Onderzoekers van het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA-KU Leuven) hebben voor het eerst de ketens van onderaannemingen in Belgische bouwprojecten in kaart gebracht. Gemiddeld hebben grote bouwwerven 16,5 onderaannemers. De grootste keten die vastgesteld werd, bestond uit 188 onderaannemers.
Onderaannemers op Belgische bouwwerven voor het eerst in kaart gebracht: grote werven hebben gemiddeld 16 onderaannemers
"Het is interessant om vast te stellen dat de hoofdaannemers nagenoeg allemaal Belgische ondernemingen zijn (97 procent), terwijl de onderaannemers in grote mate in het buitenland gevestigd zijn", legt Frederic De Wispelaere van HIVA-KU Leuven uit in De Wereld Vandaag op Radio 1.
De zaak-Borealis, waar een 50-tal mensen slachtoffer werd van mensenhandel, en de instorting van een schoolgebouw in aanbouw in Antwerpen zijn twee recente voorbeelden waarbij de keten van onderaannemers bij bouwprojecten ter discussie kwam te staan.
"Om een genuanceerder en duidelijk beeld te krijgen over hoe de situatie eraan toe gaat in België, was het nodig om de volledige structuur van ketens in kaart te brengen. Dat was nog nooit gebeurd, ook niet in andere Europese landen", aldus De Wispelaere.
Buitenlandse onderaannemers zijn niet meer weg te denken op Belgische bouwwerven
Frederic De Wispelaere
Gemiddeld wordt in de grote projecten gewerkt met 1 niveau van hoofdaannemers en 2 niveaus van onderaannemers. 1 op 5 ketens telt 3 of meer niveaus van onderaannemers. De langste keten had 7 niveaus. 57 procent van de onderaannemers is actief op het 1e niveau van onderaannemers en 34 procent op het 2e niveau van onderaannemers. Het 1e niveau van onderaannemers telt gemiddeld 9,4 aannemers, en het 2e gemiddeld 9.
Nagenoeg alle hoofdaannemers (97 procent bij de grote werken) zijn gevestigd in België. 22 procent van de onderaannemers komt uit het buitenland en dan voornamelijk uit Polen. Hoe lager in de onderaannemingsketen, hoe hoger het aandeel buitenlandse onderaannemers. "Buitenlandse onderaannemers zijn niet meer weg te denken op onze Belgische bouwwerven", vertelt De Wispelaere. "Onze studie toont dat 55 procent van de onderaannemingsketens op grote werven ten minste 1 buitenlandse onderaannemer telt."
In de nasleep van de zaak-Borealis en de instorting van de Antwerpse school werden discussies gevoerd over het al dan niet inperken van onderaannemingsketens. "Het lijkt logisch om de uitzonderingen eruit te halen, zodat duidelijker wordt wie verantwoordelijk en aansprakelijk is op een bouwwerf, en dat er een betere handhaving mogelijk is", stelt De Wispelaere. "Onze studie geeft een nuttige bijdrage aan deze politieke discussie, waarbij ook de nadelen van het inperken van de keten moeten worden meegenomen."
Tot 188 onderaannemers op één grote bouwwerf: "Hoeft geen probleem te zijn, maar meer transparantie zou welkom zijn"
Onderzoek van RSZ-gegevens
De onderzoekers keken specifiek naar RSZ-gegevens van 'werken in onroerende staat', dus bouwwerken. Projecten vanaf 5.000 euro met minstens 1 onderaannemer, of vanaf 30.000 euro zonder aannemer, moeten bij de RSZ aangegeven worden.
De onderzoekers analyseerden de gegevens voor het jaar 2022 en hadden bijzondere aandacht voor de projecten met een kostprijs boven de 500.000 euro. Omdat geweten is dat niet alle bedrijven echter aangifte doen, ook al worden er dan sancties opgelegd, wijzen de onderzoekers er dus op dat de resultaten een onderschatting kunnen zijn van de werkelijke omvang van het fenomeen.
Uit de analyse bleek dat een onderaannemingsketen bij deze grote projecten - dus projecten boven 500.000 euro - gemiddeld 1,6 hoofdaannemers en 16,5 onderaannemers telde. Ongeveer 30 procent van deze grote ketens heeft zelfs 20 of meer onderaannemers. De grootste keten die vastgesteld werd, bestond uit 188 onderaannemers.

