Justitie wil werken aan de vertrouwenskloof tussen burger en Justitie. Dat was de boodschap in de openingsredes van de procureurs-generaal, die traditioneel gehouden worden bij de opening van het nieuwe gerechtelijke jaar. "Als burgers de werking van Justitie niet begrijpen, zal er altijd een reden tot wantrouwen en argwaan zijn", zegt Guido Vermeiren, procureur-generaal bij het Antwerpse hof van beroep.
Justitie wil vertrouwen van de burger terugwinnen: "Nog te veel het beeld van rechter op zijn troon"
Naast het nieuwe schooljaar ging vandaag ook het nieuwe gerechtelijke jaar officieel van start. Daarbij houden de procureurs-generaal traditioneel een inleidingsrede, waarin ze terugkijken op het vorige jaar en vooruitblikken op de toekomst. Dit jaar werd er in die openingstoespraken veel belang gehecht aan het herstellen van het vertrouwen tussen burger en Justitie.
Die vertrouwenskloof wordt namelijk steeds groter. In de meest recente Justitiebarometer gaf slechts 54 procent van de respondenten nog aan vertrouwen te hebben in Justitie. 44 procent van de respondenten gaf aan (eerder) geen vertrouwen meer te hebben in het gerechtelijke apparaat.
Gemeenschapsgerichte justitie
Opvallend is dat het vertrouwen in de politie volgens diezelfde barometer wél nog hoog ligt: 8 op de 10 ondervraagden gaf aan de politie te vertrouwen. Dat kan volgens Guido Vermeiren, procureur-generaal bij het hof van beroep in Antwerpen, gedeeltelijk verklaard worden door het model van "gemeenschapsgerichte politiezorg" dat aan het einde van de vorige eeuw werd ingevoerd.
"De politie functioneert midden in de samenleving, werkt probleemoplossend, gaat partnerschappen aan en legt rekenschap af", zegt hij in zijn openingsrede. "Over Justitie bestaat nog altijd het beeld van de rechter op zijn troon." Hij vraagt zich af of een gemeenschapsgerichte justitie, waarbij burgers meer geïnformeerd en betrokken worden, niet beter zou zijn.
Communicatie moet beter
Frédéric Van Leeuw, procureur-generaal bij het hof van beroep van Brussel, worstelt met dezelfde vragen. "Mensen vinden dat rechtszaken te lang aanslepen en dat er gebrekkig gecommuniceerd wordt. Er wordt gesproken over "klassenjustitie" en wereldvreemde rechters en er worden onophoudelijk vraagtekens gezet bij de onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie", vertelt hij.
Als burgers de werking van Justitie niet begrijpen, zal er altijd een reden tot wantrouwen en argwaan zijn
Guido Vermeiren, procureur-generaal bij het hof van beroep in Antwerpen
Vermeiren treedt hem daarin bij: “We moeten vaststellen dat onze communicatie voornamelijk anekdotisch is, naar aanleiding van bepaalde dossiers. We doen bijzonder weinig aan imago-opbouw en te vaak reageren we niet op berichten die Justitie in een verkeerd daglicht stellen", beaamt hij. Als burgers de werking van Justitie niet begrijpen, zal er altijd een reden tot wantrouwen en argwaan zijn.”
Hetzelfde verhaal horen we bij Bart Willockx, eerste voorzitter van het Antwerpse hof van beroep, in ‘De Ochtend’ op Radio 1. “Ik ga regelmatig spreken, en dan merk je de woede en het ongenoegen bij de mensen, zeker bij de jongeren. Ik heb daar veel begrip voor, al denk ik ook dat als je bepaalde zaken uitlegt, mensen achteraf wel meer genuanceerd denken.”
Gedeelde verantwoordelijkheid
Van Leeuw geeft toe dat een tekort aan middelen en mankracht niet het enige excuus mag zijn voor die problemen. "Het is onze verantwoordelijkheid om de manier waarop we werken beter uit te leggen", steekt hij de hand in eigen boezem.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat zware gevangenisstraffen haast nooit leiden tot minder recidive of criminaliteit
Guido Vermeiren, procureur-generaal bij het hof van beroep in Antwerpen
Tegelijkertijd moeten burgers zichzelf ook beter informeren. "Een ruime meerderheid van de Belgen vindt dat misdrijven niet streng genoeg bestraft worden", vertelt Vermeiren. "Ze denken dat de samenleving door zware straffen beter beschermd wordt. Maar wetenschappelijk onderzoek toont aan dat zware gevangenisstraffen haast nooit leiden tot minder recidive of criminaliteit, integendeel."
Van Leeuw bevestigt die gedeelde verantwoordelijkheid van burger en Justitie. Zeker voor minderjarigen lijkt een gevangenisstraf vaak niet de gepaste remedie. "Dat is een gemakzuchtige oplossing. Het is een typisch voorbeeld van de 'ieder-voor-zich-mentaliteit' die onze samenleving vandaag de dag kenmerkt. We moeten leren dat het algemeen belang soms belangrijker is dan het individu."
Cultuuromslag broodnodig
Volgens Vermeiren is er nog veel meer nodig om de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren en de vertrouwenskloof te dichten. "Er moet een aanpassing komen in ons denken en in onze cultuur. Klantvriendelijkheid of beleefdheid zijn slechts de basis. Voor klantgerichtheid is er veel meer nodig: toegankelijkheid, aangepast taalgebruik, snelheid, betrouwbaarheid enzovoort."
Het Openbaar Ministerie moet daarnaast nog meer een netwerkorganisatie worden, vindt Vermeiren. "Een rechtstreeks contact tussen parket en verdachte, beslissingen op maat, een dialoog met verdachte en politie... Al die zaken kunnen helpen om nog meer en beter samen te werken en informatie uit te wisselen."
Digitalisering, budgetverhoging en een gemeenschappelijk doel
Uiteraard kwamen er ook andere thema's aan bod tijdens de openingsspeeches. Zo werd er (nogmaals) een oproep gelanceerd voor extra werkingsmiddelen. Ook de digitalisering van Justitie, met de uitrol van 'JustJudgment' (de databank van rechterlijke beslissingen) op kop, kwam ter sprake.
Maar het dalende vertrouwen in Justitie bleef het belangrijkste pijnpunt. Vermeiren besluit daarover met een positieve noot: "Dat mensen zich vandaag nog willen engageren en behoefte hebben aan een gemeenschappelijk doel, zien we nog vaak: denk maar aan de 'Swifties', de fans van de Amerikaanse zangeres Taylor Swift, die een eigen gemeenschap of community vormen." Verdraagzaamheid en verbinding blijven dus realistische doelstellingen, ook voor de Belgische Justitie.


