De verplichte gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen is geen succes. Het project werd zo'n jaar geleden ingevoerd door de Vlaamse regering, maar nog geen 500 werkzoekenden hebben sindsdien ervaring opgedaan via het systeem. Vlaams minister van Werk Jo Brouns (CD&V) zegt dat er te veel systemen bestaan om werkzoekenden aan werk te helpen en dat de totale aanpak grondig geëvalueerd moet worden.
Verplichte gemeenschapsdienst geen succes, met maar 494 mensen aan de slag: "Grondige, kritische evaluatie nodig"
64.070. Zoveel werkzoekenden zijn er in Vlaanderen die al langer dan 2 jaar zonder werk zitten. Om die langdurig werklozen in contact te houden met de arbeidsmarkt besloot de toenmalige Vlaamse minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) in 2021 om hen te verplichten om gemeenschapsdienst te doen.
De gemeenten moesten werkplekken organiseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning bij evenementen, bij de groendienst of in scholen.
494 mensen
Het systeem werd in de zomer van vorig jaar echt opgestart en loopt intussen dus een jaar. Maar de gemeenten stonden niet te trappelen om die gemeenschapsdienst te organiseren. Amper een derde van de Vlaamse gemeenten heeft een subsidie aangevraagd voor het systeem.
"Steden en gemeenten vinden het vaak te ingewikkeld om die verplichte gemeenschapsdienst te organiseren", legt journalist Tim Pauwels uit in De Markt. "Daarnaast heb je begeleiders nodig om die mensen op te volgen."
Resultaat: sinds de start van het project hebben 494 mensen een gemeenschapswerk uitgevoerd. Dat is dan wel een pak meer dan de 5 die aan de slag waren gegaan in november, toen er een tussentijdse evaluatie werd gehouden, maar een groot succes is dit ook zeker niet te noemen. Bovendien is het nog onduidelijk hoeveel van die 494 mensen effectief doorgestroomd zijn naar de arbeidsmarkt. Voor die cijfers is het nog te vroeg, zegt de VDAB.
"Kritische evaluatie nodig"
De Vlaamse regering zette de gemeenschapsdienst nochtans in de markt als een van de belangrijke pijlers om werklozen opnieuw aan het werk te krijgen. "Er zijn verschillende instrumenten om werklozen te leiden naar werk", reageert de aftredende minister van Werk Jo Brouns (CD&V). "Die gemeenschapsdienst is er een van. De bedoeling ervan is om werkervaring op te doen om zo uiteindelijk een passende job te vinden."
Maar tegelijkertijd benadrukt Brouns dat het, met de regeringsvorming en het toekomstige arbeidsmarktbeleid in zicht, van groot belang is dat er een "zeer grondige, kritische evaluatie" wordt gemaakt van alle instrumenten voorhanden.
"We moeten uitzoeken welke manier de effectiefste is om tot werk te leiden. Dit systeem ligt op tafel. Er zijn verschillende meningen over. Maar de onderhandelingen lopen natuurlijk nog."
Hervorming?
Brouns stelt vast dat de lokale besturen, waaraan wordt gevraagd om werkplekken te creëren, naar andere instrumenten grijpen om mensen aan het werk te zetten. Hij verwijst specifiek naar wijk-werken.
Dat houdt in dat werkzoekenden, gelijkaardig aan gemeenschapsdienst, enkele uren per week opdrachten uitvoeren bij iemand thuis of in een school, gemeente, OCMW of voor een vzw. Een verschil is dat wijk-werken niet verplicht is, al kan de VDAB mensen wel onder druk zetten.
"Er zijn dus concurrerende systemen", zegt Brouns, die een hervorming niet uitsluit. "Waarom integreren we verschillende systemen bijvoorbeeld niet? Dat is veel efficiënter, ook voor die lokale besturen die een heel belangrijke partner zijn om mensen aan het werk te zetten. Dat is alleszins deel van het debat over de arbeidsmarkt."



