Sprinters hebben niet alleen fysiek maar ook mentaal explosiviteit nodig, en dus vallen ze het meeste op op een atletiekbaan. Al is dat vaak maar pose. Dat zegt Eline Berings in 'Zijn er nog vragen?' op Radio 1.
Eline Berings over sprinters: "De excentrieke persoonlijkheden zijn vaak onderdeel van een alter ego"
U hoeft er de recente Netflix-reeks Sprint maar op na te gaan, of dit weekend even naar de Memorial Van Damme te kijken: sprinters zijn een ras apart. Een luisteraar van het Radio 1-programma 'Zijn er nog vragen?' vroeg zich af hoe het komt dat sprinters altijd de kleurrijkste persoonlijkheden op de atletiekbaan zijn. Eline Berings - voormalig Europees kampioene op de 60m horden, 17-voudig Belgisch kampioene, sportpsychologe en Sporza-commentator - ziet een paar verklaringen.
"Allereerst is sprinten een enorm explosieve sport. Er zijn weinig sporten waarin je zo weinig tijd hebt om honderd procent van jezelf te geven. Je bouwt soms jaren op naar één explosie van een paar seconden. Dat creëert een enorme druk, en dus moet je als sprinter een manier vinden om daarmee om te gaan. Heel wat sprinters creëren voor zichzelf een alter-ego dat met die druk om kan", aldus Berings.
Pruiken, nagels en tanden
De flashy pruiken, de lange nagels, de juwelen, de gouden tanden, ... voor sommige sprinters is het dus onderdeel van een soort superheldenkostuum waarin ze zich opperbest voelen. Maar, vult Berings aan, er speelt nog iets: opvallen in de massa. "Het zijn niet voor niks vooral Amerikaanse en Jamaicaanse sprinters die kiezen voor een erg uitgesproken uiterlijk. Die atleten komen uit echte sprintlanden, ze moèten dus wel opvallen willen ze niet opgaan in de massa andere Amerikaanse en Jamaicaanse sprinters. Ze doen er alles aan om niet vergeten te worden, en dan tellen niet alleen je prestaties maar ook wie je bent en hoe je er uitziet."
Sprinten is naast een extreme fysieke inspanning ook een mentale krachttoer. Iedereen zoekt naar een manier om zich opperbest te voelen.
Eline Berings
Al zijn er ook sprinters die zich niet enkel bijzonder uitdossen voor zichzelf of het publiek, maar voor de tegenstander. "Er speelt ook een stukje intimidatie mee. Sprinten is naast een extreme fysieke inspanning ook een mentale krachttoer. Iedereen is bezig met zichzelf, maar tegelijk sta je schouder aan schouder in de startblokken en loop je heel dicht bij elkaar." Wie zijn tegenstander dus wat kan intimideren, heeft mogelijk een licht voordeel tijdens de race.
Hoewel de uiterlijkheden iets anders laten vermoeden, zijn de meeste atleten vlak voor een race vooral met zichzelf bezig, zegt Berings. "Iedereen zoekt naar een manier om zich op zijn opperbest te voelen en zich oppermachtig te voelen. Voor sommigen zit het hem in looks, anderen kloppen zichzelf op de borst of voeren een show op."
Het Bolt-effect
Die shows kennen we nog van Usain Bolt, en sindsdien zijn er meer atleten die nadenken over een bepaalde beweging naar de camera of zelfs een dansje. "We zien echt dat dat is toegenomen sinds Bolt. Vroeger leken de mannen wel eens op een stel opgefokte stieren. Net als in het dierenrijk wilden ze tonen dat ze klaar waren voor het gevecht, soms op het agressieve af. Nu kan er soms wat meer gekkigheid van af."
En het kan zelfs nog gekker. "Ik merk dat het in slingerbewegingen gaat", aldus Berings. "In mijn atletiekdagen leek de opwarming soms meer op een galabal waar iedereen enorm opgemaakt rondliep in erg opvallende outfits en juwelen. Iedereen kijkt naar elkaar en dan wordt het al snel een opbod."
Waarom zijn sprinters altijd de kleurrijkste figuren?
Nieuwsgierig naar de sprinters? Volg de Memorial Van Damme vrijdag 13/9 en zaterdag 14/9 vanaf 19u30 op Canvas of op VRTMAX.
