In Italië zijn speurders binnengevallen op de hoofdzetels van modehuizen Giorgio Armani en Dior. De Italiaanse concurrentiewaakhond voert een onderzoek naar de bedrijven omdat ze te weinig aandacht zouden hebben voor de werkomstandigheden bij onderaannemers.
Huiszoekingen bij Giorgio Armani en Dior in onderzoek naar mogelijke uitbuiting bij onderaannemers
Om hun luxeproducten te maken, zouden Giorgio Armani en Dior in Italië een beroep doen op ateliers en fabrieken waar de werknemers te weinig betaald krijgen en meer uren kloppen dan wettelijk is toegelaten.
Bovendien zouden de onderaannemers te weinig rekening houden met de gezondheid en veiligheid van de werknemers. Een groot contrast met de uitmuntende productie waar de modehuizen trots op zijn, stelt de concurrentiewaakhond.
In een reactie zegt Armani dat de betrokken bedrijven meewerken met de autoriteiten en dat "de beschuldigingen ongegrond zijn". Armani is er dan ook van overtuigd dat het onderzoek een positief resultaat zal hebben voor het bedrijf. Dior heeft nog niet gereageerd.
In april kwam een bedrijf van de groep Armani al onder gerechtelijk toezicht wegens mogelijke uitbuiting bij onderaannemers. Die stelden volgens de rechtbank mensen zonder papieren te werk in erbarmelijke omstandigheden.
Volgens mediaberichten werd in juni ook een afdeling van Christian Dior Italia om dezelfde reden onder toezicht geplaatst.
