In zowat heel Vlaanderen vinden metaaldetectoristen en hobby-archeologen om de haverklap een klein, metalen voorwerp met 2 ogen. Niemand weet wat het is of waarvoor het dient. Hobbyarcheologen noemen de voorwerpen ufo’s: unidentified found objects. "Het is echt iets merkwaardigs. Hoe kan het gebeuren dat een object zoveel gemaakt wordt en dat we doorheen de tijd gewoon vergeten zijn wat het is?"
Radio2 verheldert voor de 4e zomer op rij Vlaamse mysteries. Beluister elke aflevering van de podcast op VRT MAX.
Hobbyarcheologen trekken geregeld met een metaaldetector op pad in de hoop om archeologische sites of archeologische artefacten op te sporen. Om de haverklap vinden ze een ufo of een ‘unidentified found object’: een vondst die niet gedetermineerd kan worden, waarvan ze niet kunnen achterhalen wat het is of waarvoor het gediend heeft. Maar er is één ufo die veelvuldig gevonden wordt. "Die noemen we de 'Vlaamse ufo', omdat die in zowat heel Vlaanderen gevonden wordt", vertelt Peter Buls, voorzitter van Detectum, de overkoepelende organisatie van metaaldetectieverenigingen.
"Het gaat om een klein metalen voorwerp met 2 ogen of ringen. Het is iets groter dan een 2-euromuntstuk en het heeft meestal een koperlegering." In de buurt van Zemst vond Buls er een 3-tal, "maar ik ken mensen die er al meer dan 20 hebben gevonden in Limburg".
"Het zijn telkens dezelfde kleine metalen voorwerpen met 2 ogen of ringen. Maar er zijn wel bepaalde types in. Sommigen hebben een ander design, met meer tierlantijntjes, bijvoorbeeld", legt Buls van Detectum uit. "Hoe meer je naar de grens met Nederland gaat, hoe meer versierd de ufo’s zijn.”
Meerdere theorieën
"Meestal heb je er wel een idee van wat het is of uit welke tijd een vondst dateert", vertelt Buls. "Op basis van de locatie kan je bijvoorbeeld al veel zeggen. Maar bij deze ufo heeft niemand enig idee. Iedereen vindt een soortgelijk voorwerp, maar niemand weet wat het is. Dat gebeurt niet vaak."
Heemkundige kringen, musea en zelfs ijzerwerkers kunnen geen sluitende verklaring geven voor het kleine voorwerp. Door de jaren heen zijn er verscheidene theorieën geweest. Eén van de theorieën was dat de ufo gebruikt werd in een bepaald type koets. "Een koets waarvan de vloer bedekt was met fluweel waarbij de ufo diende om het fluweel vast te maken." Een andere hypothese was dat het een teugelgeleider van een paard was. Of dat het een onderdeel was van een historische wasmachine.
"Maar geen enkele theorie was sluitend. Zo konden die hypothesen niet gestaafd worden met afbeeldingen, referenties of naslagwerken. En dat is nodig om een sluitende determinatie van een gevonden voorwerp te kunnen maken", legt Buls uit.
Ook Theo De Jonckheere van het tv-programma 'Metaalstrijd' op PlattelandsTv heeft al meerdere Vlaamse ufo's gevonden."Mijn eerste ufo vond ik 15 jaar geleden. Ieder jaar vind ik er wel een paar. Elke metaaldetectorist haalt op een gegeven moment wel zo’n ufo uit de grond. In totaal heb ik er nu al 18. Die heb ik gewoon gevonden in velden. Ik zoek vaak in de buurt van Mechelen, maar je vindt ze ook in andere streken in Vlaanderen. In Wallonië en in andere landen worden ze niet of veel minder gevonden", weet Theo. Een verklaring voor het ding heeft hij evenmin.
Al meer dan 10 jaar krijgen we die vraag met de regelmaat van de klok
Joris Polspoel van het Museum voor Oude Technieken in Grimbergen
Joris Polspoel van het MOT, het Museum voor Oude Technieken in Grimbergen krijgt geregeld metaaldetectoristen en hobbyarcheologen over de vloer die meer willen weten over een vondst. Ook over de Vlaamse ufo heeft hij al veel vragen gekregen.
"Al meer dan 10 jaar krijgen we die vraag met de regelmaat van de klok. We gaan ervan uit dat de Vlaamse hobbyarcheologen vondsten heel goed kennen op Vlaams niveau en dat het antwoord zich dus in het buitenland bevindt. Dus wij zoeken het antwoord in buitenlandse naslagwerken."
Daaruit blijkt, volgens Polspoel, dat er in Duitse, en dan vooral in Gallo-Romeinse en Beierse opgravingen objecten zijn gevonden die vergelijkbaar zijn met de Vlaamse ufo. "Het gaat dan om asnagels en lunspinnen. Dat zijn voorwerpen die gebruikt werden om te voorkomen dat een wiel van de as van een wagen loskomt. Daarvoor werden stevige metalen, meestal koperen, staven gebruikt die door de as van een wiel werden gestoken om te zorgen dat het wiel er niet kon afvallen. Maar onder sterke belasting konden die asnagels afbreken en dat is volgens mij de verklaring voor het feit dat veel van die ufo's afgebroken lijken te zijn."
Een theorie die volgens archeologe Katelijne Nolet erg onwaarschijnlijk is. Nolet coördineerde het online platform MEDEA , waar metaaldetectoristen, onderzoekers en erfgoedmedewerkers archeologische metaaldetectievondsten en kennis kunnen delen via een publiek toegankelijke databank.
"De Vlaamse ufo is iets heel merkwaardig", vertelt Nolet. "Door mijn job merkte ik dat metaaldetectoristen heel vaak hetzelfde soortgelijk voorwerp vinden en dat fascineerde mij. Hoe kan het gebeuren dat een object zoveel gemaakt wordt en dat we doorheen de tijd gewoon vergeten zijn wat het is?"
Nolet raakte zo gefascineerd door de ufo, dat ze besloot om zoveel mogelijk ufo’s in kaart te brengen. "In heel Vlaanderen worden ze gevonden: in Asse, Kortenberg, Mechelen, in de Westhoek, in het Brusselse, in het Hageland en in Limburg. In Wallonië en in het buitenland komt het zelden voor dat er eentje gevonden wordt. Het is echt een Vlaams gegeven."
Volgens Nolet is de Vlaamse ufo niet Romeins. "Romeinse vondsten zijn nog altijd uitzonderlijk en deze ufo wordt zo veel gevonden. Bovendien zaten de Romeinen niet alleen in Vlaanderen, maar de ufo wordt wel hoofdzakelijk alleen in Vlaanderen aangetroffen. Daarnaast is de ufo te klein en te fijn afgewerkt om zo zwaar belast te worden als onderdeel in een kar of wagen." En zo wordt ook de theorie van het MOT dat het een asnagel of lunspin is, van tafel geveegd.
Maar wat dan wel?
Op metaaldetectiefora blijft de ufo een veelbesproken onderwerp, zelfs over de landsgrenzen heen. Het is de Nederlander Wessel Spoelder die plots de theorie poneert van een gordijnkoordgeleider. Karin van´t Hull van het LWL-Freilichtmuseum in Detmold, Duitsland, kan die theorie bevestigen. Meer nog, het Duitse museum heeft zelfs de 'Vlaamse' ufo in zijn collectie.
"Het is een koordgeleider voor gordijnkoorden, die aan de zijkant van het raam wordt gewikkeld om ervoor te zorgen dat het koord voor het optrekken van het gordijn niet in de knoop raakt." Die verklaring staaft ze met een foto van het voorwerp die het museum in zijn collectie heeft én aan de hand van een boek, het 'Hardware Trade Textbook' uit 1943, waar onze Vlaamse ufo is afgebeeld en benoemd met andere accessoires. Hij komt volgens van 't Hull uit het begin van de 20e eeuw.
"Het is niet moeilijk om te zien dat dit exact hetzelfde voorwerp is", vertelt archeologe Nolet. "Deze verklaring lijkt mij heel plausibel en wordt bovendien gestaafd met foto's en een referentie. Ook de grootte van de ufo leent zich perfect voor iets als een gordijnkoordgeleider."
Toch blijft Nolet nog met vragen zitten. "Waarom wordt dat voorwerp alleen in Vlaanderen gevonden? En waarom moesten we naar Duitsland om een verklaring ervoor te vinden?"
En zo blijft die simpele gordijnkoordgeleider toch nog een beetje mysterieus.
Volgende week in 'Mysteries van Vlaanderen': Wat is er gebeurd met de gestolen muntschat van Kortrijk? Beluister alle afleveringen van de podcast op VRT MAX .
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant

