Beide strijdende partijen in het conflict in Soedan hebben "verschrikkelijke mensenrechtenschendingen, internationale misdaden en mogelijk oorlogsmisdaden" begaan. Dat stellen onderzoekers van de Verenigde Naties in een nieuw rapport. Ze pleiten voor een neutrale vredesmacht.
Beide strijdende partijen in Soedan schuldig aan "verschrikkelijke schendingen van mensenrechten", stelt VN-rapport
In april 2023 brak in Soedan een oorlog uit tussen het Soedanese leger en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). Deze oorlog heeft volgens mensenrechtenorganisaties tot een van de grootste humanitaire crisissen ter wereld geleid. Er is sprake van hongersnood en massale sterfte onder burgers.
In een nieuw rapport beschuldigen onderzoekers van de Verenigde Naties beide strijdende partijen van "grootschalige schendingen" van de mensenrechten door onder meer aanvallen tegen burgers uit te voeren.
In het rapport is er onder meer sprake van verkrachting en andere vormen van seksueel geweld, willekeurige arrestaties en opsluiting, marteling en mishandeling. De onderzoekers klagen ook de bombardementen op scholen en ziekenhuizen aan.
Vredesmacht
Het rapport werd opgesteld op basis van 180 getuigenissen van Soedanezen die naar de buurlanden zijn gevlucht, voornamelijk naar Tsjaad. De experts mochten Soedan zelf niet in.
De VN-experts willen dat er meteen een neutrale vredesmacht komt in Soedan, om de burgers te beschermen. Ze vinden ook dat het wapenembargo tegen een deel van het land strenger moet worden en voor het hele land moet gelden. Verschillende landen die wapens leveren, dreigen anders medeplichtig te worden voor de mensenrechtenschendingen en misdaden die de strijdende partijen begaan. "We zijn van oordeel dat de gevechten zullen stoppen als de stroom aan wapens opdroogt", stellen de onderzoekers in het rapport.
"De bescherming van de bevolking heeft de hoogste prioriteit en alle partijen moeten hun verplichtingen onder het internationaal recht nakomen en alle aanvallen op burgers onmiddellijk en onvoorwaardelijk staken", zegt Mohamed Chande Othman, de voorzitter van de onderzoekscommissie.
Strijd tussen generaals
De oorlog in Soedan is in feite een bloedige machtsstrijd tussen 2 generaals: Fattah al-Burhan van het regeringsleger en Mohammed Hamdan Dagalo van de paramilitaire militie RSF. De RSF groeide voort uit de gevreesde Janjaweed, een verzameling van Arabische milities die door dictator Omar al-Bashir werden gerekruteerd om 'vuil werk' op te knappen en onder meer streden tegen de rebellen in Darfoer, die tegen de president in opstand waren gekomen.
In 2019 brachten de nu tegen elkaar strijdende generaals dictator al-Bashir nog samen ten val. Maar de machtshonger bij beiden leidde tot een regelrecht conflict. Dat begon in de hoofdstad Khartoem, maar breidde zich daarna uit naar zowat het hele land en in het bijzonder naar de regio Darfoer.
De oorlog kostte al het leven aan tienduizenden mensen. 10 miljoen mensen zijn op de vlucht, van wie 2 miljoen in de buurlanden.
Het conflict veroorzaakt niet alleen veel slachtoffers, de strijdende partijen leggen ook beperkingen op aan de humanitaire hulp voor de burgerbevolking. Volgens de VN lijden meer dan 25 miljoen mensen acute honger als gevolg van het conflict. Dat is bijna de helft van de Soedanese bevolking.

