toe)
Het enige type bodem dat er uitspringt met een slechtere score, is akkerland. Akkers nemen wel de grootste oppervlakte in, waardoor ze in absolute cijfers de grootste voorraad koolstof herbergen.
"Percentages vertellen niet alles, want door de inname van een grote oppervlakte ligt er het meeste koolstof opgeslagen in akkerland", zegt Heylens. Ook dat is een belangrijke conclusie uit het onderzoek.
137 megaton
De totale organische koolstofvoorraad in Vlaamse bodems (tot 1 meter diepte) wordt geschat op maar liefst 137 megaton.
In absolute aantallen nemen akkers zoals gezegd het leeuwendeel daarvan voor hun rekening, met ongeveer 37 procent. De bodems van bossen, grasland en 'onverhard ruimtebeslag' zijn elk goed voor ongeveer 20 procent. Natuurgebied sluit de rij met zowat 5 procent.
Vlaanderen zal rapporteren aan Europa en het IPCC
De Cmon-resultaten zullen gebruikt worden in het verdere Vlaamse en Europese klimaatbeleid. Vlaanderen zal de resultaten doorgeven aan onder meer het internationale klimaatpanel IPCC en aan Europa.
De opslagcijfers kunnen ons ook iets leren voor de toekomst: op welke bodems kunnen we extra inzetten, bijvoorbeeld. Want koolstofopslag kan pas echt een verschil maken als de koolstof er langdurig blijft opgeslagen.
Belangrijke opslagplekken voor koolstof zoals bossen, graslanden of natte gebieden moeten beschermd en uitgebreid worden
Departement Omgeving van de Vlaamse overheid
"De metingen tonen aan dat belangrijke opslagpools voor koolstof, zoals bossen, graslanden of wetlands moeten beschermd en uitgebreid worden. Anderzijds geven ze ook aan dat er nog marge is om binnen andere landgebruiken de koolstofopslag sterk te verhogen, zoals bij akkerland", concludeert het departement Omgeving.
"Door op een doordachte wijze met landgebruik en -beheer om te springen, kunnen bodem en bomen veel meer CO₂ vasthouden en op die manier broeikasgassen uit de atmosfeer houden."
Verdere metingen om de evolutie op te volgen
Overigens is het onderzoek dus nog lang niet afgelopen. Naar schatting een kwart van alle geplande metingen zijn al uitgevoerd. Het onderzoek loopt over 10 jaar over bijna 2.600 meetpunten. De komende jaren worden nieuwe metingen uitgevoerd om de evolutie te kunnen opvolgen.
Verrast en niet verrast
Ivan Janssens, bioloog aan UAntwerpen, is ook verrast door de resultaten maar dan op een andere manier. "Dat bosbodems niet hoger scoren, heeft me helemaal niet verrast. Dat graslanden niet per se ho(o)g(er) scoren, vind ik meer verrassend."
Graslanden bewaren nu eenmaal een groter percentage aan koolstof en voedingsstoffen ondergronds dan bosgronden. Janssens zegt dat het ook afhangt van het type bodem. In het Vlaamse onderzoek gaat het om gemiddelde scores, die een breder algemeen beeld geven.
Specifiek veengebied kan ruim het dubbele aan koolstof opslaan vergeleken met natuur, bos of grasland
Bioloog Ivan Janssens (UAntwerpen)
Dat algemeen beeld is er ook voor wat onder de noemer natuur valt. Want daarbinnen zijn grote verschillen, zegt Janssens: "Reken voor specifiek veengebied op 300 à 400 ton koolstof per hectare", schetst hij. Dat is ruim het dubbele van de gemiddelde score voor natuur. Hetzelfde geldt voor natte gebieden, de zogenoemde wetlands, die ook een pak hoger scoren. Maar in Vlaanderen zijn er weinig van deze gebieden over.
Door de klimaatverandering kunnen wetlands bovendien opdrogen en een deel van hun opgeslagen koolstof vrijgeven. En als het warmer is, komt er algemeen gezien ook makkelijker CO₂ vrij uit de bodem omdat organismen in de bodem dan actiever zijn. De strijd tegen klimaatverandering is daarom dubbel belangrijk.
Belangrijk om het beleid goed te sturen
Het onderzoek heeft een grote waarde, onderstreept Janssens. Hij noemt het cruciaal en fantastisch. "Het is belangrijk om te weten of een bepaald beleid de goede kant uitgaat. Het komt erop aan om het gehalte aan opgeslagen koolstof zo hoog mogelijk te krijgen."
De overheid kan bijvoorbeeld inzetten op een betere opslag van koolstof in akkers, omdat die een groot verschil maken in de totaalbalans.

