Evarist Doggen viert vandaag, samen met ruim 200 genodigden, zijn 100e verjaardag in Lummen. De geboren en getogen Linkhoutenaar werd tijdens de Tweede Wereldoorlog weggevoerd naar Leipzig, waar hij werd gedwongen om te werken op een boerderij. Tijdens zijn eerste verlof vluchtte hij terug naar zijn eigen dorp, om daar maandenlang onder te duiken. "Mijn pa metste een valse muur en zette er een grote kapstok voor", vertelt Evarist. "Maar het was voortdurend uitkijken voor Duitse soldaten."
Weggevoerd tijdens WOII, maandenlang op de vlucht voor de Duitsers en de liefde gevonden in Halen: Linkhoutenaar Evarist Doggen viert 100ste verjaardag
Evarist Doggen werd geboren in een boerengezin op 31 juli 1924 in Linkhout, een klein dorp aan de Demer en nu een deelgemeente van Lummen. Het gezin bestond uit 8 zonen en 5 dochters. Op zijn 16e begint Evarist al te werken als metselaar. Want langer naar school gaan, had volgens de vader van Evarist nog maar weinig zin. "De nazi's dreigden toen al Polen binnen te vallen", vertelt Evarist. "Mijn vader had de Eerste Wereldoorlog meegemaakt en wist dus wat er zat aan te komen."
De vader van Evarist zou uiteindelijk ook gelijk krijgen. Op 10 mei 1940 wordt België meegesleurd in de gruwel van de Tweede Wereldoorlog. En ook Evarist zelf ontsnapt niet aan de gevolgen van de oorlog. "Op mijn 18e werd ik als weggevoerde gedwongen om te gaan werken in Leipzig." Evarist had daarvoor nooit verder gereisd dan Hasselt. "En plots werden we met 13 jonge mannen uit Linkhout met de trein weggevoerd naar Duitsland. De eerste 5 wagons waren voor Leipzig, de rest moest naar Dresden."
Na een luchtalarm raken de jonge dorpsgenoten elkaar kwijt in het station van Aken. "Een dag later kwamen we dan eindelijk aan in Leipzig. We waren toen nog maar met 6 jongens uit Linkhout."
Hard werken voor een strenge boer
Eenmaal aangekomen in Leipzig, werd Evarist onmiddellijk aan het werk gezet. "Bij een strenge boer in Borna. Daar werd ik in het begin slecht behandeld. Om 4 uur moest ik de koeien melken, de stallen uitmesten en het vee voederen. Pas rond 7 uur kregen we te eten. De eerste keer was ik met mijn vuile klompen het huis ingewandeld en kreeg ik een fikse uitbrander van de boerendochter", lacht Evarist. "Ik moest dan maar bij de varkens gaan eten", vond ze. De zoon van het Duits boerengezin was soldaat. "Hij zat eerst in Frankrijk en schreef regelmatig brieven naar zijn familie. Daarna werd hij ingezet aan het front in Rusland. Hij heeft sindsdien nooit meer een brief geschreven. Ze hoopten dat hij krijgsgevangen was genomen en dat hij niet dood was. Dat hebben ze lang gehoopt."
In het dorp waar Evarist gedwongen werd om te werken, waren geen Duitse jongemannen meer. "De jongens moesten gaan vechten aan het front of moesten zich aansluiten bij de Hitlerjugend. Meisjes moesten thuis blijven en werken op de boerderij. Als hun families geen boerderij hadden, moesten ze vanaf hun 15e gaan werken in de fabrieken."
Op 4 februari 1944 kreeg Evarist voor een eerste keer verlof. "Ik mocht dus 10 dagen naar huis gaan, met de laatste verloftrein van de weggevoerden. Na veel zoeken - want ook toen al was de werking van de spoorwegen moeilijk te doorgronden - kwam ik terecht in Winterslag (Genk). En daar kwam ik toevallig mijn oom tegen. Hij fietste snel naar huis om mijn familie op de hoogte te brengen van mijn terugkeer. Ik ging te voet naar huis en kwam onderweg mijn broers en zussen tegen. Ik had al 2 nachten niet geslapen en was doodmoe, maar ’s anderendaags ben ik wel meteen naar de mis gegaan. Ik was zo dankbaar dat ik weer thuis was."
Ik dacht dat 2 Duitse soldaten mij thuis kwamen zoeken, uiteindelijk bleek dat ze gewoon eieren kwamen vragen
Evarist Doggen
Onderduiken in eigen dorp
Een week nadat hij weer thuis was, moest Evarist dus maandenlang onderduiken. "Maar ik weigerde terug te keren naar Duitsland en moest me dus voortdurend verschuilen. Mijn pa metste een valse muur en zette er een grote kapstok voor. In die verborgen ruimte kon ik nog net rechtstaan. Onze deur was dag en nacht gesloten. Zelf moest ik overdag altijd buiten blijven, achter de struiken of in het bos aan de Kammestraat waar we woonden." Omdat Limburg toen nog werd bezet, moest Evarist ook altijd opletten voor Duitse soldaten. "Op een dag fietsten 2 Duitse soldaten onze boerderij binnen. Ik sloeg meteen op de vlucht, omdat ik dacht dat ze mij kwamen zoeken. Uiteindelijk bleek dat ze gewoon kwamen vragen of we eieren hadden."
Elke dag spek en altijd vrolijk blijven
Na de oorlog ging Evarist weer aan de slag als metselaar. Samen met zijn broers bouwde hij mee aan honderden woningen, vooral in het zuidwesten van Limburg. "Op 17 oktober 1953 trouwde ik met mijn eerste liefde Florentine Mechelmans. Zij was een dorpsgenote en was 3 jaar jonger dan ik. We hebben elkaar voor het eerst ontmoet op de kermis van Halen. We kregen samen 3 kinderen, 7 kleinkinderen en 8 achterkleinkinderen. Uiteindelijk zijn we 67 jaar lang getrouwd geweest, tot Florentine is overleden in 2020."
Wat het geheim is van zijn lang en gezond leven? "Altijd matig eten en drinken", vertelt Evarist. "Altijd content zijn, vrolijk en tevreden door het leven gaan. Elke dag spek eten en niet teveel in de zetel zitten. Want rust roest."
Regionaal nieuws uit Limburg

