China wil de pensioenleeftijd verhogen. Op dit moment ligt de gemiddelde levensverwachting in China hoger dan in de Verenigde Staten, terwijl de huidige wettelijke pensioenleeftijd een van de laagste ter wereld is. Door de pensioenleeftijd op te trekken zou de krapte op de arbeidsmarkt worden aangepakt.
Een Chinese man kan nu op de leeftijd van 60 jaar met pensioen, een vrouw zelfs al op 50 jaar (arbeiders) of 55 jaar (bedienden). De regering wil hiermee nu komaf maken.
Het wil de mensen langer aan het werk houden, bericht de Chinese krant Global Times, op basis van een resolutie van het centraal comité van de Communistische Partij.
De bedoeling zou zijn om de pensioenleeftijd geleidelijk op te trekken, rekening houdend met het principe van "vrijwilligheid en flexibiliteit", aldus de krant. Dat lijkt te wijzen op een meer gedifferentieerde aanpak. Nu is pensionering verplicht vanaf een bepaalde leeftijd.
65 jaar als uiteindelijk doel
Maar tot welke leeftijd de Chinezen in de toekomst zullen moeten werken, is niet gepreciseerd. Door mensen langer aan de slag te houden, hoopt men ook een antwoord te bieden op de uitdagingen op de arbeidsmarkt.
Langer werken is al enkele jaren een topic in de op een na grootste economie ter wereld.
Het 'China Pension Development Report' dat eind vorig jaar werd gepubliceerd, gaf nog een aanbeveling om de pensioenleeftijd snel te verhogen, met als uiteindelijke doel 65 jaar. Ook zou het verschil tussen pensioenleeftijd voor mannen en vrouwen moeten worden opgeheven.
