Op een strand in Nieuw-Zeeland is een exemplaar van een van de meest zeldzame en minst bekende walvissoorten aangespoeld. Het karkas van het 5 meter lange dier werd op 4 juli ontdekt in de buurt van Dunedin op het Zuidereiland. Het gaat waarschijnlijk om een mannelijke spadetandspitssnuitdolfijn. Tot nu toe is er slechts een handvol exemplaren van die soort ontdekt.
Extreem zeldzame walvisachtige aangespoeld op strand in Nieuw-Zeeland: "Sinds 1800 wereldwijd slechts 6 exemplaren beschreven"
Spadetandspitssnuitdolfijnen zijn een van de minst bekende grote zoogdieren uit de moderne tijd, legt Gabe Davies van de lokale natuurbeschermingsdienst Department of Conservation (DOC) uit. "Sinds 1800 zijn er wereldwijd slechts 6 exemplaren beschreven, en op 1 na kwamen die allemaal uit Nieuw-Zeeland. Vanuit wetenschappelijk oogpunt en voor de natuurbescherming is dit fantastisch."
Het dier werd op 4 juli ontdekt in de buurt van Dunedin op het Zuidereiland. Er zijn al stalen van het dier opgestuurd naar de universiteit van Auckland voor DNA-analyse, maar de resultaten kunnen volgens wetenschappers weken op zich laten wachten, net omdat het om zo'n zeldzame soort gaat. De overblijfselen van het dier worden momenteel bewaard in een koelcel tot er een beslissing is genomen over de volgende stappen.
Maori nauw betrokken bij onderzoek
De onderzoekers zullen ook de inheemse bevolking van Nieuw-Zeeland, de Maori, raadplegen zodat het dier op de juiste manier en met respect behandeld wordt. Voor de Maori zijn walvissen meer dan alleen dieren. Ze zien een directe band tussen henzelf en de zeezoogdieren en beschouwen ze als hun voorouders.
De wetenschappelijke naam van de spadetandspitssnuitdolfijn is Mesoplodon traversii. In 1874 werden voor het eerst delen van de kaken en tanden van de walvissoort gevonden. Die delen en skeletresten van 2 andere exemplaren stelden wetenschappers in staat te bevestigen dat het om een nieuwe soort ging.
Sindsdien zijn er nog maar een handvol vondsten gedaan, waaronder voor het eerst 2 complete exemplaren in 2010. De moeder en haar kalf waren toen aangespoeld op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland en stierven daarna. Die recente vondsten hielpen voor het eerst het kleurenpatroon van de soort te beschrijven.
