De 2 astronauten die met de Boeing-ruimtecapsule Starliner op 6 juni aankwamen in het internationale ruimtestation ISS, moeten daar mogelijk tot midden augustus blijven. Dat schrijft The Guardian op basis van communicatie van NASA. Het duo had eigenlijk al na 1 week moeten terugkeren, maar door technische problemen wordt die terugkeer telkens uitgesteld.
Starliner-astronauten mogelijk nog tot midden augustus in ISS wegens aanslepende technische problemen met capsule
De heenvlucht van Sunita Williams en Butch Wilmore naar het internationale ruimtestation (ISS) voorspelde al niet veel goeds. Na problemen met de motoren slaagde de Boeing-ruimtecapsule Starliner er pas bij de tweede poging in om aan te meren.
Eens gearriveerd was het de bedoeling dat hun testmissie 1 week zou duren, maar het ontkoppelen van de Starliner werd meerdere keren vertraagd door defecte stuwraketten en een reeks kleine heliumlekken die de veiligheid in gevaar brachten.
Gisteren communiceerde de NASA dat het nog steeds tests aan het uitvoeren is om er zeker van te zijn dat de capsule straks presteert zoals verwacht. "Sommige gegevens zijn optimistisch en wijzen erop dat dit misschien al eind juli kan, maar we volgen de gegevens stap voor stap."
"We gaan de processen methodisch doorlopen voordat we toestemming krijgen om door te gaan met ontkoppelen en landen. Dit is een heel standaard proces."
NASA wil beide astronauten thuis krijgen voor de wissel van de ISS-bemanning halverwege augustus. Volgens het Amerikaanse ruimteagentschap beschikt het ISS, met momenteel een vaste bemanning van 7 personen naast de 2 Starliner-astronauten, over voldoende voorraden en middelen. Er is geen risico voor iemand aan boord.
De Starliner, ontwikkeld en gebouwd door de Amerikaanse vliegtuigbouwer Boeing, maakte zijn eerste succesvolle onbemande vlucht in 2022.






