Het aantal studenten in uitzendarbeid is vorige maand gedaald met 17,4 procent tegenover de maand juli van vorig jaar. Opvallend is dat de terugval een stuk groter is dan die bij de gewone uitzendkrachten, waar toch ook een daling van 8,6 procent wordt opgetekend. Dat blijkt uit cijfers van Federgon, de federatie van hr-dienstverleners.
Uitzendarbeid zit in dalende lijn, vorige maand opvallend minder jobstudenten ingezet
De uitzendarbeid in ons land staat op het laagste peil in 10 jaar tijd, als we de korte dip tijdens de coronacrisis buiten beschouwing laten. Zo blijkt uit cijfers van Federgon . De uitzendarbeid in juli is met ruim 12 procent gedaald tegenover juli vorig jaar.
Het opvallendst daarbij is de daling bij de jobstudenten. Volgens Federgon is in de eerste plaats het slechte weer in het eerste deel van juli de boosdoener. "Die heeft een impact op de vraag naar studentenjobs in onder andere de horeca en de evenementensector, zoals pretparken", zegt Federgon. Door het slechte weer hadden zij immers minder nood aan werkkrachten.
Daarnaast is er de slechte economische conjunctuur, die maakt dat veel bedrijven niet op volle capaciteit draaien. Uitzendkrachten worden vaak ingezet als bedrijven nood hebben aan extra personeel, voor ze mensen in dienst nemen. Als het slecht gaat, zoals de afgelopen maanden, gaan bedrijven in eerste instantie snoeien bij die uitzendkrachten. In die zin is uitzendarbeid ook wel de kanarie in de koolmijn.
Dat de Belgische economie al een poos op een lager pitje draait, blijkt bijvoorbeeld uit de meeste recente cijfers van de industriële productie . Die werden vandaag gepubliceerd door statistiekbureau Statbel. In de cijfers is te zien dat de zogenoemde seizoensgezuiverde industriële productie-index in juni een daling van 7,4 procent vertoont ten opzichte van een maand eerder.
Kijken we naar de cijfers van de uitzendarbeid van juli, dan zien we dat tegenover juni, op basis van voor seizoens- en kalenderinvloeden, het aantal gepresteerde uren uitzendarbeid met 1,51 procent gedaald is. De daling was ook daar iets sterker bij de bedienden (-2 procent) dan bij de arbeiders (-0,7 procent).

