De Rode Duivels spelen hun eerste Nations League-'thuiswedstrijd' tegen Israël niet in eigen land, maar op Hongaarse bodem. De stad Brussel vond het veiligheidsrisico te groot om de match in het Koning Boudewijnstadion te houden. Ook andere steden vonden een wedstrijd tegen Israël geen goed idee. Waarom kan het dan wel in Hongarije?
Rode Duivels treffen Israëlisch elftal in Hongarije (en niet in België) "door veiligheidsdreiging": waarom kan het in Debrecen wel?
Net geen jaar geleden, op 16 oktober, werden in Brussel 2 Zweedse supporters vermoord die naar de hoofdstad waren afgereisd voor de EK-kwalificatiewedstrijd tussen België en Zweden. In een video op sociale media verklaarde de dader, de 45-jarige Tunesiër Abdessalem Lassoued, dat hij de aanslag had gepleegd in naam van de terreurgroep Islamitische Staat (IS).
Volgens de veiligheidsdiensten is het motief van de dader nog steeds niet helemaal duidelijk. Er zouden geen aanwijzingen zijn dat de dader - een moslim - de aanslag pleegde als vergelding voor de oorlog in Gaza, al kon dat ook niet uitgesloten worden. Hoe dan ook, sindsdien zijn de veiligheidsdiensten erg waakzaam, zeker bij risicowedstrijden zoals die tegen Israël.
"Veiligheidsdreiging"
Volgens een verklaring van de Belgische Voetbalbond kon de veiligheid tijdens de match tegen Israël niet gegarandeerd worden. "Geen enkele lokale overheid gelooft dat het mogelijk is om de thuismatch van de Rode Duivels tegen Israël te organiseren", zo staat er. "De Voetbalbond gaat op zoek naar een oplossing."
De oplossing luidt als volgt: de eerste Nations League-match van de Duivels wordt in Debrecen, de op 1 na grootste stad van Hongarije, gespeeld en het wordt een match achter gesloten deuren. Er mogen dus geen Belgen, Israëli's of Hongaren binnen.
Volgens Stefan Bos, correspondent in Centraal-Europa, is het geen toeval dat Hongarije werd geselecteerd als de uitvalsbasis voor de Nations League-wedstrijd. "Ik denk dat dat te maken heeft met het pro-Israëlische beleid van het land", vertelt hij in De Wereld Vandaag op Radio 1.
"Ik denk dat de Israëlische premier Netanyahu geen grotere vriend heeft dan de Hongaarse premier Viktor Orbán. Die 2 kunnen het echt heel goed met elkaar vinden. Orbán is ook een enorme voetbalfan, dus dat helpt natuurlijk ook. En Hongarije heeft ook allemaal stadions opgetrokken waar ze het veilig kunnen organiseren."
Veilige locatie in Hongarije
Al lijkt de stad Debrecen op het eerste zicht wel een vreemde locatie. Hongarije heeft enkele mooie, grotere stadions dicht bij de hoofdstad Boedapest, maar toch werd voor het kleinere en moeilijker bereikbare stadion in Debrecen gekozen.
"De wedstrijd wordt dan wel achter gesloten deuren gespeeld, met sommige supporters weet je nooit", verklaart Bos. Voor supporters met slechte bedoelingen is de huidige locatie dus niet zo gemakkelijk te bereiken. "De plaats ligt zo'n 250 kilometer ten oosten van Boedapest, een heel eind dus buiten de hoofdstad, en dat speelde dus wel een rol bij de beslissing."
Voor de Israëlische spelers is de situatie niet ongewoon. Het voetbalelftal heeft al verschillende matchen in Hongarije gespeeld. "Als je enkel naar veiligheid kijkt, is die voor de Israëli wel beter in Hongarije dan in andere landen. Ze hoeven zich er ook niet druk te maken over pro-Palestijnse demonstraties", zegt Bos.
"Die protesten worden er niet toegestaan, want Orbán ziet dat als een betoging voor terrorisme. Dat heeft hij zo omschreven. Zogenoemde anti-terreurwetten verbieden dat soort protesten in Hongarije."
Italië en Frankrijk zitten in dezelfde groep als België en Israël. Hun thuiswedstrijden tegen Israël, respectievelijk op 9 september en 10 oktober, worden wel in eigen land georganiseerd.

