Hoe een kleine twee eeuwen toerisme de Belgische kust heeft vormgegeven: dat kom je te weten in "Het verlangen naar zee", het nieuwe boek van Jeroen Cornilly. Hij illustreert het met tientallen foto’s en affiches, ook uit Amerikaanse en Britse archieven. "Het tempo van bouwen, slopen, bouwen en slopen ligt hier erg hoog, en dat is nefast voor het erfgoed."
Bouwen, slopen en weer bouwen: unieke historische foto’s tonen hoe toerisme onze kust vorm gaf
Een ‘Atlantikwall’ van appartementsblokken, een muur van beton en glas, de 67 kilometer Belgische kust heeft geen al te beste reputatie. Hoe is die architectuur er gekomen? Waarom hebben verschillende kustgemeenten een kursaal? En wat is er zoal aan waardevolle gebouwen verdwenen?
‘Tweehonderd jaar vakantie aan zee en bouwen aan de kust’: daar heeft Jeroen Cornilly zich lange tijd in verdiept. Cornilly, doctor in de architectuurgeschiedenis, werkte 20 jaar als provinciaal erfgoedambtenaar en is nu aan de slag in het Letterenhuis in Antwerpen. Het resultaat van zijn onderzoek is een omvangrijk lees- en kijkboek, een gedetailleerde geschiedenis van hoe toerisme en stedenbouw aan de kust met elkaar vervlochten zijn. Gelardeerd met historisch beeldmateriaal, al dan niet ingekleurde foto’s, ansichtkaarten, bouwplannen of wervende reclame-affiches.
Jeroen Cornilly wist ook onbekend beeldmateriaal op de kop te tikken, zoals kaarten uit het begin van de 19e eeuw, waarop je ziet hoe leeg onze kust nog was, een “blanco canvas” voor toeristische ontwikkeling. Ook een tekening uit een Britse koninklijke collectie was een bijzondere vondst. Maar ook familiekiekjes uit de oude doos. “Die tonen het snel veranderende beeld van de kust en bieden een ander perspectief. Je ziet bijvoorbeeld goed de loggia’s (overdekte terrassen) voor de villa’s op de dijk,” zegt Cornilly.
Kort samengevat: “Het toerisme hertekende het ruimtelijk uitzicht van de kust nagenoeg volledig”. En dat verliep in golven. Sinds de eerste decennia van de 19e eeuw heeft elke generatie toeristen zijn stempel op de kust gedrukt.
De tram maakte de kust
Jeroen Cornilly in 'Het verlangen naar zee'
Cornilly schetst de opkomst van het toerisme en het cruciale belang van trein en tram in de ontsluiting van de kust. Hij doet uit de doeken wie de kustlijn beheerde, van wie de duinen waren, wie de ‘ontwikkeling’ van dat alles in handen nam, en wie eraan verdiende.
Kuuroord voor de rijken
Eind 19e, begin 20e eeuw zakte de rijke jetset uit heel Europa naar Oostende af. De belle époque had behoefte aan chique hotels en een kursaal. Veel kustgemeenten hebben vlak aan zee een grondplan in roostervorm, op maat van de hotels en villa’s die er verrezen. In De Haan of De Panne vind je dan weer groene wijken met kronkelende wegen: ook dat was een bewuste aanleg, naar Brits model.
Massatoerisme
Na de Tweede Wereldoorlog en de 'congé payé' vonden ook minder bemiddelde mensen de weg naar zee, bijvoorbeeld in een van de verblijfscentra van de socialistische, katholieke of liberale zuil. En op het tijdperk van de grote hotels volgde dat van de flatgebouwen vol appartementen en studio's met een venster op zee.
“Dat massatoerisme was een bepalend moment en een volledige verandering tegenover 50 jaar eerder. Veel hoogbouw, veel afbraak en de komst van de auto," zegt Jeroen Cornilly.
De lelijkste kustlijn ter wereld?
Jeroen Cornilly in 'Het verlangen naar zee'
“Hoelang zullen de makelaars gloriëren? Hoelang zal die mistbank van profijt zich nog verspreiden?” Een citaat van schrijver Hugo Claus in het boek 'Het verlangen naar zee'.
“Het huidige beeld van onze kust verdient zeker geen schoonheidsprijs,” erkent Jeroen Cornilly, als je de aaneengesloten bebouwing op de dijk van tien bouwlagen hoog bekijkt.
Maar toch verwacht hij in de toekomst een “betere beeldkwaliteit”. In bouwhoogte zal er niet veel veranderen, maar veel flatgebouwen uit de jaren 70 en 80 voldoen kwalitatief niet meer. “Dat biedt kansen om iets beters te maken,” hoopt Cornilly. Hoewel. Voor reusachtige flatgebouwen op de Oostendse oosteroever of in het centrum van Heist zijn grote architecten aangezocht, “maar of het goede architectuur is, dan laat ik liever in het midden”.
Slopen of beschermen?
Schiet er nog iets over van dat roemrijke architecturale verleden? Aan zee lijkt vooral de sloophamer te regeren. Sommige percelen zijn in een eeuw tijd 3 of zelfs 4 keer opnieuw ingevuld, al naargelang de heersende mode. Veel moois is verloren gegaan. 19e-eeuwse villa’s, modernistische panden, vakantiehomes: men had er geen waardering voor.
Jeroen Cornilly haalt toch enkele voorbeelden van bescherming aan en nuanceert ook enigszins: "In de jaren 60 en 70 werd er geen onderzoek gedaan naar dit soort architectuur. Ook in Antwerpen was toen het station of de Cogels-Osylei bedreigd". En het ging snel. "Het tempo van slopen en bouwen, slopen en bouwen ligt hier erg hoog. Dat is nefast voor het erfgoed."
Ook nu nog is waakzaamheid geboden. Recent erfgoed wordt vaak over het hoofd gezien, zoals het brutalistische jaren 70-zwembad in Oostende, dat recent is afgebroken.
Kamperen
‘Het verlangen naar zee’ betekende voor Jeroen Cornilly als kind de camping in Bredene, waar hij elke zomer verbleef. “Mijn grootmoeder had er een chalet. Vanuit Brugge leek dat heel ver.” Later keek hij met andere ogen naar dezelfde omgeving. Ook de geschiedenis van het kamperen aan de kust komt aan bod in dit boek. Want ook dat heeft de omgeving mee vormgegeven.
'Het verlangen naar zee. Tweehonderd jaar vakantie aan zee en bouwen aan de kust' van Jeroen Cornilly is uitgegeven bij Tijdsbeeld .
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen

