100 dagen na de verkiezingen zit de vorming van een nieuwe Brusselse regering volledig vast. Dat heeft veel te maken met de ingewikkelde politieke structuur van onze hoofdstad. Daardoor raken erg veel partijen betrokken bij de formatie en liggen de te verzoenen standpunten en belangen soms erg ver uiteen. Hoe is het zo ver kunnen komen? Een handleiding voor het politieke labyrint dat Brussel heet.
Brusselse formatie zit muurvast: kan het aartsmoeilijke kluwen nog worden ontward?
1. Waarom is Brussel zo ingewikkeld?
Een gewest, 2 gemeenschapscommissies, een gemeenschappelijke gemeenschapscommissie en 19 gemeenten voor 1,2 miljoen Brusselaars. Als je het wil hebben over een wildgroei aan politieke instellingen, dan is onze hoofdstad een mooi voorbeeld.
Dat de 19 Brusselse gemeenten - ook wel smalend de 19 baronieën genoemd - misschien best opgaan in een overkoepelend stadsgewest, daarover zijn de meeste Vlaamse partijen het eens. Maar de Franstalige partijen in Brussel wringen nog altijd tegen.
De andere politieke instellingen zijn het gevolg van verschillende staatshervormingen, waarbij regionale bevoegdheden zijn opgedeeld in grondgebonden gewestmateries en persoonsgebonden gemeenschapsmateries. De gewestelijke materies zijn de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gemeenschapsmateries als onderwijs en cultuur vallen gedeeltelijk onder de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), de Commission Communautaire française (COCOF) en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Al die instellingen zijn er eigenlijk gekomen om de rechten van de Nederlandstaligen in het tweetalige maar hoofdzakelijk Franstalige Brussel te beschermen. Brussel is niet alleen de hoofdstad van ons land, maar ook van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Amper 8,3 procent van de Brusselse bevolking is Nederlandstalig; de verschillende staatshervormingen van ons land hadden ook tot doel om de rechten van de Nederlandstaligen in de hoofdstad te waarborgen en te vermijden dat Brussel volledig verfranst zou raken.
2. Hoe verloopt de regeringsvorming in het Brussels Gewest?
De 2 taalgroepen in onze hoofdstad hebben allebei een vast aantal vertegenwoordigers in het Brussels Parlement: de Franstaligen 72 en de Nederlandstaligen 17. Ook in de Brusselse regering zijn beide taalgroepen gegarandeerd vertegenwoordigd. Naast de minister-president - tot nu toe altijd een Franstalige - telt de ploeg 2 Franstalige en 2 Nederlandstalige ministers en 3 staatssecretarissen, onder wie 1 Nederlandstalige.
In een eerste fase na de verkiezingen zoeken de Franstalige en Nederlandstalige partijen in hun eigen taalgroep partners om een meerderheid te vormen. In een tweede fase onderhandelen de Franstalige en de Nederlandstalige meerderheidspartijen over de eigenlijke formatie en over een regeerakkoord.
In tegenstelling tot het federale niveau wordt de formateur in de gewesten niet officieel aangeduid, maar is het de grootste politieke formatie die aan zet is. In Brussel zijn dat in eerste instantie dus 2 formateurs. Deze keer zijn dat David Leisterh (MR) aan Franstalige kant en Elke Van den Brandt (Groen) aan Nederlandstalige kant. Als kopman van de grootste partij aan Franstalige kant komt Leisterh in een tweede fase aan zet om effectief de nieuwe Brusselse regering te vormen en die ook te gaan leiden als minister-president.
3. Waarom is het zo moeilijk om een meerderheid te vinden?
De Brusselse kiezer heeft de kaarten op 9 juni wel erg moeilijk gelegd. Aan Franstalige kant zijn de MR en Les Engagés de duidelijke winnaars, maar ze moeten de PS mee aan boord nemen om aan een meerderheid te raken. Hoewel de PS erg moeilijk ligt bij de MR zijn de 3 partijen het er wel eens over geraakt dat ze samen aan een akkoord gaan werken.
Aan Nederlandstalige kant ligt het nog moeilijker, want daar is Groen de grote winnaar en de grootste partij. Formateur Elke Van den Brandt (Groen) wilde het liefst samenwerken met Vooruit, Open VLD en CD&V , maar haar pogingen zijn vorige week finaal mislukt omdat CD&V de boot afhoudt. De N-VA heeft aangeboden om samen te werken, maar daar lijkt Van den Brandt geen oren naar te hebben. Ook samenwerking met Team Fouad Ahidar, de grote verrassing van de verkiezingen en de op één na grootste Nederlandstalige partij, zien de meeste Nederlandstalige partijen niet zitten. Ze hebben vooral een probleem met de standpunten van Ahidar over religieuze kwesties.
Mede omdat de formatiepogingen van Van den Brandt maar niet opschoten, hebben de Franstalige meerderheidspartijen beslist om de verstrenging van de lage-emissiezone (LEZ) uit te stellen. Alsof Van den Brandt hierdoor nog niet genoeg gejend was, dreigde MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez ermee om ook het mobiliteitsplan Good Move af te voeren, dat andere stokpaardje van Groen.
Voor de groene formateur was dit de spreekwoordelijke druppel. "De MR heeft de samenwerking met Groen via Twitter-politiek opgezegd", zei ze tijdens een inderhaast samengeroepen persconferentie. De facto zette ze haar formatie-missie stop, hoewel ze dat niet met zoveel woorden uitsprak. Gisteren kondigde Fouad Ahidar aan dat hij de formatie aan Nederlandstalige kant zou proberen vlot te trekken. Zichzelf als formateur voorstellen doet Ahidar niet, maar hij beschouwt zichzelf als 'verzoener'. Wie nu echt aan zet is voor de formatie aan Nederlandse kant blijft voorlopig onduidelijk.
4. Tonen Franstalige partijen te weinig respect voor Nederlandstaligen?
Met hun beslissing om een voorstel van ordonnantie voor uitstel van een strengere LEZ in te dienen hebben de Franstalige partijen MR, Les Engagés en PS een gevoelige snaar bij de Nederlandstaligen geraakt. Zelfs de N-VA, die zich inhoudelijk wel kan vinden in zo'n uitstel, staat op haar achterste poten en verkondigt dat de Franstalige partijen geen respect hebben voor hun Nederlandstalige partners. Meteen duikt het doembeeld van de arrogante Franstalige Brusselaars weer op die lak hebben aan 'Les Flamands'.
Dat MR-topman David Leisterh aangeeft dat het voorstel over uitstel van de LEZ ook door Open VLD wordt gesteund lijkt er niet meer toe te doen.
De vrees dat de Franstalige partijen hun wil kunnen opleggen is nochtans niet helemaal ongegrond. Na de overstap van Brussels parlementslid Ludivine de Magnanville van DéFI naar de MR hebben MR, Les Engagés en PS met 45 van de 89 zetels niet alleen een meerderheid in hun eigen taalgroep, maar ook in het Brussels parlement 'tout court'.
David Leisterh mag dan wel zeggen dat hij best bereid is om met de Nederlandstaligen rekening te houden, de dreigende tweet van zijn partijvoorzitter van vorige vrijdag in verband met Good Move lijkt op het tegendeel te wijzen.
5. Is mobiliteit een splijtzwam in Brussel?
De verstrenging van de lage-emissiezone (LEZ) en het mobiliteitsplan Good Move zijn zowat de kroonjuwelen van de groenen in onze hoofdstad. Dat formateur Elke Van de Brandt (Groen) aan die mobiliteitsmaatregelen liefst zo weinig mogelijk verandert, hoeft niet te verwonderen. In de vorige Brusselse regering was zij minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid en was zij dus mee verantwoordelijk voor de uitrol van de mobiliteitsmaatregelen.
De groenen hebben fel campagne gevoerd rond LEZ en Good Move en hebben daarmee ook stemmen gewonnen. Jammer genoeg voor hen hebben MR en Team Fouad Ahidar ook stemmen gewonnen, en zij zijn fel tegen de uitgerolde mobiliteitsmaatregelen. Ook PS, Les Engagés, Open VLD en Vooruit hebben trouwens (veel) bedenkingen.
Met andere woorden staat Groen eigenlijk zo goed als alleen over de lage-emissiezone in onze hoofdstad. Het wordt afwachten hoe hard de andere partijen het zullen spelen en hoe intact de groene mobiliteitsmaatregelen hieruit zullen komen.
6. Spelen de gemeenteraadsverkiezingen een rol?
Eind juli al sprak politicoloog Dave Sinardet (VUB) de vrees uit dat de regeringsvorming door de lokale verkiezingen zou worden 'besmet'. "Hoe langer men wacht, hoe moeilijker het wordt", zei hij toen. Intussen zijn we op minder dan een maand voor de gemeenteraadsverkiezingen beland.
Het valt te vrezen dat de partijen aan de formatietafel niet tot grote toegevingen bereid zullen zijn die hen in oktober electoraal parten kunnen spelen. Dat geldt zeker voor alles wat met mobiliteit te maken heeft, een van de grote thema's in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. Het MR-electoraat in de rijke Brusselse gemeenten wil niet horen van nog meer beperkingen voor hun verplaatsingen met de auto, het - vaak allochtone - electoraat van Team Fouad Ahidar en PS vrezen dat ze hun oudere vervuilende auto's door een duurder elektrisch exemplaar zal moeten vervangen.
Dan hebben we het nog niet over het financiële plaatje, dat bijzonder fel rood kleurt. Ontslagnemend minister van Financiën Sven Gatz (Open VLD) geeft toe dat de volgende regering een loodzware opdracht wacht om de begroting weer op orde te krijgen. In de praktijk betekent dat wellicht besparingen, waardoor de ruimte voor een broodnodig sociaal beleid wel erg klein dreigt te worden. Dat wordt ongetwijfeld moeilijk voor de linkse partijen in de toekomstige coalitie.
Het hoeft dus niet te verwonderen dat men de formatie in Brussel over de lokale verkiezingen heen zal proberen te tillen, als pijnlijke maatregelen niet meer electoraal kunnen worden afgestraft.
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant


