Naar hoofdinhoud
In het bloed van de hoofdinspecteur die begin dit jaar betrokken was bij een incident op café in Brussel, is dan toch géén spoor van amfetamines gevonden.

Eerst wel en dan weer niet: hoe kunnen amfetamines "plots" uit het bloed verdwijnen?

Een staal bloed dat eerst wél sporen van amfetamines bevat, maar later alsnog niet: het gebeurde met een hoofdinspecteur die betrokken was bij een incident op café in Brussel. Hoe is dat mogelijk?

Stien Schoofs
Gepubliceerd:

"Is er sprake van vergiftiging?": die vraag werd lang gesteld als het ging over de hoofdinspecteur die begin dit jaar betrokken was bij een incident op café in Brussel. Er werden amfetamines in zijn bloed gevonden en de man, met een onberispelijke reputatie, dacht dat hij daardoor zo agressief reageerde op café.

Het antwoord op die vraag is nu duidelijk, maar wel nog steeds bizar: er is geen sprake van vergiftiging, want er zaten gewoon helemaal geen amfetamines in zijn bloed. Hoe kan dat?  

Toxicoloog Philippe Jorens moet het definitieve antwoord schuldig blijven, want hij was niet betrokken bij het onderzoek. Hij doet toch een poging door te vergelijken met gelijkaardige cases.

"De eerste analyse is altijd een ruwe test. Het kan altijd dat je dan dingen vindt die achteraf niet waar blijken te zijn, net omdat de apparatuur zo gevoelig is."

Amfetamines zijn synthetische drugs - denk aan speed of crystal meth. Toxicoloog Jan Tytgat laat weten dat je het niet proeft of ziet als er bijvoorbeeld iets in een drankje gedaan is.

Enkele tientallen milligrammen zijn al voldoende om effect te hebben. Je wordt er euforisch van, maar bij erg hoge dosis is het potentieel dodelijk.   

Expertise en tegenexpertise

Het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC), dat de tweede analyse uitvoerde, kan daardoor iets anders aantonen dan de oorspronkelijke analyse van het ziekenhuis.

"Vaak zeggen eerste analyses dat het over een bepaald product gaat, maar als er dan een tweede keer gekeken wordt, gaat het om een gelijkaardig product", zegt Jorens. "Er zijn veel stoffen die kunnen tussenkomen en initieel voor verwarring zorgen." 

Daarom is het volgens Jorens net zo belangrijk dat er meer dan 1 keer getest wordt. Dat is iets wat ook standaard gebeurt, zeker bij belangrijke zaken als dit. "Je kan het vergelijken met het dopingverhaal van de Italiaanse tennisser Jannik Sinner . Bij hem hebben ze ook niet slechts 1 keer getest."

Urinestaal is duidelijker

Wel wil Jorens benadrukken dat een urinestaal in dit geval veel sneller voor duidelijkheid had kunnen zorgen. "Drugsopsporing in het bloed is 100 keer moeilijker dan in urine. Ongeveer 98 of 99 procent van de stoffen die we opnemen, worden gefilterd door de nieren en komen in de urine terecht."

Bloed kan je dan wel lang bewaren om testen op te doen, maar de stof blijft wel minder lang detecteerbaar in het bloed. "Dat is anders bij urine. Als iemand bijvoorbeeld 1 keer een joint rookt, kan dat weken detecteerbaar zijn in de urine."

In urine is de stof ook veel geconcentreerder aanwezig. "Dan weet je wel niet of dat van recent is natuurlijk, dat kan je bij bloed wel zeggen, omdat het maar zo kort in het bloed aanwezig blijft."

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"