Het was voor velen hét moment van de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Parijs: wereldster Céline Dion die nog eens op het podium een lied kwam zingen, voor het eerst sinds ze werd gediagnosticeerd met het zeldzame ‘stiff-person syndrome’. Het was niet zomaar een podium, maar de Eiffeltoren. Het was ook niet zomaar een lied, maar 'Hymne à l'amour' van Edith Piaf.
Waarom Céline Dion de olympische openingsceremonie niet toevallig met 'Hymne à l'amour' afsloot
'Hymne à l'amour' moet een van de meest krachtige liefdesliederen zijn in het Franse repertoire. Een liefdesverklaring van Edith Piaf, de Franse chansonnière bij uitstek, aan haar geliefde Marcel Cerdan.
De twee leren elkaar kennen in New York in 1948. Het is een coup de foudre, liefde op het eerste gezicht. Cerdan een bokskampioen, nochtans getrouwd en vader van twee kinderen. Piaf, la Môme, de kleine mus uit Parijs die met haar stem en chansons de wereld verovert en op dat moment op tournée is in de Verenigde Staten.
De - eigenlijk verboden - liefdeshistorie inspireert Piaf tot het schrijven van een liefdeshymne. Voor de muziek zorgt pianiste Marguerite Monnot. Piaf brengt het lied voor het eerst op 14 september 1949, in een cabaretzaal in New York.
Zes weken later slaat het noodlot toe. Cerdan neemt op de avond van 27 oktober het vliegtuig naar Amerika, waar zijn geliefde Piaf nog verblijft. De twee willen absoluut weer snel bij elkaar zijn. Maar het toestel crasht boven de Azoren, alle inzittenden komen om.
Piaf zal de dood van haar amant nooit meer te boven komen. Enige tijd later neemt ze de hymne op in de studio, want dat was nog niet gebeurd. Piaf behoudt de profetische woorden, die door merg en been gaan.
"Si un jour la vie t'arrache à moi; als het leven je op een dag van mij ontrukt" ..."Car moi je mourrais aussi; dan sterf ik ook". En voor diegenen die de openingsceremonie misschien te goddeloos vonden gisteravond, de eindzin: "Dieu réunit ceux qui s'aiment; God brengt hen die elkaar liefhebben samen".
Patrimonium, met een grote P
Het is niet de eerste keer dat Céline Dion het lied brengt. In 2015, net na de aanslagen in Parijs, bracht ze een emotioneel zwaar beladen versie op de American Music Awards. In 2007 zong ze het op de Franse televisie, samen met de intussen overleden Brusselse zangeres Maurane en ook al wijlen Johnny Hallyday.
Dat ze er nu ook de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Parijs mee afsloot, is geen toeval. "Het is een liefdesverklaring aan een van de grootste sportsterren van zijn tijd, Marcel Cerdan. Geen olympisch kampioen, maar wel een wereldkampioen", weet Frankrijk-kenner en auteur Bart Van Loo.
"Bovendien behoort het lied tot le Patrimoine van de Fransen, met een hoofdletter P. Dit is een lied waar elke nieuwe generatie zich aan moet wagen, iedereen moet het wel eens gezongen hebben. Het is inherent aan kunst en cultuur dat je het doorgeeft aan de nieuwe generatie en een lied als 'Hymne à l'amour' is daar bij uitstek geschikt voor."
Met de Eiffeltoren, Céline Dion en Edith Piaf kan je moeilijk hoger geraken
Bart Van Loo, Frankrijk-kenner
"Het is ook wel een cliché, dit lied, maar aan clichés kan je je warm wrijven. En dat is iets wat Céline Dion gisteren heel mooi gedaan heeft", vindt Van Loo. "Je kan ook moeilijk hoger geraken. Je had de Eiffeltoren. Je had Céline Dion, allicht de bekendste francofone ter wereld. En je had Edith Piaf, misschien wel de beroemdste dode Française. Dat was zeer goed gekozen, ook als symbool voor het vrouwelijke aspect van deze olympische openingsceremonie."


