Meer vuilnisbakken plaatsen is niet altijd de oplossing om zwerfvuil aan te pakken. Dat zegt Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) naar aanleiding van het vele afval dat is achtergebleven op de stranden in Oostende en Blankenberge. Wel is het volgens OVAM belangrijk dat steden en gemeenten flexibel omgaan met het legen van vuilnisbakken, vooral op drukke zomerdagen.
Extra vuilnisbakken niet altijd oplossing bij veel zwerfafval: "Nood aan mentaliteitswijziging"
De beelden van het vele zwerfvuil dat aan zee werd achtergelaten, hebben heel wat gemoederen beroerd. De burgemeesters van Oostende en Blankenberge reageren verbolgen op het afval, maar ook in andere Vlaamse steden en gemeenten is achtergelaten afval een hardnekkig probleem.
Uit de recentste Gemeentebarometer blijkt dat zowat 40 procent van de Vlamingen zich ergert aan zwerfvuil in de buurt. Een oplossing lijkt simpel: meer vuilnisbakken plaatsen. Toch zegt OVAM dat het niet zomaar een mirakeloplossing is.
Vuilnisbakkenplan
"Er moeten zeker voldoende vuilnisbakken staan, maar nog belangrijker is het dat een stad of een gemeente een vuilnisbakkenplan heeft", zegt Jan Verheyen van OVAM. Al 210 steden en gemeenten hebben zo'n vuilnisbakkenplan , dat trouwens ook verplicht is.
"Zo'n plan verplicht steden en gemeenten om niet alleen na te denken over de hoeveelheid vuilbakken, maar ook over waar ze die best plaatsen. Ook de ledigingsfrequentie moet correct bepaald worden. Belangrijk daar is dat er flexibel mee wordt omgegaan. Zeker tijdens de drukke zomermaanden moet het soms wat vaker gebeuren."
Burgemeester van Blankenberge Björn Prasse (Open VLD) zei nochtans dat de vuilbakken in zijn gemeente 2 keer per dag geleegd worden. Is dat niet genoeg? "Het is zoeken naar een evenwicht. Het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat mensen al hun afval in - of rond - openbare vuilnisbakken achterlaten."
Volgens OVAM is er dan ook nood aan een mentaliteitswijziging. "Als de vuilnisbak vol zit, ga dan naar een volgende of neem je afval mee naar huis. Nog beter is het als je herbruikbaar materiaal gebruikt voor je eten en drinken", sluit Verheyen af.


