Naar hoofdinhoud
Er moet extra aandacht zijn voor baby's en peuters, zeker in gemengde groepen

Kwaliteit van kinderopvang is verbeterd, maar meer aandacht nodig voor ontwikkeling van allerkleinsten

De kwaliteit van de kinderopvang is verbeterd. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd door de Universiteit Gent en de KU Leuven. Er is meer aandacht voor de emotionele noden en behoeften van de baby's en peuters. En kinderen voelen er zich gemiddeld beter dan bij de vorige meting in 2016. Er moet wel meer aandacht komen voor de (taal)ontwikkeling van baby's en peuters.

Laura Verhaeghe
Gepubliceerd:

De kinderopvang gaat al jaren door een moeilijke periode: personeelstekorten, wantoestanden en gebrek aan plaatsen domineren de nieuwsberichten. Toch blijkt volgens het nieuwe onderzoek de kwaliteit van onze kinderopvang er op vooruit te gaan.

De evaluatie gebeurt op verschillende niveaus. Eerst en vooral wordt er gekeken naar hoe het gaat met de kinderen. Het gaat dan over het emotioneel welbevinden: hebben ze voldoende zelfvertrouwen, kunnen ze zichzelf zijn en genieten? En op de emotionele betrokkenheid: exploratiedrang en geconcentreerd bezig zijn. Op beide vlakken scoren we licht beter dan in 2016.

Toch is er marge voor verbetering op vlak van die betrokkenheid. Baby’s en peuters zijn vaak niet echt geconcentreerd bezig met activiteit. De kinderbegeleiders stimuleren de ontwikkeling van de kinderen niet genoeg door ze bijvoorbeeld nieuwe dingen te leren, de taal te stimuleren of aan te moedigen.

Ten tweede wordt er gekeken naar de manier waarop kindbegeleiders omgaan met kinderen, de zogenoemde interactiekwaliteit. Ook dit is verbeterd in vergelijking met 2016. De kinderbegeleiders merken de signalen van baby’s en peuters tijdig op en gaan er ook consequent op in.

Toch moet er meer aandacht zijn voor de educatieve rol die kinderopvang ook heeft. Het gaat dan over het stimuleren van kinderen door spel, exploratie en taalstimulatie. Daar scoren de kinderopvanginitiatieven matig tot laag. Nochtans is een sterke educatieve ondersteuning van in de kinderopvang heel belangrijk, want het is bewezen dat het positieve effecten heeft op de latere ontwikkeling van kinderen.

Ouders zijn overigens over het algemeen tevreden over de kwaliteit van de kinderopvang en de communicatie met de kindbegeleiders. Dat blijkt uit een bevraging bij 1.600 ouders. De score ligt zelfs nog hoger dan in 2016.

Groepsgrootte bepaalt mee kwaliteit

Een hoger aantal kinderen per begeleider blijkt volgens het onderzoek samen te gaan met een lagere score voor welbevinden, betrokkenheid en de educatieve ondersteuning van baby’s, en een lagere kwaliteit tijdens geleide activiteiten bij peuters.

BEKIJK

De onderzoekers stellen vast dat het algemene welbevinden, de betrokkenheid en de emotionele ondersteuning van baby’s minder goed scoort in de grotere groepen.

Daarom scoren onthaalouders (gezinsopvang, red.) met kleine groepen vaak beter dan groepsopvang. Als de groepen in de groepsopvang niet te groot zijn, scoren ze even goed. Het is dus niet zo dat onthaalouders een betere kwaliteit leveren dan groepsopvang of omgekeerd. De groepsgrootte blijkt veel bepalender.

In dit onderzoek werd ook voor het eerst ook gepeild naar de mate waarin kinderbegeleiders betrokken zijn bij de groep als geheel en momenten benutten om de groepsverbondenheid en samenhang te versterken door bijvoorbeeld kinderen samen te laten praten, spelen of knutselen. Hier zijn de scores eerder slecht.

De grootte van de groep bepaalt mee de kwaliteit.

Hoe meer subsidies, hoe beter de kwaliteit

De kwaliteit is dus in grote lijnen verbeterd, maar de onderzoekers wijzen er wel op dat er nog altijd grote verschillen zijn tussen de verschillende kinderopvanginitiatieven. "Het is nu zaak om de voorzieningen die het minder goed doen, ook mee te krijgen", zegt Michel Vandenbroeck, professor Gezinspedagogiek van de Universiteit Gent.

Ik hoop dat de volgende Vlaamse regering blijft investeren in inkomensgerelateerde plaatsen: ze zijn de basis om kinderen een gelijkwaardige start te geven.

Michel Vandenbroeck, Professor Gezinspedagogiek UGent

Opvallend daarbij is dat de inkomensgerelateerde kinderopvanginitiatieven (IKT), dat zijn locaties waarbij ouders betalen naargelang hun inkomen, het beter doen dan kinderopvanginitiatieven met een vaste prijs. De inkomensgerelateerde kinderopvang trekt vaker kinderen aan uit moeilijkere situaties zoals nieuwkomers, anderstaligen en eenoudergezinnen.

Uit het onderzoek blijkt dat als er veel anderstalige kinderen zijn in de leefgroep, het moeilijker het is om de kwaliteit te bewaken, maar bij inkomensgerelateerde plekken blijft die kwaliteit net hoog. "Dat komt door de subsidies die ze krijgen", zegt professor Vandenbroeck. "Daardoor kunnen ze werken in kleinere groepen en met minder kinderen per begeleider."

Dat zijn 2 factoren die cruciaal zijn om een goede kwaliteit in een opvanginitiatief te garanderen. "Ik hoop dat de regering blijft investeren in die inkomensrelateerde plekken", gaat hij voort. "Ze zijn de basis om kinderen een gelijkwaardige start in het leven te geven."

Minder goed dan andere Europese landen

In vergelijking met andere Europese landen doet onze kinderopvang het nog altijd minder goed. "Zeker op vlak van educatieve ondersteuning, bevinden we ons op het einde van het peloton in Europa", zegt de professor.

Buurland Nederland doet het bijvoorbeeld opvallend beter. "Kindbegeleiders kregen er de laatste jaren een bijkomende opleiding over hoe omgaan met de jongste kinderen in de opvang. Dat werpt nu al zijn vruchten af."

We doen het opvallend minder goed dan pakweg in Nederland.

De onderzoekers focussen zich in de aanbevelingen dan voornamelijk op de allerkleinsten. Vooral bij groepen waar baby's en peuters samenzitten, is het duidelijk dat er te weinig aandacht gaat naar de jongsten. Daarom adviseren de onderzoekers om ook tijdens zorgmomenten extra in te zetten op bewuste omgang met de baby's door bijvoorbeeld oogcontact en praten.

Er is ook meer aandacht nodig voor taalondersteuning, zeker in leefgroepen met veel anderstalige kinderen. Ook tijdens de opleiding tot kindbegeleider moet hier volgens het onderzoek meer op ingezet worden. Tegelijk moet de groepsgrootte en het aantal kinderen per begeleider worden bewaakt. Het zijn cruciale factoren die de kwaliteit van de opvang meebepalen.

De meting stelt vast dat ouders meestal tevreden zijn over de kinderopvang van hun kind, maar dat de zoektocht naar opvang moeilijker verloopt dan 7 jaar geleden. Daardoor had een groot deel van de ouders geen keuze. Er moet volgens de onderzoekers dus ingezet blijven worden op betaalbare, toegankelijke plaatsen.

MeMoQ-meting?

De MeMoQ-meting is een onderzoek van de KU Leuven en de UGent in opdracht van het Agentschap Opgroeien. MeMoQ staat voor 'Meten en Monitoren van de Kwaliteit'. De focus ligt op hoe kinderbegeleiders de kinderen emotioneel en educatief ondersteunen.

Daarnaast scoort het ook de omgeving op diverse vlakken en heeft het oog voor het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen. Ook ouders worden bevraagd over de opvang van hun kind.

De eerste meting (de nulmeting, red.) vond plaats in 2015. De nieuwe meting vond plaats van april tot november 2023 op 304 locaties.  Het ging om 201 leefgroepen groepsopvang (100 met en 101 zonder inkomenstarief) en 103 leefgroepen gezinsopvang (93 met sociaal statuut, 10 zonder sociaal statuut).

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"