Naar hoofdinhoud
Het overgrote deel van die sociale uitgaven situeert zich in de pensioenen en in de gezondheidszorg.

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat.

Stefan Grommen
Gepubliceerd:

Voor wie het wat volgt, is de boodschap van de Vergrijzingscommissie natuurlijk niet verrassend, maar ze zet de opdracht van de komende regeringen nog eens flink in de verf: de vergrijzing, en vooral de kosten die daarmee gepaard gaan, in de hand houden, wordt een pittige uitdaging. 

Volgens de huidige berekeningen slokt het geheel van de sociale uitgaven in ons land  - dat zijn sociale uitkeringen en kinderbijslag, werkloosheidsuitkeringen, de kosten van onze gezondheidszorg en de pensioenen - vandaag al 25,8 procent op van ons bruto binnenlands product (bbp), de welvaart die we met z'n allen samen produceren.

Het overgrote deel van die sociale uitgaven situeert zich in de pensioenen (11,2% van het bbp) en in de gezondheidszorg (8,1% van het bbp). En net die uitgaven zullen in de komende decennia alleen maar stijgen. Dat komt doordat de Belgische bevolking gemiddeld almaar ouder wordt, vergrijst dus. 

Tegen 2050 al nemen de sociale uitgaven daardoor een nog veel grotere hap uit de gezamenlijke koek: liefst 3,8 procentpunt meer, of bijna een derde (29,6%) van het bbp. Die paar procentpunten extra staan voor vele miljarden euro's meer die de overheid daarvoor moet voorzien. Tegen 2070 klimmen die uitgaven zelfs naar 30 procent van het bbp.

Pessimistischer

De vooruitzichten van de Vergrijzingscommissie zijn daarmee nog pessimistischer dan die van vorig jaar: de verwachte kosten van de sociale uitgaven tussen 2023 en 2070 zijn in vergelijking met het vorige rapport met 0,6 procentpunt van het bbp toegenomen. 

Dat komt onder meer omdat experten verwachten dat de vruchtbaarheid (het aantal kinderen per vrouw) in ons land iets lager zal liggen en dat ze ook de productiviteitsgroei (hoeveel meer kan je produceren met dezelfde middelen?) lager inschatten. De commissie is ook beduidend minder optimistisch over de vraag of mensen, door het optrekken van de pensioenleeftijd, effectief langer zullen werken.

We hopen dat we met dit verslag de formateur en zijn ploeg een goed beleidsinstrument hebben gegeven

Greet T'Jonck, voorzitter van de Studiecommissie voor de Vergrijzing

De pensioenhervorming van de federale regering van vorig jaar had volgens de commissie trouwens wel degelijk een licht positief effect op de kosten. Maar de 0,3 procentpunt van het bbp die die hervorming oplevert (vooral met dank aan de inperking van de fameuze perequatie van de ambtenarenpensioenen) is veel te beperkt om die andere negatieve effecten te counteren. 

Wat er dan wel moet gebeuren, geeft de Studiecommissie voor de Vergrijzing niet mee. "Dat behoort niet tot onze taak", zegt voorzitter Greet T'Jonck. "Maar we hopen wel dat we met dit verslag de formateur en zijn ploeg een goed beleidsinstrument hebben gegeven."

Welke pensioenmaatregelen zouden wel veel effect kunnen hebben?

Experten van de Nationale Bank deden die oefening eind vorig jaar en kwamen uit op (idealiter een combinatie van) 4 mogelijke ingrepen om de kost van onze pensioenen draaglijker te maken: 2 daarvan vergroten de koek (het bbp) voor iedereen, 2 andere zorgen voor minder uitgaven:

- Je kunt als regering maatregelen nemen om de productiviteit te verhogen: bedrijven dus almaar efficiënter proberen te laten produceren. Volgens de studie van de Nationale Bank heeft dat zeker effect op de betaalbaarheid van de pensioenen (het verlaagt de kost van de pensioenen als percentage van het bbp), maar wel pas op langere termijn. Ook is het niet zo duidelijk welke maatregelen écht veel effect hebben op die productiviteit.

- Je kunt proberen om meer mensen aan de slag te krijgen. Dan spreek je over de "werkzaamheidsgraad": momenteel is het vaakst geciteerde doel om 80 procent van de beroepsbevolking in België aan het werk te krijgen. Dat kan belangrijke winsten opleveren op korte en lange termijn, berekende de Nationale Bank.

- Je kunt ook meer mensen langer aan het werk houden. Want hoe langer mensen aan de slag blijven, hoe lager je het aantal gepensioneerden houdt, des lager de kost van je pensioensysteem. De Nationale Bank werkte met het hypothetische scenario dat je de pensioenleeftijd op korte termijn met een jaar verhoogt. Dat zou de overheidsuitgaven aanzienlijk verlagen op korte termijn. De vraag is uiteraard of zo'n maatregel (politiek gezien) realistisch is, laat staan of mensen dan geen andere manieren zullen zoeken om vroeger uit te treden. 

- Ook erg gevoelig als maatregel, maar wel zeer effectief: het gemiddelde wettelijke pensioen naar beneden bijstellen. De Nationale Bank laat zelf in het midden "of dit scenario het juiste evenwicht vormt tussen het verzekeren van de financiële houdbaarheid en de toereikendheid van het pensioenstelsel". Maar ‘gemiddeld’ kan natuurlijk ook betekenen: vooral snoeien in de hoogste pensioenen. Zeker is dat zo'n maatregel forse en blijvende besparingen zou opleveren. 

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"