Meer dan 1 op de 3 minderjarigen die dringend hulp nodig hebben vanwege mentale problemen of een onhoudbare thuissituatie, kreeg vorig jaar te horen dat het aanbod volzet is. Zij kunnen dus niet terecht in een leefgroep of krijgen geen hulp aan huis op het moment dat ze dat nodig hebben. Het aantal minderjarigen voor wie effectief crisishulp werd opgestart, is zelfs opnieuw gedaald. Dat blijkt uit cijfers van het Agentschap Opgroeien.
1 op de 3 minderjarigen in crisis krijgt te horen dat alle hulp volzet is: "Dat wachten is slopend"
Sinds het begin van de metingen krijgen jaar na jaar meer minderjarigen te horen dat ze moeten wachten op de hulp die ze nochtans dringend nodig hebben. Volgens het Vlaams Agentschap Opgroeien ging het in 2023 over 35 procent van de kinderen en jongeren die een aanvraag indienden bij de crisismeldpunten, een stijging met 14 procent in vergelijking met 2022.
Wat zijn crisismeldpunten?
Er zijn in Vlaanderen en Brussel 6 crisismeldpunten die dag en nacht bereikbaar zijn. Jongeren, ouders en hulpverleners kunnen ernaar bellen als een minderjarige dringend hulp nodig heeft. Dat kan gaan over acute mentale problemen, of over problemen binnen het gezin zoals misbruik, geweld of verwaarlozing.
De meldpunten bieden in de eerste plaats telefonisch consult en kunnen ook verdere crisishulp opstarten, bijvoorbeeld een opname in voorziening of een mobiel team dat thuis langskomt.
Doordat de hulp die de crisismeldpunten kunnen inschakelen zo vaak volzet is, moet 1 op de 3 minderjarigen zich verschillende keren aanmelden voor ze geholpen worden. Die heraanmeldingen verklaren ook het gestegen aantal aanvragen dat de meldpunten binnenkregen: 16.500 in 2023.
Het is dus niet zo dat er meer minderjarigen hulp zoeken, maar het aantal aanvragen per kind of jongere neemt wel toe. Het aantal unieke minderjarigen dat dringend hulp nodig heeft, is eigenlijk stabiel gebleven.
Minder kinderen en jongeren geholpen
Door het tekort konden er voor het tweede jaar op rij minder kinderen en jongeren geholpen worden. Er werd voor 2.393 minderjarigen crisishulp opgestart, dat is 3 procent minder dan in 2022 en 9 procent minder dan in 2021. De jaren daarvoor steeg het aantal geholpen minderjarigen telkens omdat de capaciteit van de hulpverlening uitgebreid werd.
Als verklaring wijst het Agentschap Opgroeien naar de personeelstekorten in zowel de jeugdhulp als de geestelijke gezondheidszorg. Daardoor kunnen niet altijd alle plaatsen opengesteld worden. Daarnaast verbleven meer jongeren langere tijd in de crisishulp, zodat die plaatsen ook minder snel vrijkwamen.
Leefgroepen tegen hun limieten
Ook de jeugdvoorzieningen die crisisplekken aanbieden staan hierdoor onder grote druk, legt Niels Heselmans van Opgroeien uit. "In de leefgroepen moeten al veel jongeren samenleven met moeilijke problematieken. Nog iemand in crisis erbij nemen, lukt gewoon niet altijd. De leefgroepen mogen daarom zelf aangeven wat voor hen lukt en wat niet."
Dat is soms ook echt nodig, merkt Sarah Van Brussel, leefgroepbegeleider van De Grote Robijn in Antwerpen. "Soms zijn de problematieken zo uiteenlopend dat iemand met een crisis er soms niet meer bij kan. Dat is ook te wijten aan het feit dat we vaak onderbezet zijn waardoor we niet de middelen hebben om de avond veilig door te komen."
Maar dan blijven er dus wel jongeren in de kou staan. "Dat veroorzaakt heel wat onrust en onduidelijkheid bij de jongeren die hebben aangegeven een crisisplek nodig te hebben. Ze hebben net de rust en structuur van een centrum nodig en dat wachten is heel slopend", merkt ook crisisbegeleider Rein De Voeght.
We kunnen vaak niet voorkomen of bemiddelen, maar moeten ingrijpen als de situatie al geëscaleerd is
Rein De Voeght, crisisbegeleider De Grote Robijn
Het probleem is volgens Van Brussel soms ook dat crisisbedden naar jongeren gaan die meer nood hebben aan specifieke hulp. Die is niet onmiddellijk beschikbaar, dus dan krijgen die jongeren tijdelijk een crisisbed. "We willen hen dan ook voldoende ondersteunen en enkel wegsturen als ze een kans hebben op specifiekere hulp. Dat maakt dat jongeren die nood hebben aan een crisisplek, soms geen plek krijgen."
Dat langer wachten leidt ertoe dat de problematiek alleen maar verergert. "Als we jongeren en hun ouders of netwerk sneller de juiste handvaten kunnen geven, zouden de problemen ook sneller opgelost geraken. Nu blijven ze langer worstelen met de problematiek en dat weegt."
Terwijl crisishulp wel echt voor beterschap kan zorgen. "Maar we kunnen niet kort genoeg op de bal spelen. Nu kunnen we niet voorkomen of bemiddelen, maar moeten we vaak ingrijpen als de situatie al geëscaleerd is", sluit De Voeght af.
Meer inzetten op thuishulp
Wat wel al soelaas kan bieden is het extra inzetten op hulp aan huis. Dan worden minderjarigen, ouders of hele gezinnen van thuis uit ondersteund. "Dat maakt vaak al een groot verschil", benadrukt Heselmans van Opgroeien.
"Een kind of jongere uit een gezin halen om op een crisisplek te plaatsen, heeft vaak een enorme impact. Dat is altijd een breuk voor een kind en dat nadien opnieuw lijmen is heel moeilijk. Door gezinnen thuis bij te staan en handvaten te bieden, kunnen er vaak opnieuw banden gesmeden worden binnen het gezin en gefocust worden op herstel."


