Minstens 5 agenten van de Secret Service, de dienst die voor de veiligheid van hooggeplaatste Amerikaanse politici instaat, zijn op non-actief gezet als gevolg van de poging tot moord op de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump op 13 juli. Dat hebben Amerikaanse media gemeld.
De directrice van de veiligheidsdienst, Kimberly Cheatle, nam op 23 juli ontslag, nadat ze haar verantwoordelijkheid had erkend in "de grootste operationele mislukking van de Secret Service in decennia".
De ex-president raakte gewond aan het oor bij de schietpartij, waarbij ook een dode en 2 gewonden vielen op de partijmeeting in Butler, in de staat Pennsylvania. De schutter, Thomas Matthew Crooks (20), werd door de Secret Service doodgeschoten.
Onder de agenten van de veiligheidsdienst die op non-actief werden gezet, zijn volgens de Amerikaanse media verscheidene leden van het bureau van Pittsburgh die op de meeting voor de coördinatie met de lokale politie aanwezig waren.
De Secret Service herhaalde dat de dienst geen commentaar kan geven op "kwesties met betrekking tot het personeel", maar alles doet om "de daden en beslissingen" van de agenten op de meeting "volledig op te helderen".

